Main content

Na ‘Deel I: ‘De vrijheid van Parijs’‘, wordt in dit tweede deel van het drieluik over Parijs, Geeske haar verhaal vervolgd. In maart 2015 heeft Geeske haar hotelkamer ’s nachts verlaten. Ze wil een toeristische wandeling door het nachtelijke Parijs gaan maken. Helaas blijkt ‘Parijs bij Nacht’ minder vriendelijk en toegankelijk dan ze had verwacht…

Het is in- en in donker en ik loop doelloos door de koude verlaten straten van Parijs. Ik ben een half uurtje geleden uit mijn hotel ontsnapt. Duister Parijs oogt niet bepaald vriendelijk. Teruggaan naar het hotel is geen optie voor me. Ik kom even later een groepje mannen tegen. Ze staan in stilte dicht bij elkaar. Allemaal dragen ze zwartleren jassen met ver omlaag getrokken zwarte mutsen, sommigen dragen zelfs bivakmutsen. Ze hebben zwarte scooters. “Vast en zeker drugsdealers”, concludeer ik. Daar laat ik me niet door tegenhouden. Ik recht mijn rug en loop ze voorbij. Ze negeren me straal. Ik vind mezelf ontzettend dapper.

Ik loop verder. Ik ben de enige mens in Parijs zonder een zwarte bedekkende muts lijkt het. Ook lijk ik de enige dame in een flinterdun, nogal opvallend gekleurd zomerjasje te zijn. Ik krijg het vreselijk koud… Mijn enthousiasme over mijn wandeling neemt razendsnel af.

Even later zie ik dat ik bij het ‘Parc du Luxembourg’ sta. Wat een leuke verrassing! Ik kan mooi even door het park gaan wandelen. Tot mijn schrik liggen er tientallen dakloze mensen voor het toegangshek te slapen. Ze liggen bijna op elkaar gestapeld. Daar durf ik niet langs… Het park is gesloten en oogt donker en gevaarlijk. Ik ga snel weer via het zebrapad naar de veilige kant van de weg.

Parijs is duister. Een overweldigend gevoel van onveiligheid neemt bezit van me

Ik vind mijn uitstapje helemaal niet meer leuk meer. Ik wil naar de Seine en loop weer verder. Mijn Google Maps doet nog steeds heel vreemd en ik snap er niks van. De metrotoegangen blijken met stevige hekken afgesloten en liggen helemaal vol met slapende zwervers, ze liggen in hopen opgestapeld. Vele portieken liggen ook vol met mensen, het lijken me wel honderden mensen! Ze liggen nu ook al op de stoep en kijken me aan. Er zwerft verloren afval over straat. Het doet me verdacht veel aan een Westernfilm denken. Ik zie overal afbladderende aanplakbiljetten om me heen, de knipperende TL-lichten geven een filmachtig beeld. Er waaien verdwaalde kranten over de brede verlaten weg. Waarom draagt iedereen eigenlijk bivakmutsen? Ze houden mij, de kwetsbare toerist, vast en zeker in de gaten. Ik vind het griezelig.

Ik zie nog steeds geen tekenen dat ik de Seine nader. Verward pak ik mijn telefoon er weer bij. Ik ben ver van de Seine afgedwaald zie ik nu. Ik wil omdraaien, maar ik durf niet. Stel dat iemand me herkent wanneer ik terugloop? Men ziet natuurlijk direct dat ik verdwaald ben en kan me zo te grazen nemen. Stel dat ze me als roedel willen beroven, verkrachten en dan ontvoeren? Er liggen hier honderden mensen en ik ben kwetsbaar…

Ik concludeer dat ik deze nacht waarschijnlijk niet zal overleven

Dat zie ik vooral een praktisch probleem, want mijn lichaam moet wel teruggevonden worden. Open eindjes moeten netjes afgerond worden. Ik besluit over te steken naar de andere kant van de weg om wat meer afstand te scheppen. Het is aan de overkant donkerder en de stoep is hier veel smaller. Er is nog minder ruimte om afstand te houden. Morgen zal waarschijnlijk mijn eerste dag als vermist persoon zijn concludeer ik.

Ik besluit mijn partner een WhatsApp te sturen. Ik neem een foto van mijn locatie -een willekeurige lege donkere straat- en stuur deze, samen met de quasi onschuldige melding ‘Parijs ontwaakt’, naar mijn man. Met dit kleine onschuldige berichtje zal hij zich vast en zeker geen zorgen om me maken, beredeneer ik. En dankzij dit berichtje zal mijn laatste vindplaats later snel bekend zijn voor de politie. Dat is handig voor de reconstructie van de laatste uren van mijn leven. De politie zal, zodra ik morgen als vermist opgegeven ben, mijn man vast en zeker benaderen. Heb ik dat probleem ook weer opgelost. Ik loop weer verder richting Seine.

Mijn partner schrikt in Nederland wakker van mijn WhatsAppje. Hij heeft direct in de gaten dat ik in Parijs zwerf. Hij doet zijn best om me terug te loodsen op de momenten dat we even contact hebben. We hebben niet veel contact, ik stuur hem nog slechts twee korte onbeduidende berichtjes.

Uiteindelijk arriveer ik bij de rivier ‘de Seine’

Er verschijnen steeds meer vroege joggers in Parijs. Ik loop door naar de Notre-Dame, dat is bekend terrein voor me. Ik bekijk deze prachtige kerk aandachtig: de beelden en de mooie lichten intrigeren me. Op een bankje op het plein voor de Notre-Dame neem ik plaats. Hier ben ik helemaal alleen. Het voelt hier veilig. Ik kom weer wat tot rust. De zon begint op te komen rond 07.00 uur. Ik ga op de ‘Pont au Double‘ staan en leun met mijn ellebogen op de balustrade. De zonsopkomst is werkelijk prachtig, ik geniet met volle teugen.

Ik concludeer enthousiast dat deze nachtelijke wandeling absoluut de moeite waard is geweest! Enthousiast neem ik een selfie van mezelf met de Notre-Dame op de achtergrond en zie vervolgens dat ik mijn ontbijt al over een half uurtje geserveerd krijg in het hotel. Ik moet terug. Jammer!

Onderweg naar het hotel loop ik in een impuls een bakker binnen en koop, waarschijnlijk ben ik de eerste klant van de dag, lekkere verse koekjes. Daarmee kom ik de dag wel door. Ik eet er alvast één op en stop de rest in mijn tas. Vandaag staat mijn presentatie op het programma voor de internationale delegatie. Het belooft sowieso een lange intensieve dag te worden. Ik kan maar beter snel teruggaan…


Geeske Roorda is redacteur voor PsychoseNet. Ook schrijft ze regelmatig over haar zoektocht naar goede hulpverlening en het goed zorgen voor zichzelf. Lees hier haar andere blogs.  

Meer informatie:

Fotocredits: Geeske Roorda
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *