Main content

Het is 1997. Angstig -af en toe psychotisch- gaat Frederik zwerven in Nederland en België. Na zes maanden dakloos te zijn geweest wordt hij opgenomen in Zwolle en heeft hij geluk; hij treft daar een casemanager die hem vertrouwen schenkt, iemand die de protocollen een beetje ombuigt in het voordeel van Frederik.

Ik ging in 1991 uit huis om in Rotterdam op kamers te gaan wonen. Ik was twintig jaar oud en moest het na een veelbewogen jeugd nu zelf gaan rooien. In de jaren daarna werd ik gaandeweg angstiger, met nachtmerries en paniekaanvallen. Ik maakte mijn opleiding in Rotterdam niet af, maar verhuisde naar België, waar ik enige tijd compositie studeerde aan het conservatorium van Gent.

Toen mijn studiefinanciering op was en ik geen opleiding had voltooid, wist ik eigenlijk niet meer hoe ik verder moest

Ik woonde in Gent en dingen als een uitkering, een verzekering en een huisarts en een tandarts kreeg ik niet geregeld, laat staan dat ik kon gaan werken. Daardoor kreeg ik steeds meer schulden en een huurachterstand van zeven maanden, plus een moeizame relatie met mijn huisgenoten in het studentenhuis waar ik woonde. Ik verkocht gaandeweg mijn cd- en boekencollectie aan tweedehandswinkels om zo aan eten te komen. In die tijd kreeg men omgerekend zomaar vijf euro voor het verkopen van een tweedehands cd. Daar kocht ik dan voor een euro spaghetti en tomatenpuree voor.

Op een gegeven moment zou ik bij een oom en tante in Delft op bezoek

Ze hadden me uitgenodigd om te blijven logeren en hadden geld gestuurd naar mijn Belgische bankrekening om de treinreis te betalen, want ik was blut. De avond voordat het geld van mijn oom en tante op mijn rekening stond, werd ik zo bang in mijn studentenhuis, dat ik begon te zwerven. Het was maart 1997. In de ongeveer zes maanden die daarop volgden heb ik gezworven in Nederland en België. Ik verbleef bij familie, vrienden, gewoon op straat of korte tijd in psychiatrische klinieken. Ik was vaak enorm angstig en af en toe psychotisch.

In september 1997 belde ik de crisisdienst

Ik belde vanuit de telefooncel letterlijk met mijn laatste kwartje. Ik was ten einde raad en wist niet meer waar ik naar toe kon, ik had geen vaste verblijfplaats. Mijn spullen stonden opgeslagen bij kennissen in Gent, maar ik wilde graag in Zwolle gaan wonen omdat ik hier nog enkele mensen kende uit mijn studententijd, die daar waren gaan studeren en wonen. Sowieso wilde ik dolgraag weer in Nederland wonen.

Via mijn crisisgesprek werd ik opgenomen

Na enkele malen eerder te zijn weggelopen uit PAAZ opnames in de maanden daarvoor, maakte ik dit traject wél af. Wat meehielp was dat ik het dit keer zelf wilde. Tijdens mijn opname werd ik ondersteund om mijn praktische zaken op orde te krijgen: uitkering, huisvesting en huisarts, e.d. Het was niet meer te achterhalen in hoeverre ik psychotisch was geweest, maar ik kreeg de minimumdosering Risperdal voorgeschreven.

Ik klopte bij de Sociale Dienst aan en zat met een enorm probleem. Ik had al eerder dat jaar een aanvraag voor een uitkering in Heerenveen ingediend en eigenlijk mocht ik nu geen aanvraag in Zwolle doen, maar moest die eerste aanvraag afmaken.

Daarbij kwam het probleem dat men zonder woonruimte geen uitkering kon aanvragen, maar zonder uitkering geen woonruimte kon krijgen

Ik trof het enorm met de casemanager van de Sociale Dienst. Hij gaf te kennen dat, aangezien ik was opgenomen in een psychiatrische kliniek in Zwolle, het niet mogelijk was voor mij om mijn aanvraag voor een bijstandsuitkering in Heerenveen te voltooien. Ik kon gewoon een aanvraag doen in Zwolle. Ook was de casemanager heel voortvarend en pragmatisch met het zoeken van een oplossing voor een adres. Hij belde met de burgerlijke stand van Zwolle en besprak met de ambtenaar dat ik tijdelijk op het adres van het ziekenhuis kon wonen!

Er was ook het probleem dat ik nog een bankrekening in België had

Waar natuurlijk na zes maanden dakloos te zijn geweest niks op stond, maar ik had er geen bewijs van. Ik had daarvoor destijds naar België gemoeten om een afschrift bij de bank te vragen, maar op dat moment, nog tijdens op opname op de PAAZ, was dat voor mij onmogelijk. Ook hier zei de casemanager na enig nadenken: “Ik geloof je op je woord dat er niks op je rekening staat, dus we kunnen nu beginnen met je aanvraag in gang te zetten.” Zo kwam het dat ik letterlijk twee maanden in het ziekenhuis heb gewoond.

Ik vond via een advertentie in de krant een kamer in Zwolle en tegen de tijd dat ik werd ontslagen uit de PAAZ, was mijn aanvraag voor een bijstandsuitkering ook in orde. De Sociale Dienst had mijn eerste maand huur en de borg betaald.

Als ik hier op terugkijk, dan ben ik de casemanager van de Sociale Dienst enorm dankbaar

Ik heb ook wel eens hulpverleners een beetje weemoedig over die tijd horen praten omdat men nog wat creatiever met de regels kon omgaan, als dat nodig was. Daarmee konden veel schrijnende gevallen van mensen die tussen wal en schip vielen worden voorkomen, zoals ikzelf.

Ik weet niet hoe ik het nu zou oplossen, maar in de huidige tijd (2019), waar een enorme nadruk ligt op het naleven van protocollen, was ik wellicht nog lange tijd dakloos geweest voordat ik mijn leven op de rit had gekregen. Ik ben in elk geval erg blij dat ik niet jarenlang in half psychotische toestand heb hoeven rondzwerven. In Zwolle kreeg ik voor het eerst weer vaste grond onder de voeten en kon ik met de daar gevonden hulpverlening beginnen een leven op te bouwen.


Frederik

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *