Main content

Een van mijn goede vrienden maakte een grapje dat ik tijdens mijn opname in ‘een hotel’ logeerde. Ik was daar tijdelijk, kreeg te eten en een bed, dus het klopte precies. Sindsdien ga ik nu nog terug naar het hotel voor gesprekken. Uiteraard was het niet helemaal een hotel, want in het begin mocht ik niet weg. Er waren allerlei vreemde gasten die je niet kon ontwijken, ik probeerde daarom vrienden te worden en ze te begrijpen.

Ik was zelf in hoge sferen en zag alles om me heen in boeddhistische zin. Voor mijn gevoel was ik was daar om andere deze mensen te helpen. Telepathische berichten die ik kreeg benadrukten toen de noodzaak te ontsnappen. Ik klom over een hoog hek met een kapot snoertje van mijn iPhone om me aan op te trekken. Door het ambulance gedeelte en over een kleiner hek.

Ik kwam toen bij de medium care afdeling, de schuifdeur stond open. Een mede cliënt leidde mij rond: “Hier staat een piano en is creatief, hier is de keuken.” Voordat ik het wist kreeg ik een meewarige blik van een verpleger, die mij vervolgens naar de deur bracht en naar buiten liet. Ik was een vrije vrouw!

Toch kwam ik weer terug naar het hotel. Na een lange zwerftocht door dimensies, met telepathische dwaalsporen en hogere doelen, werd ik in de trein gevonden richting Schiphol.

Ik had stiekem geplast tussen de zitplaatsen van een lege treincoupé, zover was het dus…Ik was op.
De spoorwegpolitie en daarna de politie, namen me mee naar het bureau.

In een stinkende cel begon ik heel hard liedjes zingen, waarna ze mij naar een aparte cel brachten. Ik vroeg waar we heen gingen. De agent zei: “naar de observatiecel”.
Hoeveel tijd er was verstreken weet ik niet. Ik rustte uit op het matras dat er lag en keek wat om me heen op zoek naar camera’s.

De ambulance bracht mij terug naar de gesloten opname afdeling

Op mijn dertiende had ik mijn eerste contact met de hulpverlening. Deze zocht ik zelf op, want ik had last van angstaanvallen. We waren ongeveer een jaar ervoor teruggekomen uit Australië waar we zeven jaar gewoond hadden. Ik voelde me in Australië helemaal thuis, van Nederland had ik weinig herinneringen.

Helaas kon ik mezelf niet openstellen bij de therapeut van het Riagg. Het had volgens hem geen zin meer om de gesprekken voort te zetten. Ik besloot aan “zelfhulp” te doen. Als ik een angstaanval voelde opkomen, zei ik uiterst streng tegen mezelf: “Nee we hebben afgesproken dat ik dit niet meer doe!” De angst zakte meestal weg, ook door beter adem te halen. De angstaanvallen stopten op den duur.

Helaas had ik niet voor elk probleem een trucje. De jaren erna waren somber, depressief, ik voelde mij minderwaardig, had aanpassingsproblemen, faalangst en had moeite connectie bij anderen te vinden. De lol was er dus al snel af eenmaal terug in Nederland. Ik had last van jeugdtrauma’s.

Ik raakte na een aantal jaren zo door te sukkelen in een fase met angst en weinig slaap.
Tijdens het extra jaar zilversmeden, won ik plots de eerste prijs. Mijn broer kreeg een kindje, en ik had een vakantie gepland.

Volgens de mensen in het hotel zijn deze plotseling, leuke gebeurtenissen de aanleiding geweest voor mijn eerste psychose.

Hoewel ik geen manie had, werd het een manische psychose genoemd. Ik was vierentwintig.

In 2015 wilde ik weg uit het hotel. Mijn ogen werden geopend door een aflevering van Zembla, gehete: “De bijbel van de psychiatrie.” Opeens werd mij duidelijk waar mijn jarenlange frustraties vandaan kwamen en mijn moeite te begrijpen waarom de GGZ zo met mij omging. Het pappen en nathouden, labelen, het bang zijn om te roeren in het potje van jeugdtrauma‘s, het potje geheel negeren.

Mij meer dan vijftien jaar laten doorsudderen met dezelfde valkuilen en problemen, maakte mij ontzettend boos, bijna woest. Het had verdomme al die tijd anders gekund! Het wisselen van ongeveer veertien psychiaters in zestien jaar, helpt toch ook echt niet mee. Ik vertrok na verschillende vervelende ervaringen, naar een andere instelling in de hoop op groener gras. Deze instelling had alleen geen crisisdienst zoals bij het hotel, mocht het mis gaan. Verder zag het er veelbelovend uit, ik was zo opgelucht en blij!

Ik wilde in die periode voorzichtig mijn medicatie afbouwen, maar werd toen onverwacht als reïncarnatie herkend, kreeg telepathische krachten en moest de wereld redden.

Ik was negenendertig. Terug bij af. Eenmaal weer bij de GGZ en dezelfde psychiater voor wie ik gevlucht was, wilde ik naar de tweede instelling terug. Zonder crisisdienst durven ze het niet aan met mij. Een vrijgevestigde psychiater misschien? Die zal het waarschijnlijk ook niet aandurven pas een jaar na mijn psychose.
Conclusie: ik kan gewoon niet weg daar!  Zoals bij Hotel Californië: you can check out anytime you like, but you can never leave.


Pien – kritische GGZ consument en (vrijwillige) communicatie medewerker bij een Natuurorganisatie

photo credit: Flickr
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Hi Pien
    Wat jij beschrijft is exact waar ik ook tegenaan loop: ik kan gewoon niet weg bij mijn instelling! Ik heb toegang tot crisisopname nodig en zij zijn de enige die dat kunnen bieden. Zou ik ergens anders heengaan, dan kom ik in geval van crisis toch weer bij mijn oude instelling. En waarschijnlijk duurt het dan langer omdat ik er niet meer bekend ben, en ik ontregel zo snel dat ik dat risico niet wil, en kan, en mag nemen.
    Het is niet anders!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *