Main content

We hebben een café op de Grote Markt. Een super plek. Café beneden, restaurant boven en in de zomer een terras met 120 stoelen. In het kleine café voelt iedereen zich thuis: het is knus en overzichtelijk en het personeel kent iedereen die vaker komt bij naam. In het weekend staat de condens op de ramen als er een bandje speelt.

Er wordt veel lol getrapt onder het personeel. Nieuwelingen worden natuurlijk langs alle cafés op de Grote Markt gestuurd met een onmogelijke opdracht. Terwijl ze op weg zijn om bij de buren een bierhaspeltje, een wijnmagneet of een koffietepel te halen, liggen de andere werknemers in een deuk, alleen al bij de gedachte dat de buren deze kersverse collega weer doorsturen naar de volgende kroeg…

Als je in de horeca werkt, doe je mensenkennis op

Leer je omgaan met lastige klanten. Mensen die boos of chagrijnig zijn. Mensen die hun verdriet verdrinken aan de bar. Maar ook mensen die niet sporen. De binnenstad lijkt ze aan te trekken en regelmatig krijgen we er weer een gekkie bij.

Vanuit het raam dat uitkijkt op de Grote Markt, loopt dagelijks zo’n mafkees op en neer. Onverzorgd en verward. De hele dag loopt hij met gebogen hoofd en kleine stapjes de vloer af te speuren op zoek naar muntjes die tussen de onregelmatige stenen zijn gevallen. Met een paar man bestuderen we hem. Hij loopt altijd tien stappen vooruit en dan ineens – alsof hij niet anders kan – loopt hij er weer twee achteruit. We gieren het uit van het lachen: hij doet het weer.

Maar er zijn ook gekkies die binnenkomen

Dat mag, maar er zijn wel regels. Zo moeten ze wel iets bestellen en mogen ze andere mensen niet tot last zijn. R is er zo een. Hij is aardig en goedlachs, hij is niet normaal maar niemand weet wat er precies met hem is. R krijgt altijd één biertje van het huis en we hebben afgesproken dat hij niet mag bedelen bij de klanten. Hij hoort erbij.

Een tijdlang komt A In het café. A is echt altijd de weg kwijt, praat tegen stemmen die wij niet horen en kan heel overtuigd zijn over dingen die volgens hem wel en volgens ons niet gebeuren. Hij krijgt altijd een kopje koffie van het huis en in ruil daarvoor zorgt hij onbewust voor entertainment. Want grappig is hij wel, die A met zijn gekke praatjes en zijn rare loopje.

Dan is er nog eentje zonder naam. Hij zit altijd moedeloos aan zijn biertje voor zich uit te staren. Het liefst aan een grote tafel. Hem vragen we altijd om aan de bar te gaan zitten zodat hij niet in zijn eentje een hele tafel bezet houdt terwijl hij een uur over een biertje doet. Niemand vindt hem leuk maar hij doet ook geen vlieg kwaad.

L is zwaar depressief en heeft het café ontdekt

Hij wordt vaste gast en probeert vrienden te maken met het personeel maar hij hoort er nooit écht bij. Op een dag krijgen we het bericht dat hij voor een trein is gesprongen. Geschokt staan we met het personeel in de bijna lege aula bij zijn kist als er afscheid wordt genomen. Tijdens de dienst wordt er met geen woord gerept over hoe het met L ging en wat hem tot deze daad gedreven had.

We zijn nu 15 jaar verder. Dat café heb ik allang niet meer, maar aan die mensen moet ik nog wel eens denken. Uit argeloosheid en onwetendheid hebben we gelachen en gedaan wat ons het beste leek, niet wetend dat onze ‘diagnose’ zo gek niet was.


 

photocredit: pexels
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *