Main content

In haar rol van psycholoog heeft Clara tijdens haar werk regelmatig gesprekken met mensen die haar raken en haar bijblijven.

Onlangs was ik op huisbezoek bij een 57-jarige vrouw die vanaf haar zesentwintigste worstelt met een kwetsbaarheid voor depressie en psychose.

Haar leven is een aaneenschakeling van onderbrekingen. Onderbrekingen van opleidingen, banen, relaties, woonplekken. De ene keer lijken die onderbrekingen rechtstreeks het gevolg van een psychose of sombere periode, de andere keer lijkt het juist andersom te gaan.

Ze vertelde me over hoe eenzaam ze zich voelde en ook hoe mislukt

Ze toonde me een tijdschrift van een natuurvereniging waar ze al jaren lid van is. Het was een trigger die haar nog verder richting depressie deed opschuiven. Ze las een paar namen voor van mensen die iets hadden geschreven in het tijdschrift, sommigen met drs. of dr. voor hun naam of gefotografeerd met hun partner.

“Mensen die ik heb gekend, waarmee ik heb gestudeerd. Ze hebben titels en goede banen en relaties. Kijk mij nou, wie ben ik nou, wat heb ik nou bereikt? Wie zit er nog op mij te wachten?”

En dan wanhopig: “Ik ben zo jaloers en daar schaam ik mij juist zo voor, ik wil zo’n jaloers mens niet zijn, ik mag zo’n jaloers mens niet zijn!

Het bleef even stil en ik dacht aan mijn eigen jaloezieën. Jaloers zijn op een collega met een grote familie met innige banden, terwijl mijn familie zo uitgedund is door overlijdens en wat er nog is niet goed met elkaar omgaat.

Jaloezie soms op stellen waar de liefde vanaf spat terwijl mijn eigen grote liefde zo vroeg overleed. Jaloers op vriendinnen die nog volop kunnen sporten terwijl mijn lijf me allerlei beperkingen oplegt.

Ik kon even niks anders bedenken dan tegen haar zeggen: “Maar jaloezie is nu eenmaal een menselijke ervaring en ik heb die ook!”

Ze keek me met grote verbaasde ogen aan en zei: “Jij jaloers? Dat kan toch niet, je bent psycholoog en helpt anderen, dan heb jij toch een geslaagd leven en alles voor elkaar?”

Ik realiseerde me de afstand die ze in haar hoofd had over haarzelf en mij. En ik vond dat ik na mijn zelfonthulling ook boter bij de vis moest doen en deed een boekje open over mijn eigen jaloezie. Ze luisterde met grote ogen en moest zelfs lachen toen ik zei: “Ja en toch heb ik ook drs. voor mijn naam staan…

Vervolgens nam het gesprek een andere wending en kwam het op het thema ‘jaloezie’. Hoe ga je om met die menselijke ervaring jaloezie?

Ik herkende haar moeite met zichzelf waardevol te blijven vinden met negatieve gevoelens en gedachtes. En haar strenge innerlijke criticus die naast de pijn van jaloezie er nog een stevig schepje bovenop deed met oordelen.

Ik vertelde haar over hoe ik mijn eigen innerlijke criticus had leren herkennen. Hoe ik deze had leren te sussen.  En hoe ik nu in staat was jaloezie te mogen voelen. Dat ruimte ervoor maken er juist voor zorgde dat het gevoel minder lang aanbleef.

Hoe ik mezelf als gewoon mens kon blijven zien

Vervolgens pakte ze het tijdschrift er weer bij, bladerde wat en zei: “Misschien zijn deze doctors en doctorandussen ook wel eens jaloers.” En ik: “Je zou het ze kunnen vragen…

Het beeld van jaloerse doctorandussen werkte bij ons allebei op de lachspieren, maar leidde erna tot een idee.  Het idee was om een paar mensen in haar omgeving de vraag te stellen of ze wel eens jaloers waren. En hoe ze er dan mee omgingen. Bovendien leek de stap contact te zoeken met één van die oude bekenden die in het tijdschrift hadden geschreven een stuk minder onmogelijk of schaamtevol.

Zo nu en dan vind ik het zelf leuk om te schrijven hoe het mij als psycholoog vergaat open te zijn over eigen kwetsbaarheid.

Het gaat mij allang niet meer alleen over mijn psychose-ervaringen, maar over allerlei menselijke ervaringen

Voor mij is psychose ook een menselijke ervaring die in allerlei vormen en gradaties zich openbaart. We hebben te maken hebben met allerlei krachten, factoren die beeldvorming over mensen verdelen in normaal-gek, geslaagd-mislukt, succesvol en sneu, mooi en lelijk.

Ook binnen de GGZ zijn deze krachten impliciet en ook expliciet aanwezig. Het is bekend dat stigma en zelfstigma herstel van mensen in de weg kan zitten. Zelfs meer dan de psychische aandoening of kwetsbaarheid als zodanig. Ik hoop als hulpverlener door het delen van eigen ervaringen daar iets aan te doen.

PS Bovenstaand verslag is op sommige punten aangepast zodanig dat de persoon over wie het gaat onherkenbaar blijft.


Clara Koek is psycholoog met een psychotische kwetsbaarheid. Ze schrijft graag en vindt van alles.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Over jaloezie en relativering: ik was ooit bij de huisarts. Ik in een verwassen trui, zij moest ’s middags naar een beurs, en zag er dus nog net wat professioneler uit dan normaal. En dat contrast kwam toen erg binnen – niet dat ik veel op heb met beurzen en doorgaans hecht ik niet aan kleding, maar het symboliseerde voor mij de positie die ik niet meer had: die van professional. Ik had het daar moeilijk mee.

    Ik liep door naar de supermarkt, waar de cassiere mij een complimentje gaf vanwege mijn leuke trui. Daarmee was mijn verdriet over het verlies van mijn professionele rol niet meteen weg, maar het relativeerde wel enorm: wat ik symbool vond staan voor verlies werd maar een paar minuten daarna juist gezien als iets leuks.

  2. Als ervaringsdeskundige (manisch-depressief geweest) kan ik zeggen dat het reguliere medische circuit zich manifesteert als een blinde koning. Het regeert, maar ziet niet. Het ziet zichzelf als dé autoriteit op het gebied van de gezondheidszorg. Van ziekten van de Geest wordt weinig tot niets begrepen, en dat komt door het feit dat niet alles wetenschappelijk te bewijzen valt. Nog niet, in ieder geval…

    Wel zijn er mensen van de praktijk (een andere manier om tot weten te komen), die via het alternatieve medische circuit genezen zijn van bijv. psychoses en manisch-depressiviteit. Maar hier wordt, in mijn beleving, niet naar geluisterd. Het zou mooi zijn indien er een symbiose zou ontstaan tussen het reguliere medische circuit, het alternatieve circuit en de ervaringsdeskundigen. Dit zou ten goede komen aan mens en samenleving.

      1. Bedankt voor de link Jeroen!
        Wanneer ik dit stuk lees vraag ik me af waarom dit niet standaard kan? Complementair-integrale psychiatrie bedoel ik. Hooguit medicijnen als vangnet… maar lichaamswerk, homeopathie, EMDR of andere vormen van therapie zijn véél beter voor de patiënt. Zeker op de lange termijn.

        1. bedankt voor uw reactie, ik ben het met u eens dat er te weinig aandacht is voor het lichaam binnen de reguliere ggz. Terwijl lichaam en geest zo verbonden zijn en elkaar voortdurend beïnvloeden. Wel is er toenemende erkenning van het belang van ervaringskennis en vormen van traumabehandeling. Het gaat langzaam maar er komt meer ruimte voor complementaire-integrale psychiatrie. Ik ben hoopvol.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *