Main content

May-May Meijer en Jim van Os zijn in deze blog met vraag en antwoord in gesprek over wat je hebt te doen als je kind (of andere naaste) psychotisch is en je niet meer wilt zien.

Vraag May-May:

Onlangs werd ik gebeld door een moeder die zich oprecht afvroeg wat zij het beste kan doen nu haar kind van zestien jaar haar en haar man niet meer wil zien. Ze heeft last van een psychose en denkt dat haar ouders haar echte ouders niet zijn, maar in plaats daarvan mensen met een masker op.

Ze raakt van streek door contract met hen. Ik heb aangegeven wat ik heb meegemaakt toen ik psychotisch was – dat beschrijf ik hieronder – en ben ook heel erg benieuwd naar jouw advies Jim?

Ik wilde mijn echtgenoot, zwager en partner van mijn moeder niet zien toen ik psychotisch was

Toen ik zelf gedwongen opgenomen was met een zware psychose in een psychiatrisch ziekenhuis in 2009, wilde ik mijn echtgenoot niet zien. Ik was ervan overtuigd dat het mijn missie was om vrede te brengen met iemand anders en daarom was ik ook uit huis weggelopen.

Mijn echtgenoot heeft mijn ‘wens’ om hem niet te zien gerespecteerd. Zodra ik uit mijn psychose was belde ik hem direct. We zijn nog een paar dagen met elkaar opgetrokken, maar helaas concludeerde hij daarna dat ‘onze liefdesband’ weg was.

Ook wilde ik mijn zwager niet zien, ik was ervan overtuigd dat hij werkte voor de AIVD. Hij heeft mijn wens gerespecteerd en later toen ik uit mijn psychose was ging het direct beter.

Andere mensen lijken soms net acteurs

Het gevoel dat andere mensen net ‘acteurs’ lijken herken ik overigens. Dat heb ik ook gehad. Dan dacht ik dat onze schoonmaakster niet echt onze schoonmaakster was maar een ingehuurde actrice die informatie zou doorspelen aan de AIVD. Van een overbuurman heb ik ook een keer hetzelfde gedacht. Ik dacht dat hij een pruik op had en opgemaakt was.

Inlevingsvermogen van naasten

Ik vond het fijn dat de mensen om me heen keken hoe ik reageerde en mijn ‘wens’ om hen niet te zien respecteerden. Het hielp mij ook als mensen (een arts in opleiding en mijn zwager) meegingen in mijn belevingswereld en vroegen mij uit te leggen hoe de AIVD werkte.

Dan had ik het gevoel dat ik er niet zo alleen voor stond. Voor mij was mijn wereld waar, ik voelde me er dan ook erg alleen voor staan als artsen alleen maar zeiden: “Je bent ziek en hebt medicijnen nodig.”

Ik had het gevoel dat ik niet met hen mocht praten van de AIVD. Ze hadden geen idee aan wat voor verschrikkingen ik bloot stond. Ik had het gevoel dat ik vaak vergiftigd werd als ik iets moest drinken et cetera.

Wat hielp was toen mijn moeder zei: “We houden van je’’

Mijn moeder wilde ik wel zien, maar soms was ik ook achterdochtig naar haar. Ik kan me herinneren dat het me erg hielp toen ze op een keer recht uit haar hart zei: “We houden van je.” Toen begreep ik dat het echt zo was.

Kortom, ik denk dat het het beste is om rekening te houden met de wensen van de persoon die psychotisch is, dat je open staat om te horen wat hij of zij meemaakt en dat je – indien dit mogelijk is – laat zien dat je om diegene geeft. En verder is een psychose weer voor iedereen anders.

Wat denk jij Jim? Wat is jouw advies?


Antwoord Jim:

Helemaal eens, May-May – is het korte antwoord. De psychose is veranderlijk in inhoud, intensiteit en in de mate waarin het gedrag erdoor wordt beïnvloed. Dus als algemeen principe kan gelden: niet te snel en niet te heftig reageren, ruimte geven voor de beleving van de ander maar wel je liefde laten zien, direct en/of indirect, al naar gelang wat mogelijk is.

Ik denk dat het belangrijk is dat mensen zodanig informatie krijgen over psychose dat ze dit soort situaties beter tegemoet kunnen treden

Psychose is in essentie dat alles wat vanzelfsprekend ‘eigen’ is: zoals onze gedachten, onze gevoelens, onze bewegingen en onze dierbaren, het aspect krijgen van ‘vreemd’, ‘niet-eigen’, ‘anders’.

Je eigen gedachten komen je vreemd voor en lijken door iemand anders in je hoofd gestopt. Je bewegingen lijken onder controle te staan van een externe kracht. En je dierbaren lijken dubbelgangers die de plek van de ander hebben ingenomen.

Psychose is dus dat alles wat eerst vanzelfsprekend, vertrouwd en automatisch was, opeens vreemd, anders en bedreigend is. Juist de mensen die het meest dierbaar zijn komen in de psychose in de positie van de ‘vreemde andere’, die niet meer herkend wordt.

Dit begrijpen kan in ieder een verklaring bieden waarmee begrip en compassie kan ontstaan

Dat kan teleurstelling en boosheid vanwege de gepercipieerde afwijzing voorkomen.

Verder is het denk ik belangrijk om de ervaringen van de persoon die in de psychose verkeert te leren zien als een metafoor, want ook dit kan helpen om het liefdevolle contact te bewaren ondanks de ogenschijnlijke afstand die de ander lijkt op te leggen.

Met metafoor bedoel ik dat alle relaties, vooral met degenen die ons het meest dierbaar zijn, ook ambiguïteit in zich hebben. Hoe meer je van iemand houdt, des te harder het kan clashen als je uit elkaar dreigt te drijven.

Die spanning is er altijd, in latente vorm, het yin en yang van de relatie

Een psychose is een metafoor hiervan: het is een verbijzondering van de normale dubbelzinnigheid die in de relatie met dierbaren bestaat. Deze ambiguïteit heeft ook bestaansrecht: de psychose is niets anders dan een (tijdelijke) metafoor van normale dubbelzinnigheid.

Het meest tragisch vind ik als de ervaring van vreemdheid en dreiging jegens de dierbaren in de psychose zo sterk is dat het ook na de acute fase blijft bestaan als een retrospectieve overtuiging.

Dit is moeilijk voor te stellen, maar soms is psychose zo’n sterke grenservaring dat er een onwrikbare overtuiging blijft bestaan rond hoe de wereld er in de psychose uitzag.

Het kan maken dat mensen bijvoorbeeld hun ouders nooit meer willen zien, op basis van de alleroverheersende ‘vreemdheid’- en ‘onechtheid’-ervaring in de psychose.

Het vergt veel geduld, verleiding om de psychoseervaring bespreekbaar te maken

Er moet dus ook aandacht zijn voor ondersteuning voor de getroffenen, die vaak verbijsterd en gekwetst achterblijven. Maar gelukkig is dit zeldzaam.


May-May Meijer is voorzitter van Peace SOS. Ze werd in 2009 gedurende zes maanden gedwongen opgenomen en schreef daar een boek over.

Jim van Os is hoogleraar psychiatrie, voorzitter van de Divisie Hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en een van de initiatiefnemers van PsychoseNet.

Lees ook deze blogs van Jim en May-May:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *