Main content

Zo’n 12 jaar geleden maakte ik mee dat enkele mensen die mij dierbaar waren kort na elkaar stierven. In de periode daarna overvielen mij flinke sombere buien. Ik vond dat ik me daar maar overheen moest zetten onder het motto: geen gezeur, het leven gaat door. Zo walste ik over mijn eigen gevoelens heen. Uiteindelijk werd ik ernstig depressief.

“Ik belandde op de poli van een psychiatrisch ziekenhuis. Tijdens een van de therapieën op de poli braken akelige beelden van in mijn kindertijd geleden misbruik door mijn afweermechanismen heen. Ik werd geconfronteerd met verdrongen herinneringen aan seksueel misbruik in mijn kinderjaren. Die afschuwelijke beelden beitelden zich op mijn netvlies. Naast de depressie waaronder ik leed, werd ik nu ook geconfronteerd met de realiteit en gevoelens van het misbruik.

Na die schokkende confrontatie volgden vele therapieën

Zowel ambulant als klinisch en werd ik twee keer opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Nu ik er op terugkijk heb ik in mijn beleving in die afschuwelijke jaren nooit samengewerkt met een hulpverlener. Ik had weliswaar een goede relatie met een paar van hen, maar dat heeft nooit als een samenwerkingsrelatie gevoeld.

Samenwerking veronderstelt gelijkwaardigheid

Ik heb dit nooit gezien als een gelijkwaardige samenwerking. Simpelweg heb ik mezelf nooit gelijkwaardig aan hulpverleners gevoeld. Ik deed niks, ik onderging. De hulpverlener had een behandelplan en ik, de patiënt, onderwierp me daaraan. Mij werden pillen voorgeschreven, ik slikte ze. Mij werd een therapieprogramma voorgelegd. Ik volgde het. Als ik ze al had, besprak ik mijn eigen ideeën over medicatie of therapieën niet. In die ellendige jaren was ik daar te depressief en te passief voor.

Toen ik tijdens een opname wat opknapte, mocht ik een middagje naar huis

De verpleging vond dat ik niet zelf auto moest rijden, omdat ze me daar nog niet aan toe vonden. Ik vond dat ik dat best kon. Ik voelde me betutteld. Voor het eerst sinds lange tijd voelde ik me weer een beetje opstandig. En dus reed ik met mijn eigen auto naar huis en weer terug. Het ging me uitstekend af. Maar toen ik mijn auto parkeerde voor het ziekenhuis, kwam daar ook net iemand van het verplegende team aan. Gesnapt! Ik moest op het matje komen en kreeg een preek! Dat kwam mijn relatie met de verpleging niet ten goede. De gevolgen waren groot. Daarna hield ik ware gevoelens over een aantal kwetsbare zaken nog meer voor me.

Ik durfde destijds niet te vertellen aan die verpleegkundigen dat ik me als een klein kind behandeld en betutteld voelde

Dat dit niet terecht was, omdat ik dat niet was. Dat hulp nodig hebben op het ene gebied, niet automatisch wil zeggen dat je op alle andere gebieden ook hulpeloos bent. Ik vind het jammer dat ik daarover het gesprek niet ben aangegaan. Dat had zeker gekund, want die verpleegkundigen waren echt geen onmensen.

De samenwerking die er niet was tijdens mijn opnames, kon ik wel aangaan tijdens de GOAL opleiding. Deze opleiding stelt mensen met een psychiatrische achtergrond in de gelegenheid in ruim een jaar tijd opgeleid te worden tot begeleider binnen de ggz.

Ik startte met deze opleiding na veel wikken en wegen. Na mijn laatste opname in het psychiatrische ziekenhuis realiseerde ik me dat ik iets moest doen, wilde ik niet meer opgenomen worden.

Ik voelde veel onmacht over de manier waarop ik leefde. Ik zat maar en kwam tot niets. Ik durfde niet meer iets te willen. Bang voor nog meer pijn.

Het gevolg was dat ik een enorme kwaadheid ontwikkelde. Kwaad was ik op mijn besluiteloosheid en uitzichtloze situatie. Kwaad op de behandelaar die mij de GOAL opleiding afraadde. Kwaad op de psychiatrie omdat ik vond dat ze me niet goed hadden geholpen. Kwaad vooral ook over het misbruik. Ik uitte die kwaadheid niet. Die groeide daardoor diep van binnen.

Die kwaadheid is uiteindelijk mijn redding geworden. Ik kreeg er wonderbaarlijke energie door

Genoeg energie voor iets nieuws. Genoeg energie om naar het selectiegesprek voor de opleiding te gaan. Hoewel het zweet in mijn handen stond. Mijn verbazing was groot toen ik werd geselecteerd. Ik had zo’n negatief zelfbeeld. Heel voorzichtig ontstond er binnenin mij toen wat hoop.

Ik begon met angst en beven aan de opleiding. Na de miserabele jaren van daarvoor was ik mijn zelfvertrouwen volkomen kwijt. Ik was het zicht kwijt op wat ik nog wel of niet meer kon.

De samenwerking tijdens GOAL was een openbaring voor me

Door de saamhorigheid tussen de deelnemers van de opleiding kwam het beste van mezelf aan de oppervlakte. Ik hoefde me nergens voor te schamen. We herkenden onszelf in elkaars verhalen. We pepten elkaar voortdurend op! En corrigeerden elkaar soms stevig. Er waren wel eens strubbelingen, maar door die openheid naar elkaar toe gingen die ook weer snel over.

Ik werd tijdens het werken aan gezamenlijke opdrachten steeds rustiger. Ik voelde me zo veilig, dat ik volkomen mezelf durfde te laten zien. Mijn zelfvertrouwen groeide en ik kreeg eindelijk het gevoel dat ik toch nog iets normaals kon: leren en een opleiding volgen ondanks mijn psychische problemen.

De docente van de opleiding was een invoelende vrouw met kennis van de psychiatrie. Ze behandelde ons als gelijke en was bijna altijd aanspreekbaar

Ik deed vaak een beroep op haar. Die goede relatie met de docente is belangrijk voor me geweest. Zeker ook toen ik tijdens een flinke dip halverwege de opleiding wilde stoppen. Naast de ondersteuning die ik van medestudenten en andere nauw betrokkenen ondervond, bleef de docente contact met me houden en liet voortdurend merken in me te geloven.

De samenwerking tijdens de GOAL opleiding was voor mij precies op maat. Die herkenning onder elkaar en een docente die in alle opzichten serieus, gelijkwaardig en deskundig was, ook ten opzichte van mijn psychiatrische achtergrond. Dat waren voor mij belangrijke ondersteunende factoren waardoor ik de opleiding succesvol kon doorlopen. Na de opleiding vond ik direct werk als begeleider in een beschermde woonvorm.

Ik was patiënt en nu ben ik hulpverlener

Als patiënt was ik voornamelijk bezig met mijn eigen problematiek. Als patiënten deelden we ons psychisch lijden en andere ellende. We slikten onze pillen. We waren ziek van de bijverschijnselen. We werden als groep patiënten aangegaapt tijdens wandelingen. Mensen stootten elkaar aan als wij langsliepen. Dat merkten we echt wel. We observeerden hulpverleners en roddelden over hen. Kortom, ik heb gedurende een periode in mijn leven de patiëntenzijde van de psychiatrie beleefd en overleefd.

Er wordt me vaak gevraagd wat ik in mijn werk als hulpverlener nou als de meerwaarde zie van mijn cliënt-ervaringen

Eerlijk gezegd heb ik nogal eens de indruk dat die vraag vooral een uiting van wantrouwen is. Wat zou mijn ervaring als cliënten nou kunnen bijdragen? Zou cliëntervaring wel waarde hebben? Wat zouden cliënten nou kunnen?

Ik vind het nuttig om tijdens mijn werk als hulpverlener te kunnen putten uit mijn patiëntervaringen. Ik gebruik mijn ervaringen maar maak er verder geen ophef over. Ik ben er ook niet meer mee bezig wat anderen ervan denken. In mijn werk als begeleider kom ik dezelfde valkuilen tegen als andere hulpverleners. Maar mijn ervaringen als cliënt plaatsen deze wel in een ander perspectief.

Daphne, een vrouw die ik begeleidde, vroeg of ik haar naar het psychiatrische ziekenhuis wilde vergezellen

Zij moest opgenomen worden in verband met verandering van medicatie. Ik stelde voor haar naar het ziekenhuis te brengen met mijn auto. Maar Daphne wilde liever met haar eigen auto. Ik probeerde haar over te halen… Daphne weigerde geïrriteerd. Toen pas dacht ik terug! Nu was ik hetzelfde bezig als die verpleegkundigen destijds met mij. Ik probeerde Daphne haar eigen verantwoordelijkheid af te nemen. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Ik bood mijn excuus aan en reed achter Daphne’s auto aan naar het ziekenhuis.

Ook ik heb last van het spanningsveld tussen cliënt en hulpverlener over ‘wie verantwoordelijk is voor wat’

Soms wil ik te veel voor mensen zorgen in plaats van ondersteunen. Ik wil dan te veel overnemen om zelf de controle te behouden of zaken even snel geregeld te hebben. Want druk, druk, druk immers? Door de geïrriteerde reactie van Daphne op mijn betutteling, de daaropvolgende zelfreflectie en die schrik der herkenning, floot ik mezelf in dit geval gelukkig terug.

Dit proces kan als volgt beschreven worden:

  1. De irritatie van Daphne brengt bij mij herkenning teweeg van een vergelijkbare situatie uit mijn cliëntverleden.
  2. Ik denk na: wil ik verantwoordelijkheden overnemen net als die verpleegkundigen destijds bij mij? Ja !
  3. Is dit bij Daphne wel nodig? Is zij niet in staat om zelf te beslissen? Psychotisch, onder invloed van alcohol, drugs of anderszins? Nee, zij is volkomen helder.
  4. Conclusie: Zij is goed in staat om zelf beslissingen te nemen.
  5. Waarom wil ik haar dan toch met mijn auto brengen? Ik ben weer te veel aan het zorgen
  6. Dus: onjuiste ondersteuning. Corrigeren!

Als cliënt werd ik tijdens de therapieën gedwongen tot zelfreflectie. Nu komt het me ook van pas als hulpverlener. Ik ben van mening dat zelfreflectie een onderdeel van mijn werk als hulpverlener behoort te zijn. Het houdt me scherp en kritisch. Het voorkomt bovendien dat ik wat mij als cliënt hielp en niet hielp klakkeloos zou projecteren op de mensen die ik nu probeer te ondersteunen als hulpverlener.

Samen zaten we op Hesthers lievelingsplekje: het strand

Met blote voeten in het warme zand turend over zee. Ieder verzonken in haar eigen gedachten.

Ik vertelde Hesther over mijn droomwens: een keer op reis met een cruiseschip. Er volgde een stilte. Daarna vertelde Hesther haar wens: nog eenmaal haar geboorteland Bali te kunnen bezoeken. Nog een keer daar de warmte voelen, het eten, de mensen. Nog een keer de geuren daar opsnuiven.

Ik luisterde en keek geboeid naar de anders zo vlakke Hesther. Een vrouw die al jaren beweerde geen wensen meer te hebben. Zij sprak met veel gevoel in haar stem. Haar ogen glinsterden en haar gezicht kreeg een zachte uitdrukking. Ik had haar nog nooit zo meegemaakt. Ik bood haar aan samen in reisfolders over Bali te gaan neuzen. En uiteindelijk maakten we samen een plan van aanpak om Hesthers wens te kunnen verwezenlijken.

De door Hesther gekozen locatie, haar lievelingsplekje, en de ontspannen sfeer tussen ons hadden er toe bijgedragen dat Hesther haar wens ter sprake bracht.

Ten slotte

Tijdens mijn opnames en jaren van therapie is het niet in me opgekomen dat ik echt zou kunnen samenwerken met de hulpverleners en zij vertelden mij ook niet van de mogelijkheid. In de GOAL opleiding leerde ik pas wat samenwerking inhoudt in mijn contact met de anderen deelnemers en de docente. In mijn werk als hulpverlener is het zoeken. Zoeken naar het juiste evenwicht in mijn contacten met de mensen die ik wil ondersteunen. Zoeken naar wie verantwoordelijk is voor wat. Zelfreflectie is daarbij volgens mij enorm belangrijk. De sleutel van een goede samenwerking tussen cliënt en hulpverlening is dat beide partijen zich realiseren dat – beperkingen of geen beperkingen – we allemaal gewoon mensen zijn en gelijkwaardig aan elkaar.”


 

Lenneke Elfers werkt bij Pameijer en is lid van het landelijk HEE-team. GOAL wordt als beroepsbegeleidende leerweg aangeboden in de regio Rotterdam.

  • Deel deze pagina: