Main content

Ik wil jullie graag voorstellen aan Paul. Paul is een 52-jarige man die dol is op voetbal, stamppot, Scandinavische thrillers en biljart. Hij draagt altijd een spijkerbroek, een geblokte blouse en nette gympen. Paul is sympathiek en heeft een uitstekend gevoel voor humor. Ook vind ik Paul een kei in relativeren. Net als ieder ander, heeft ook Paul zijn kwetsbaarheden, een psychosegevoeligheid om precies te zijn.

Paul is in zorg bij een FACT-team. In de wachtkamer van het ietwat klinische ggz-gebouw waar het FACT-team huist, hangt een poster met wat informatie over een lopend onderzoek naar seksualiteit, intimiteit en relaties. Mensen die mee willen doen kunnen bellen of mailen. Na lang twijfelen mailt Paul de onderzoekers om aan te geven dat hij graag mee wil doen. Paul wordt uitgenodigd voor een interview.

Het is 11:00 uur in de ochtend en met een bakje koffie zitten we tegenover elkaar voor het interview. In dit interview neemt Paul me mee terug in de tijd, naar de jaren 89/90. Paul is dan een jaar of twintig en tot over zijn oren verliefd op zijn vriendin, die even later zijn verloofde wordt. Hij werkt bij de bank, een veeleisende baan. Het leven lacht Paul toe en na een mooie trouwerij wordt er een dochter geboren. Veel is het wel; een kindje, een drukke baan, het nodige perfectionisme.

Paul raakt overspannen en maakt een eerste psychose mee

‘Nou, dan weet je niet wat je overkomt hoor, dat is echt heel heftig. Voor mij. Maar ook voor mijn vrouw.’ Er volgt een opname en al snel wordt Paul ingesteld op medicatie, Dogmatil in dit geval. ‘Het was alsof er een deken over mijn gevoel heen werd gelegd. Er ontstond een soort leegte waarvan ik dacht; ja het is wel rustig, maar wat blijft er nu over?’

Dit had ook z’n weerslag op het contact tussen Paul en zijn vrouw. ‘Ja natuurlijk hield ik nog van haar, maar ik kon moeilijk bij mijn gevoel. Ik raakte meer en meer op mezelf eigenlijk. Ook mijn behoefte aan intimiteit en seksualiteit werd minder. En al had ik behoefte gehad….dan was het nog niet gelukt, zeg maar.’

Met het schaamrood op zijn kaken en blik op de grond gericht vertelt Paul dat hij na de start van zijn medicatie weinig libido had en moeilijk een erectie kon krijgen

Paul beschrijft hoe dit tot een pijnlijke verwijdering tussen hem en zijn vouw heeft geleid. ‘Op een gegeven moment sliepen we zelfs niet meer bij elkaar in bed. Ik vond het zo naar, maar wist niet hoe ik het bespreekbaar moest maken. Ik schaamde me dood. Ik kon haar niet bieden wat ze nodig had. Ik was eigenlijk amper verbaasd toen ze op een gegeven moment verliefd werd op iemand anders.’

Ik voel een steek in mijn maag als ik dit hoor. Paul vertelt dat zijn vrouw nooit bij de behandeling is betrokken, voorlichting heeft gekregen, of is bevraagd op hoe het gaat. Dat is nu vast en zeker beter, hoopt Paul. Ik hoop met hem mee.

Na Paul zijn gestrande huwelijk heeft hij een aantal vriendinnen gehad. ‘Een vrouw versieren kan ik wel.’ Paul kijkt me vrolijk aan, ik kan me er wel wat bij voorstellen. ‘Maar als ik haar mee naar huis wil nemen, dan word het lastig. Dan schiet ik meteen in de stress. Als je niet weet of de boel functioneert, nou dan bedenk je je nog wel een keer. Ik ben daar wel eenzaam door geworden.’

Als ik Paul vraag of hij zijn problemen op het gebied van intimiteit en de bijwerkingen van zijn medicatie ooit met zijn hulpverleners heeft besproken schudt hij zijn hoofd

‘Vandaag is de eerste keer dat ik dit bespreek. Voor het eerst in…even kijken…30 jaar. Er was wel een moment dat ik dacht, ik moet het bespreken. Ik heb toen bij zo’n vragenlijst naar je leven, een vraag naar seksualiteit met een dikke onvoldoende ingevuld. Best spannend, want nu zouden ze er vast en zeker naar gaan vragen. Maar dat hebben ze nooit gedaan.’

Als ik Paul vraag wat hij had gewild van zijn hulpverleners binnen de ggz, is zijn antwoord pijnlijk simpel: ‘Ik had het mooi gevonden als ernaar was gevraagd. Kijk, als iemand het niet wil bespreken, dan hoor je het wel. Maar als iemand het wél wil bespreken, maar er niet naar wordt gevraagd, dan hoor je het niet. Denk ik hoor.’ Ik denk het ook.

Bij het afscheid schudden we elkaar de hand. ‘Wat ga je verder vandaag doen?’, vraag ik om wat luchtigheid te creëren voordat Paul de kamer verlaat. ‘De psychiater bellen voor een afspraak, we moesten het maar eens over mijn medicatie hebben, geloof ik.’


José de Jager is psycholoog. Ze werkt bij een FACT-team en begeleidt veel jongeren met een eerste of tweede psychose.

Meer blogs over intimiteit:

De partners moeten allebei door een rouwproces
Ben jij partner van iemand met psychosegevoeligheid?
In voor- en tegenspoed: dubbelinterview over intieme momenten in moeilijke tijden
Natuurlijk hield ik nog van haar maar ik kon moeilijk bij mijn gevoel

 

Bekijk ook het interview met José over psychoses en intieme relaties.

photocredit pexels
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Ik sluit me aan bij de woorden van Nanette. Er is zoveel stil verdriet over dit onderwerp. En een belangrijk aandeel in die stilte hebben wij als hulpverleners door het over het hoofd te zien of als ondergeschikt aan andere zaken te benaderen. Dank voor deze reminder Jose!

  2. Wat een prachtige blog Jose. Nog zo’n taboe wat we echt moeten slechten. Er naar vragen en er over praten is menswaardig. Dank voor jouw voorzet. Dat de ogen en oren van velen hierdoor geopend worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *