Main content

Ik wil graag iets van mijn ervaringen in de ggz delen. Ervaringen waarbij ik vanuit diepe wanhoop toch nog hoop gevonden heb. Gelukkig is er onlangs ook een wetenschappelijk artikel verschenen waaruit blijkt dat dit geen kwaad kan. Maar voor mij persoonlijk was dat al bewezen.

Een hel van hopeloosheid

Het dieptepunt bereikte ik in een ggz-instelling die ik mij nog altijd herinner als een soort hel. De spreuk die op hun gebouw staat, vind ik nog steeds doordrongen van een morbide cynisme: Alles van waarde is weerloos.

Weerloos was ik op een gesloten opname afdeling waar mij zonder enig medeleven alles werd afgepakt wat voor mij werkelijk van waarde was. Het laatste restje hoop en vertrouwen in mijzelf werd mij met professionele afstandelijkheid afhandig gemaakt.

Er valt niet eens heel veel te vertellen over hoe het was in deze hel. Een intense negatieve ervaring gedomineerd door het ‘niets’. Niet meer leven en toch bewust zijn. Er gebeurde eigenlijk zo goed als niets, en dat intensiveerde de ellende.

Hoogtepunt in het ondraaglijk niet-leven in die tijd was –zodra ik toestemming had om buiten te komen– af en toe te worden uitgelaten voor een rondje om de stadsvijver. Daar liepen we als een stelletje hoogbejaarde hondjes onder leiding van een activiteitenbegeleider. Door antipsychotica stijf en langzaam vooruit schuifelend.

Er werd amper naar omgekeken of ik mezelf iets aan wilde doen, en zelfs als ik daarover wilde praten werd dit nauwelijks serieus genomen. Er werd mij gezegd dat ze me sowieso niet konden tegenhouden, als ik het per se wilde. Het was dus mijn eigen verantwoordelijkheid. Dit voelde als een krachtige aanmoediging om mezelf tóch maar iets aan te doen, zelfs al was dat eigenlijk helemaal niet wat ik echt wilde.

Om toch aan de richtlijnen op het gebied van toezicht te voldoen, werd ik wél door de verpleging opgeschrikt in mijn kale kamertje. Op ieder onverwacht moment, dag en nacht. Nergens was ik veilig voor hun priemende blikken.

Mijn levensgeschiedenis was een ziektegeschiedenis geworden. Alles wat ik deed was een symptoom van mijn ziekte, een ziekte waarin ik mezelf toch echt niet kon herkennen. Mijn eigen beleving van mezelf werd daarmee gereduceerd tot een soort waanidee.

Ook het toekomstbeeld dat de hulpverlening mij voorhield was bepaald onaantrekkelijk.

Kort samengevat: ik was een waanidee met een ziektegeschiedenis en zonder toekomst. Niets anders meer dan pure wanhoop. Dat was ik.

Realiteitstoetsing

Wat dat betreft was ik toch een beetje in de war. Een psycholoog die een persoonlijkheidsonderzoek bij mij had afgenomen en mijn vader, brachten mij weer een beetje op weg naar de realiteit. Ik was géén waanidee. Er waren zelfs nog mensen die in mij geloofden, en die nog in mij herkenden wat ik voor deze grote crisis gedacht had te zijn.

Ik begon het in te zien: er was heel veel fout gegaan op mijn weg, waardoor ik in deze helse toestand beland was. Maar de allergrootste fout die ik gemaakt had, was het opgeven van alle hoop.

Ook was het erg slecht voor me dat ik het inzicht dat anderen in mij hadden hoger achtte dan mijn eigen inzicht, terwijl zij feitelijk niet eens de kans hadden gehad om mij te leren kennen. Zij konden misschien wel symptomen zien die mij zelf ontgaan waren, maar hoe alles binnen in mij werkte, en hoe de situatie zich precies ontwikkeld had tot dat wat zij zagen, dát konden zij onmogelijk beter weten dan ik zelf.

Ik had ze niet de macht mogen geven om mijn identiteit af te pakken, iets dat ze waarschijnlijk niet eens zo bedoeld hadden.

Hoop doet leven

Gewapend met het persoonlijkheidsonderzoek, nam ik weer iets van de regie en kon ik ergens anders in behandeling komen. Mijn nieuwe behandelaars hebben me enorm geholpen om weer tot leven te komen. Ik voel me wel vaak nog erg angstig en onzeker. Maar ik kan dat nu begrijpen vanuit wat ik meegemaakt heb en vanuit hoe ik ben.

Ik leef weer, en niet in de hel.

Ik leef op aarde. Op deze geweldige samenballing van ellende, angst en levensvreugde waar óók psychisch gezonde mensen wonen.

In de hoop om nog beter tot sociale aansluiting in de maatschappij te komen, ben ik nog steeds in therapie. Momenteel is dat weer op dezelfde locatie, in mijn voormalige hel, waar op de deur staat Alles van waarde is weerloos.

Mocht jij deze locatie kennen of in een vergelijkbaar oord behandeld of opgesloten worden, dan is de ware boodschap die je nooit vergeten mag: hoop doet leven en wat je ook verliest, geef nooit jezelf op!


Bianca van Beugen, ervaringsdeskundige. Bianca schrijft op haar eigen blog en publiceerde eerder blogs: zonzh.nl, Niet normaal volgens de verdeling en Stigma kan doden, acceptatie doet leven.

photo credit: On the right track via photopin (license)

BewarenBewaren

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. “Het dieptepunt bereikte ik in een ggz-instelling die ik mij nog altijd herinner als een soort hel.”

    Wat een contrast met een uitspraak van de auteur van de blog: Het kind achter de diagnoses en classificaties. Zij noemde op twitter de kinderpsychiatrische kliniek en de psychiatrische zorgverleners van haar zoon ‘een warm bad’. Maar is dat nou een kwestie van perceptie en belevingswereld, of is er daadwerkelijk zoveel verschil tussen jeugd-en volwassenenpsychiatrie en doet de kinderpsychiatrie het gewoon beter? Want ik heb nog nooit iemand een opname in de psychiatrie voor volwassenen zien vergelijken met ‘een warm bad’, maar wel met zoals Bianca van Beugen het zegt: een hel van hopeloosheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *