Main content

Blomster wil graag haar ervaring en empathie gebruiken om zich in te zetten als Maatje. Maar toen Floor aangaf dat ze echt niet meer kon, schrok ze zich rot. Want nog een keer worden geconfronteerd met zelfmoord wilde ze absoluut niet.

Het is zondagochtend. Floor en ik wandelen op de Veluwe. Body, haar adoptiehond, liet ze thuis. Body is bang voor andere honden. Een gedragsafwijking die zich uit in agressie. Ze vertelt dat hij niet los kan lopen omdat hij mens en dier aanvalt. We gaan, met een kop koffie, zitten op het terras bij een kiosk. Ik probeer het gesprek voorzichtig van haar hond in de richting te sturen van haar verdriet, van haar ontzettende pijn. Haar man overleed een paar maanden eerder, hij had uitgezaaide kanker en stierf relatief snel. Ze vertelt dat haar smart zo groot is, dat ze het liefst nooit meer wakker wil worden. Een paar keer maakt ze, terwijl ze praat, het gebaar van een wapen tegen haar slaap waarbij ze doet alsof ze langzaam een trekker overhaalt.

Een paar dagen eerder leerde ik haar kennen tijdens een intakegesprek

Ze zocht een maatje, een vrijwilliger, die haar wat extra hulp of aandacht kon bieden zodat ze niet overal alleen voor zou staan. Twee dagen later appte ze me: dat ze het niet ging redden. Ze kon niet meer. Ik schrok, bedacht me geen moment en antwoordde dat ik al onderweg was. Onderweg naar deze eenzame, grijze vrouw in rouw, op een grijze bank, in een grijs huis, met een grijze auto en grijs haar, gewoon grijs. Alles. Zelfs onder haar gezwollen ogen, grijze schrale kringen van het huilen, slecht slapen en de stress.

Nog eens zat ik die week, kort na de kennismaking, op haar grijze bank en sprak met haar

Ik vertrouwde het niet en vroeg haar of ze naar de huisartsenpost wilde of dat ik de GGZ-crisisdienst moest inschakelen? Was het een idee dat ik haar pillen meenam? Ik besloot haar uit te nodigen voor een zondagse wandeling want ik wilde dat ze er nog zou zijn na het weekend. Ik hoopte dat ze maandag naar haar huisarts zou gaan en haar gevoelens met hem durfde te delen. Dat ze hulp kreeg in plaats van medicijnen en dat ik ontlast werd van een verantwoordelijkheid. Ik voelde me verantwoordelijk maar was het natuurlijk niet.

Praat erover’, zegt de campagne van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Maar waarom verdorie met mij?

Vanwaar dat vertrouwen? Ik herken mijn emotie en weet dat het onterecht is: ik ben niet verantwoordelijk. Ook nu niet. Wat maakt dat ze dit met mij deelt? Waarom? Ik ken haar nauwelijks.

Hoeveel pillen ze ook in huis heeft, het doet er niet toe. De slaap- en kalmeringsmiddelen die de huisarts haar, na het overlijden van haar man voorschreef, lossen haar problemen niet op, bestrijden slechts symptomen. Ik waarschuw haar en zeg dat ze niet doodgaat als ze ze inneemt, vanwege de geringe hoeveelheid gif in de middelen, al slikt ze de 60 pillen allemaal. Ik confronteer haar met het feit dat ze ze waarschijnlijk uitbraakt. Zou ze wel weten dat ze verslavend zijn, zowel geestelijk als lichamelijk? Ze weet het, zegt ze, en mompelt erachteraan dat de trein ook geen optie is. Haar man werkte bij de NS. Ze weet hoe het voor machinisten is – en niet alleen voor machinisten. Ze realiseert zich dat het voor alle hulpverleners die te maken krijgen met zelfdoding vreselijk moet zijn.

Die dreiging met zelfdoding, die strijd wil ik niet

Niet nog eens. Wat een akelig gevoel dit. Het zorgt dat ik twijfel over het vrijwilligerswerk. Nooit meer wilde ik in een dergelijke situatie terecht komen. Het is ruim zeven jaar geleden dat ik emotioneel gechanteerd werd door mijn manisch depressieve echtgenoot, gechanteerd met de dood. Wij praatten eindeloos. De zelfdoding van mijn man kon ik uitstellen, voorkomen bleek onmogelijk. Nu het weer op mijn pad komt ben ik bang. Bang voor haar afloop. Mijn ervaring uit het verleden projecteer ik onbewust op haar. Ik wil niets meer te maken hebben met suïcide. Nooit meer. Ik wil er ook niet mee geassocieerd worden.

Floors problematiek is op dit moment te groot voor begeleiding door een vrijwillige coördinator of door een maatje, hoe ervaringsdeskundig we ook zijn. En toch kan ik haar niet laten zitten. Haar laten is geen optie. Ze heeft geen vangnet zegt ze. Ze hadden elkaar, dat was genoeg. Ik moet verbinding houden en samen met haar zoeken naar professionele hulp

Ik word er naar van, voel me gevangen, sta met de rug tegen de muur

Om te beoordelen of de dreiging serieus is, ken ik haar niet goed genoeg. Ik neem haar serieus. We wandelen. Ik luister en ga de strijd aan met haar, tegen haar depressieve ziekmakende, suïcidale gedachten, voortkomend uit rouw, uit missen, eenzaamheid en de doelloosheid van haar grijze bestaan. Ze bedankt me dat ik er voor haar was. Body laat ze later die middag uit in haar besloten achtertuin.

Als ik maandagochtend wakker schrik, check ik als eerste mijn WhatsApp

Er zijn geen nieuwe berichten. In de lijst met contacten zoek ik Floor: ’laatst gezien vandaag om 6.52 uur’!  Vandaag gaat ze naar haar huisarts beloofde ze.


Blomster, auteur van het boek ‘Morgen stap ik eruit’, koos ervoor om onder pseudoniem te schrijven omdat zij, en iedereen om haar heen, genoeg heeft geleden, geworsteld en overwonnen. Wat haar betreft is het beter om met buitenstaanders slechts wijsheid te delen, zonder privacy prijs te geven.

Voor meer info of voor het bestellen van het boek: ‘Morgen stap ik eruit’.

Worstel je met suïcidale gedachten of maak je je zorgen om iemand anders?

Praat er dan over. Bel 0800-0113 of ga naar www.113.nl. Stichting Zelfmoordpreventie is 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar. In België kun je terecht bij ‘Zelfmoordlijn1813’.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *