Veel gezochte termen

Psychosenet Achtergrond

Auteur

Miriam

De blogs van Miriam vertellen het verhaal over de helende kracht van twee mensen die de moed hebben zich te verbinden na een ontwrichtende ervaring. Een moeder stopt met schilderen na de dood van haar zoon. Haar enig kind. Haar toekomst als beeldend kunstenaar komt hiermee tot stilstand.

Negen jaar na het verlies ontmoet ze bij toeval de psychiater die korte tijd de behandelaar van haar zoon was. Het gedeelde verdriet en onmacht verbindt hen bij hun zoektocht naar de waarheid rond zijn dood. Het groeiproces van hun vriendschap werkt helend voor allebei maar niet zonder ups en downs. Gaat zij weer schilderen en hoe meandert hun relatie door de tijd?

Habari njema: liefde en een onverwachte zwangerschap

Miriam blikt terug op een liefde die in haar jonge jaren niet vanzelfsprekend was. Een liefde die leidde tot een onverwachte zwangerschap.
Fotocredits: Miriam (pseudoniem van Marian van Unen)
Hoofdstuk 30, habari njema

Wanneer Miriam (pseudoniem van Marian van Unen) terugkijkt op een bijzondere periode in haar leven, komen herinneringen aan liefde, een onverwachte zwangerschap en moeilijke keuzes samen. Ze blikt terug op een liefde die in haar jonge jaren allesbehalve vanzelfsprekend was. Haar relatie met een Tanzaniaanse student groeide uit tot een verboden liefde en uiteindelijk tot het ouderschap van hun zoon.

Lees eerdere hoofdstukken van Miriam hier!

Triggerwarning: deze blog bevat voor sommige lezers heftige onderwerpen, waaronder racisme en abortus.

Haast!

Het was najaar in Amsterdam. Ze slipte met haar fiets door de natte bladeren op het wegdek en bleef bijna met haar voorwiel in de tramrails steken. Ze was gehaast, ook dat nog. Fietsleuteltje gauw in het zakje van haar regenjack stoppen waar ze het altijd terug zou kunnen vinden. In de stationshal was het druk, iedereen baande zich in de kluwen mensen een weg naar de uitgang of naar de treinen.

Daar spotte ze hem, een lange zwarte man in een regenjas. In zijn hand een bos chrysanten. Hij stond te wachten bij de bloemenstal, zoals haar beste vriendin met hem had afgesproken. Ze waren allebei door haar uitgenodigd om te komen eten, maar haar man had griep gekregen en zij was te verkouden om gasten te ontvangen. “Wil jij de honneurs voor mij waarnemen?”, had haar vriendin gevraagd. “Jij bent net terug uit Afrika en hij komt uit Tanzania. Daar was jij toch ook? Alsjeblieft?” Het had geen zin gehad om te antwoorden dat ze in Kenia was geweest. Afrika was Afrika, leek haar vriendin te denken; veel meer onderscheid hoefde er kennelijk niet gemaakt te worden. Ze hield het overzichtelijk.

“Hij is echt aardig en ik wil hem niet teleurstellen.”

Samen naar het Concertgebouw

Hij lachte haar toe terwijl ze in de volle “hallo” riep en in de menigte naar hem zwaaide. Hij kon niet fietsen, dus ging hij achterop.

Het lukte net, wat wiebelend zat hij op de bagagedrager, de bos bloemen stevig in zijn ene hand geklemd terwijl zijn andere hand wat onhandig houvast rond haar middel zocht. Hoe ze haar kamertje in het souterrain van het statige pand achter het Concertgebouw had weten te vinden, ze had er geen herinnering aan. In ieder geval had haar hospita haar de volgende dag gevraagd wie die zwarte man was geweest voor wie ze had gekookt. De term die ze daarbij gebruikte, was ronduit racistisch.

Hij was verliefd

Den Haag was in de winter. In een van de statige huizen van de wijk der diplomaten woonde een Afrikaanse student op kamers. Hij had een beurs voor een jaar studie aan het Institute of Social Studies en was verliefd. Hierover had hij zijn hospita in vertrouwen genomen. Hij had haar zeer diplomatiek gepolst over een eventuele verhouding met een Nederlands meisje. De hospita was een getrouwde vrouw, maar zag haar man zelden. Veel op reis naar derdewereldlanden. Daarom vond ze het haar plicht jonge studenten in diplomatieke dienst onderdak te bieden en ze te begeleiden met al haar opgedane levenswijsheid.

Ze had het Nederlandse meisje wel langs zien komen en was ervan overtuigd dat het haar plicht was hem te waarschuwen. “Roodharigen zijn niet te vertrouwen, wees voorzichtig.” Hij had haar niet begrijpend aangekeken. “Een relatie tussen een Nederlandse en jou zal nooit werken”, had de hospita diplomatiek eraan toegevoegd. “De Tanzaniaanse ambassade zal het niet toestaan omdat een interraciaal huwelijk problematisch is.” Hij had geluisterd en zijn ogen neergeslagen, uit respect.

Ze had haar boodschap overgebracht en haar burgerplicht gedaan. Haar man zou het roerend met haar eens zijn en haar vriendinnen ook. Ze sloot de conversatie af met een knipoog en een klapje op zijn schouder. Haar Engels was niet perfect geweest, maar hij had haar uitstekend begrepen.

Onverwachte zwangerschap

De trein naar Den Haag had vertraging en ze moest nodig plassen. Binnenin haar woedde een storm. Angst jaagde de wind aan. Ze was zwanger, dat wist ze nu zeker. En niets liet die aankomende baby verjagen, dat wist ze ook zeker. De hospita had de deur geopend en haar met een kort knikje binnengelaten. Vervolgens parkeerde ze zich leunend tegen de deurpost in de kleine hal waar rechts een steile trap naar de bovenverdieping leidde. Toen ze langs haar heen liep, rook ze Chanel nummer 5 vermengd met de geur van luchtverfrisser.

“Ik kom voor boven.”

“Hij is net thuisgekomen”, zei de hospita.

Ze voelde haar ogen in haar rug prikken terwijl ze de trap opliep. Hij stond boven om haar op te vangen. “Please”, zei ze, “I need to pee.” Hij stak zijn hand uit en hielp haar de laatste treden op. Hij opende de wc-deur. Toen ze naar buiten kwam, trok hij haar naar zich toe en veegde haar tranen af met zijn handen voordat ze elkaar omhelsden. Eenmaal binnen zette hij thee. De warmte van de mok, de suiker en melk hielpen haar te luisteren naar wat hij te vertellen had. Over zijn hospita, zijn toekomst en het geld. Duizend gulden had de hospita aangeboden. Voor het goede doel, voor volk en vaderland.

“I can’t be with you, but I can offer help.”

“What do you mean?”

“The landlady has offered me money. She told me that she finds it her responsibility and moral duty to help me. There are safe abortion clinics in Amsterdam, she told me.”

U bent te laat

Ze ging erin mee. Het leek de meest verstandige beslissing op dat moment, zittend op dat opklapbed op de bovenste etage van een rijtjeshuis in de duurste wijk van Den Haag. Na een kort onderzoek door de arts, die zetelde in een van de villawijken van Amsterdam, zat ze tegenover deze door de vrouwenkliniek ingefluisterde dokter, aan zijn imposante bureau.

“Tja”, zei hij, “u bent te laat, ik kan niets meer voor u betekenen.” Hij schreef iets op een blaadje.

“Maar hoe dan? Wat moet ik dan nu doen?”

“Wat erin zit, komt er ook weer uit.”

Hij reikte haar met een spoor van een glimlach en een miniem knikje met zijn hoofd het velletje papier aan waarin hij haar terugverwees naar de kliniek die hem had aangeprezen.

Een intens emotioneel rondje

Op hun advies regelde ze de vlucht naar Londen via een bekend vluchtnummer vanaf Schiphol. Ze stelde het zich voor. Daar aangekomen zou iemand met een naambordje op haar wachten en zou ze naar een behandelplek worden vervoerd. Na afloop zouden ze haar weer op een vlucht naar Amsterdam zetten. Het was prijzig, maar dan had je ook wat. Met iets vertrokken en met niets teruggekeerd. Daarbij was je tevens vele honderden guldens lichter. Verlossing was niet gratis. Gelukkig had ze gespaard, want geld van zijn hospita, dat gunde ze zichzelf niet. En hem ook niet.

Na een intens emotioneel rondje kwam ze tenslotte thuis met de KLM-tickets op zak. Ze zette een pot thee. Thee met veel melk en veel suiker. Ze was kapot en liet zich wegzakken op haar eigen opklapbed in haar eigen kamertje in het rijtjeshuis achter het Concertgebouw, bij haar eigen hospita, die van niks wist. Onder de warme douche begon ze zacht te snikken, daarna huilde ze met gierende uithalen, riep een paar keer hard godverdomme tot ze geen tranen en geen adem meer had. Later had ze zich stomverbaasd afgevraagd hoe de ommezwaai had plaatsgevonden.

Ik hou de baby

Op het moment dat alle hobbels waren genomen en de KLM-tickets voor haar op tafel lagen, was de mist opgetrokken. In “a split second” was de storm in haar hoofd weg. Er waaide een heel andere wind uit een heel andere hoek. Een zachte en warme bries.

Ze legde haar handen op haar buik. Haar eigen zachte en ronde buik. En in die buik groeide een mensje. En dat mensje was erin gekomen en zou er ook weer uit komen. De dokter had het beloofd. Ze wist nog niet hoe, maar de toekomst was vol verwachting. Na een goede nachtrust en diepe slaap belde ze naar Den Haag.

“Just want to let you know not to worry, I will keep the baby and take full responsibility.”

Hoop op een nieuw begin

“Ik was verliefd op je vader”, zei ze tegen haar zoon toen ze samen een weekje op vakantie waren op Kreta. Hij was een paar maanden geleden ontslagen uit de opname van een jaar in een forensische psychiatrische kliniek. Het zou zijn laatste opname zijn. Een jaar later was hij dood.

Hij had gevraagd of er een goede vriendin mee mocht op vakantie. “Vind mijn moeder vast goed”, had hij haar gezegd. Maar alles was al geboekt. Het was te laat. Later had ze er spijt van gehad. Hij had ertegen opgezien, haar nabijheid zou tot steun zijn geweest, bedacht ze later. Ze had te veel van hem verwacht en dat knaagde aan haar. Als ze het over zou kunnen doen, zouden ze veel meer gepraat hebben. Nu bleef het voor altijd een raadsel hoe hij zich gevoeld had. Ze had haar verhaal nooit uitgebreid verteld. Het Griekse eiland had er ruimte voor gemaakt. Hoop op een nieuw begin.

“We wilden wel trouwen, maar het kon niet. We wilden je erg graag en ik ben nooit opgehouden om van hem te houden.”

Ze hield nog steeds van hem

Ze keek naar de recente foto van zijn vader. Een oude man tussen zijn twee volwassen dochters. Zijn ogen tot spleetjes dichtgeknepen. Ze had gehoord dat hij problemen met zijn ogen had en slecht zag. Ze hield nog steeds van hem omdat hij de vader was geweest. “Ik ga je schilderen”, fluisterde ze, “je bent aan de beurt.”

Zijn portret was klaar en stond nog op de ezel. “Wat ga je met al die werken doen?”, vroeg een vriendin. Ze was niet de enige die zich dat afvroeg. Alleen was ze nog niet zover. “Zou je niet weer eens willen exposeren?” “Hoezo?”, had ze gedacht. “Het is niet bedoeld voor een tentoonstelling, het hoort nog te veel bij mij.” Maar de vriendin zette haar wel aan het denken. Misschien als er negen maanden voorbij waren.

Portret gemaakt door Miriam

Meer lezen van Miriam?

Meer lezen over rouw en verlies?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Ontvang jij de PsychoseNet nieuwsbrief al?

Meld je aan en ontvang iedere week de nieuwe blogs en interessante items in je inbox.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *