Main content

Janneke schrijft een bijzonder metaforisch verhaal over het leven van een rups, een verhaal over een leven met leed. Janneke concludeert in deze blog krachtig: “Ik zie een verkeerde reflectie van mezelf. Ik ben altijd prachtig en jullie zagen dat, maar ik nog niet”.

Ik voel zoveel verdriet, zoveel verdriet
Ik kan er niet meer tegen. Ik wil niet meer. Ik wil niet meer!
Hoeveel tranen ik al wel niet heb gelaten.
Hoeveel meer ik heb ingeslikt.
Ik kan niet meer op mijn benen lopen.
Waarom moest het zo gaan?

Waarom ben ik nu voor altijd verdrietig.
Dan denk je dat het beter gaat en dan komt het verdriet weer terug.
Het blijft altijd bij me. En het is echt ondragelijk.
Het komt en gaat maar het is er altijd.
Ik kan dit gewoon niet dragen dit verdriet.
En vooral wetend dat het er altijd zal zijn.

Een rups met een handicap kan nog wel een mooie vlinder worden, maar leeft in rouw

Omdat ze weet dat een prachtige vlinder had kunnen worden als ze de handicap niet had gehad. Het doet haar veel pijn en verdriet. Als rups kent ze nog geen liefde en voelt zich ook verschrikkelijk alleen.

Op een dag wordt ze door een koolmeesje opgegeten. Ze voelt lichamelijke pijn. Maar vooral ook bevrijding. Ze is eindelijk af van haar leed. Ze voelt zich vrij en laat los. Ze belandt in de hemel. En merkt het verschil met de wereld gelijk. Ze komt erachter dat ze ondragelijk veel leed mee droeg. Teveel om mee te leven. Maar door haar kracht mogelijk. Ze is tevreden zo, zonder leed. Ze wil nooit meer terug naar die vreselijke plek.

Er komt een vlinder binnen in de hemel

Hij is prachtig. Écht prachtig. Ze voelt de meest intense liefde die ze ooit in haar leven heeft gevoeld. Hij wuift haar en ze knuffelt hem. Ze volgt hem naar een andere wereld. Opeens kan ze vliegen. Ze denkt o nee. Niet weer in de wereld. En dan ben ik ook nog een mislukte vlinder. Maar de prachtige vlinder heeft door wat ze denkt. En brengt haar naar het water en vraagt haar erin te kijken. In het water ziet ze nu nóg een prachtige vlinder. Met alle kleuren van de regenboog felgekleurd. “Dat ben jij” zegt hij.

Ze heeft geen handicap

Kom mee” zegt hij. En ze fladderen de wereld rond. Langs volle groene bomen. Kleurrijke struiken. En drinken nectar van alle soorten mooie bloemen. Aan het eind van de dag zijn ze moe en voldaan en is het tijd om dicht bij elkaar te zijn. Ze genieten volop van elkaar.

De volgende dag neem hij haar mee naar een boom

Hij staat ervoor en opeens herinnert ze zich alles. Als rupsen vriendjes speelden ze altijd bij deze boom. “Kom. Ik moet je aan iemand voorstellen die ook gek is op jou“. Ze vliegen naar een bloem. En opeens verschijnt iemand er achter vandaan.

Boe!”

Ze schrikt. Ze vliegt hem achterna en weet meteen wie het is. Haar vriendje van vroeger. Ze hebben het zo fijn samen. En in de avond gaan ze naar mensen die haar familie zijn. Ook van vroeger. Ze is zo blij iedereen weer te zien. En andersom. Het is een en al liefde gezelligheid en gelach. Ze heeft een heerlijke tijd.

Ze weet weer hoe mooi het leven ook kon zijn

’s Nachts naast haar liefdesvlinder wordt ze wakker met een naar gevoel in haar. Ze herkent het in één keer. Ze had meer kunnen zijn dan ze nu is. Ze wilt hem niet wakker maken. Dus vliegt ze alleen naar het beekje. Ze vreest het ergste. Ze houdt haar pootje voor haar ogen. En doet ze langzaam weg. Ze wordt geterroriseerd door wat ze ziet. Ze is slechts de mooie vlinder. Waar ze altijd bang voor was te worden. Haar kleuren zijn vervaagd. Ze gaat zitten in het gras en staart naar het water. Ze is weer terug bij af. Haar zware leed is terug.

Dan hoort ze een vlindertje, zoals maar een vlinder kan fladderen

Hij gaat zitten en zegt, “Gekkie. Wat doe jij nou hier?’”

“Het is terug, Tom. Het akelige gevoel dat ik zoveel meer had kunnen zijn“, antwoord ze hem.

Hij legt zijn pootje op haar knie. “Maar je bent nu al zo prachtig Jan!”

Zeg dat nou niet Tom. We weten beiden dat dat niet zo is”.  En ze begint te huilen. “Ik ben mooi. Had prachtig kúnnen zijn. Maar heb het er niet uitgehaald. Zwaar triest verhaal. Zwaar triest leven. Ook in dit nieuwe leven kan ik niet met dit leed wat blijvend terugkomt leven. Ik heb besloten om terug te gaan naar de hemel”.

Als je dat wilt liefste. Ik wou je laten zien hoe mooi je het vroeger had. En hoeveel mensen van je houden. En ik hou het allermeest van je. Dat weet je. Je verdient al die liefde. Wil je een ding voor me doen?”

Alles” antwoordt ze.

Samen met mij naar het water kijken?”

Dat was precies het gene wat ze niet wou…

Hij ziet de aarzeling, maar vooral pijn in haar blik. “Doe het voor mij. Ik wil nog één keer ons samen zien voordat ik je nooit meer zie”.

Vooruit“. Zo staan ze samen voor het water. Zij met haar pootjes voor haar ogen. “Toe, geef één blik. Hier, hou mijn pootje vast. Ik sta naast je“. En ze vertrouwt hem.

Ze opent haar ogen en wordt weggeblazen door wat ze ziet. “Thomas, Thomas, Thomas! Ik ben prachtig… Ik ben prachtig!!”

Ze is vol felle kleuren. Er klinkt flink gefladder en opeens verschijnen er in het water steeds meer reflecties. Het is haar familie. Haar familie. Ze houdt van ze. En de kleuren van haar worden alleen maar kleurrijker en feller. Thomas knijpt in haar pootje.

Thomas, wat gebeurt er? Hoe kan ik nou prachtig zijn? Toen ik net keek was ik alleen mooi…Wat is het verschil tussen de keren? Toen ik mooi was, was ik alleen. Toen ik prachtig was waren jullie er.

“Heb je het door?” vraagt Thomas haar.

Ja. Ik zie een verkeerde reflectie van mezelf. Ik ben altijd prachtig en jullie zagen dat, maar ik nog niet.


Janneke (pseudoniem)

Meer lezen:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *