Fotocredits: Pixabay; Saydung
Oorspronkelijk artikel van eerste auteurs Priscilla Oomen en Shiral Gangadin, in samenwerking met andere niet genoemde auteurs.
Wat maakt dat antipsychotica negatieve effecten kunnen hebben op het denkvermogen? Nieuw onderzoek laat zien dat zowel de dosering als het soort medicatie invloed kunnen hebben op de cognitie. In deze blog bespreekt Bram-Sieben dit onderzoek. Hij legt uit wat de BACS-test (Brief Assessment of Cognition in Schizophrenia) meet en wat dit betekent voor het onderzoek.
Priscilla Oomen en Shiral Gangadin vinden een negatieve relatie tussen de geschatte dopamine (D2)-receptorbezetting en cognitie (het denkvermogen) bij personen na een eerste psychose. Dat geldt ook voor dosering, waarbij hogere doseringen samen voorkwamen met lagere scores op verschillende cognitieve testen. Ook de kracht en de soort binding van antipsychotica hangen samen met cognitie: antipsychotica met een hogere bindingskracht op de dopamine (D2)-receptoren zijn gerelateerd aan lage cognitiescores.
Cognitie en antipsychotica
Het denkvermogen, zoals concentratie en geheugen, kan bij personen met een psychose aangedaan zijn, maar de rol van medicatie daarbij is nog onduidelijk. In onderzoeken zijn verschillende effecten van antipsychotica op het denkvermogen gevonden. Het lijkt dat doordat antipsychotica de symptomen van psychose verminderen, dit een positief effect op het denkvermogen geeft.
Andere studies melden juist dat hoge onderhoudsdoseringen van antipsychotica samenhangen met verminderd denkvermogen. De effecten van de antipsychotica worden deels verklaard door hun invloed op het dopaminesysteem. Door deze invloed kunnen zij negatieve effecten hebben op motivatie, geheugen, aandacht en verwerkingssnelheid, vooral bij hogere doseringen.
Onderzoek naar effect van antipsychotica op denkvermogen
Nieuw aan dit onderzoek is dat het denkvermogen werd onderzocht bij mensen vlak na hun eerste psychose (3 tot 6 maanden nadat de psychotische symptomen waren verminderd). Bij 278 personen werd de BACS afgenomen als maat voor denkvermogen. De BACS is een samenstelling van zes taken die allemaal verschillende kanten van het denkvermogen meten. De onderzoekers bekeken ook of het soort antipsychoticum een ander effect laat zien op bijwerkingen op het denkvermogen. Dat kan van invloed zijn op de keuze van antipsychoticum. Bij die keuze kunnen ook andere bijwerkingen relevant zijn die hier niet verder genoemd zijn.
De verschillende groepen antipsychotica remmen het dopaminesysteem, maar op drie verschillende manieren. Er zijn:
- gedeeltelijk stimulerende antipsychotica (bijv. aripiprazol),
- blokkerende antipsychotica met een lage bindingskracht (bijv. olanzapine en quetiapine), en
- blokkerende antipsychotica met een hoge bindingskracht op de receptor (bijv. haloperidol, risperidon).
Op basis van het soort antipsychoticum en de dosering maakten de onderzoekers een schatting van de dopamine (D2)-receptorbezetting in de hersenen.
De resultaten
Zoals verwacht kwam naar voren dat een hogere geschatte dopamine (D2)-receptorbezetting en hogere doseringen samenhangen met een slechtere globale cognitie, ofwel slechter algeheel denkvermogen, zoals gemeten met de totaalscore van de BACS-testen.
Daarnaast werd een specifiek negatief verband gevonden met woordvloeiendheid: de snelheid waarmee woorden gevonden worden. Bij deze test wordt bijvoorbeeld gevraagd om binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk woorden met een bepaalde beginletter op te noemen. Ook aandacht en verwerkingssnelheid waren lager bij mensen met een geschatte hogere dopamine (D2)-receptorbezetting.
Voor alle groepen antipsychotica betekent een hogere dosering een grotere negatieve relatie met algeheel denkvermogen. Dit effect was echter groter voor de blokkerende antipsychotica met een hoge bindingskracht (bijvoorbeeld haloperidol en risperidon).
Conclusies naar aanleiding van dit onderzoek
Het kiezen van een passend antipsychoticum is ingewikkeld. Dit gebeurt vaak op basis van effectiviteit in het verminderen van psychoseklachten, maar eigenlijk verschillen de antipsychotica hierin niet heel sterk van elkaar. Door ook denkvermogen mee te nemen in de overweging zou je een voorkeur voor gedeeltelijk stimulerende antipsychotica (bijv. aripiprazol) of blokkerende antipsychotica met een lage bindingskracht (bijv. olanzapine, quetiapine) kunnen hebben. Daarnaast ondersteunt dit onderzoek het belang van het zoeken naar de laagst mogelijke effectieve dosis. Dan zijn de negatieve effecten op het denkvermogen het laagst.
Over de auteurs
Priscilla is lange tijd werkzaam geweest bij de inclusie van HAMLETT. Zij is gepromoveerd op psychose en cognitie. Zij werkt nu als assistent-professor bij de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Shiral werkt op dit moment bij het Rob Giel Onderzoekscentrum en is nog steeds betrokken bij het schrijven van artikelen uit de HAMLETT-studie.
Meer lezen van Bram-Sieben?
Meer lezen over Antipsychotica en denkvermogen?
- Cognitieve problemen bij psychose — Info van PsychoseNet
- Antipsychotica en hersenschade — eSpreekuur
- Antipsychotica – over de werking en bijwerkingen — Info van PsychoseNet
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Ken je de hoofdstukken van PsychoseNet al?
De professionals van PsychoseNet schreven deze hoofdstukken met betrouwbare, hoopgevende informatie.














Geef een reactie