Main content

Zijn we collectief vergeetachtig? Hopensjouwer schrijft er deze blog over. “Wanneer we relatief kleine incidenten al verdringen, hoeveel sterker moet dat dan niet zijn met écht zwarte bladzijden uit onze geschiedenis?”

Heb je dat ook weleens: je komt een bekende tegen op straat, maar weet plots zijn naam niet meer. Of je vergeet een afspraak die weliswaar in je agenda stond, maar daar vergat je per ongeluk in te kijken? Zo laat ons geheugen ons soms behoorlijk in de steek. Het omgekeerde komt trouwens ook voor: soms onthouden we volstrekt nutteloze informatie. Zelf herinner ik me (door een haperende interne ‘delete’-knop) tot mijn afgrijzen soms nog tunes van jaren ‘70-programma’s als ‘Brigadier Dog’ of ‘Koning Klant’). (Brigitte Kaandorp wijdde aan dat fenomeen ooit een hele sketch.)

Wat het vergeten betreft: politici misbruiken ‘vergeetachtigheid’ nogal eens als excuus om pijnlijke zaken onder het tapijt te vegen

Zoals een premier die ineens (oeps!) glad vergeten is dat hij met iemand had gesproken over een ‘functie elders’ voor een kritisch Kamerlid. Want tja, sommige dingen vergeten we liever snel. Zelf hoorde ik een paar jaar terug tot mijn schrik dat ik als snotneus van een jaar of zeven ooit een meisje met een prachtig wit communiejurkje in een plas moet hebben geduwd. Ik schaamde me dood toen ik dat hoorde; waarschijnlijk had ik deze vuile streek daarom ook steeds zorgvuldig uit mijn geheugen gebannen…

Wanneer we relatief kleine incidenten als dat laatste al verdringen, hoeveel sterker moet dat dan niet zijn met écht zwarte bladzijden uit onze geschiedenis?

Vorig jaar zag ik de Duitse film ‘Im Labyrinth des Schweigens’, waarin een jonge officier van justitie in 1958 voor het eerst gruwelijke feiten onder ogen kreeg over een kamp uit de nazitijd, genaamd Auschwitz, en een en ander ging uitzoeken. Ik stond met mijn oren te klapperen toen ik zag hoe in de film jonge mensen bij de vraag wat ‘Auschwitz’ inhield, onwetend hun schouders ophaalden: ‘geen flauw idee’. Want tot eind jaren vijftig bleken de gruwelen van Auschwitz bij veel jongeren nog volstrekt onbekend, terwijl ouderen ze na 1945 jarenlang doodzwegen om deze schandvlek uit het collectieve geheugen te wissen.

Gelukkig kwam daar begin jaren zestig verandering dankzij het noeste werk van procureur-generaal Fritz Bauer

Daardoor moest Duitsland eindelijk zijn duistere oorlogsverleden onder ogen zien en kon niemand meer aankomen met de smoes ‘Wir haben es nicht gewusst’. Pas dan konden ze schoon schip maken.

En het heeft gewerkt. Toen ik in 2013 op vakantie in Berlijn was, was ik diep onder de indruk van de openheid waarmee de uitwassen van het Derde Rijk werden getoond. Met onder meer een enorm Holocaustmonument vlakbij de Brandenburger Tor en een uitgebreid documentatiecentrum over de nazimisdaden (‘Topographie des Terrors’) op de plek van het vroegere hoofdkwartier van de Gestapo. Aan deze openheid kunnen zelfs wij Nederlanders nog een voorbeeld nemen.

Maar ondanks alle nukken van ons geheugen is er één ding wat we ons altijd voor ogen moeten houden: dat het leven maar tijdelijk is

En dat we ons best moeten doen om er samen een goede tijd van te maken op dit ondermaanse. En als straks de coronapandemie (waarvan ik trouwens het liefst zou vergeten dat die ooit bestaan heeft) achter de rug is, pak ik met een broer een goed glas wijn op de goede afloop. Weliswaar ben ik grotendeels geheelonthouder, maar voor deze speciale gelegenheid wil ik dat graag voor één keer vergeten…


Hopensjouwer

Meer lezen?

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *