Main content

Jeroen schrijft over de geschiedenis van de psychiatrie. In deze blog schrijft hij over het ontstaan van de term depressie binnen de psychiatrie. “Mensen die aan melancholie leden, hadden een teveel aan zwarte gal. Het verklaart ook waarom we vandaag de dag nog steeds spreken van zwartgalligheid”.

Pas in de twintigste eeuw geraakte de term depressie ingeburgerd

Voorheen werd gesproken van melancholie, een begrip dat zijn oorsprong kent in de Antieke Oudheid. Grofweg kan gesteld worden dat melancholie de geijkte term was om een geestelijke toestand van neerslachtigheid en lethargie mee aan te duiden, sinds de tijd van Aristoteles (384 v.C.-322 v.C.) tot die van Freud (1856-1939). ‘Rouw en melancholie’, geschreven door Freud in 1917, vormt de afronding van het melancholie-tijdperk.

Gedurende meer dan twee millennia bleef de geneeskunde gebruik maken van een voor ons primitief aandoende visie op ziekte en gezondheid. Daarin werd gesteld dat vier lichaamssappen, of humoren (vandaar het gebruik van het woord humeur, om een gemoedstoestand uit te drukken), de lichamelijke en geestelijke gezondheid van iemand bepaalden. Indien er een onevenwicht was in de hoeveelheid van elk van deze lichaamssappen, had dit tot gevolg dat iemand ziek werd.

De vier lichaamssappen waren gele gal, zwarte gal, bloed en slijm. Mensen die aan melancholie leden, hadden een teveel aan zwarte gal. In het Grieks vertaalde zich dat als: melas cholè. En zo belanden we bij de etymologie van het woord melancholie. Het verklaart ook waarom we vandaag de dag nog steeds spreken van zwartgalligheid.

Melancholie kwam vaak voor

Heel vaak. In het Oud Testament wordt gewag gemaakt van de deplorabele geestelijke toestand waarin koning Saul zich bevond (I Samuel 16:14) Saul was de eerste koning van de Israëlieten, en leefde naar verluidt in de elfde eeuw voor Christus. Door de geschiedenis heen vallen er talloze voorbeelden te geven van historische figuren die onder wat we nu een depressie noemen gebukt gingen.

Meer recent is er het voorbeeld van koningin Victoria van Engeland (1819-1901). Gedurende haar leven leden zij en haar man, Albert, verschillende malen aan hevige depressies. Meer bekend is de levenslange toestand van depressie waarin president Abraham Lincoln (1809-1865) verkeerde. Talrijk zijn de getuigenissen van zijn complete ontreddering, maar tevens van zijn vasthouden aan een ijzeren discipline, om met diezelfde neerslachtigheid te kunnen leven.

Melancholische gemoedstoestanden troffen niet enkel de meer voorname personen uit de wereldgeschiedenis. Onder de armere lagen van de bevolking bewoog de wolk van de mentale uitzichtloosheid zich ook ongehinderd voort. Alcoholisme en zelfdoding als gevolg daarvan waren zeker geen uitzondering.

In de loop van de negentiende eeuw ontstond de psychiatrie als aparte wetenschappelijke tak

Naast en samen met de laboratoriumgeneeskunde, begonnen artsen in met name Duitsland geestesziekten te beschouwen als hersenziekten. Een biologische kijk op psychiatrische problemen effende het pad voor de ‘psychiatrie van de ziektebeelden’.

Van de Duitse psychiater Wilhelm Griesinger (1817-1868), bijvoorbeeld, is de uitspraak ‘Geisteskrankheiten sind Gehirnkrankheiten’ (‘Geestesziekten zijn hersenziekten’) bekend geworden. Mentale problemen, zo werd steeds meer aangenomen, waren een gevolg van lichamelijke aandoeningen. Als dusdanig dienden ze behandeld, wat wil zeggen: zoals elke andere ziekte.

Er werd voortgeborduurd op de laboratoriumvisie op geestelijke aandoeningen

De Duitse psychiater Emil Kraepelin (1856-1926) schreef aan het begin van de twintigste eeuw enkele invloedrijke leerboeken. Daarin stonden de verschillende geestesziekten netjes uitgeschreven, inclusief symptomen en een mogelijke (farmacologische) aanpak ervan. In 1921 muntte hij de term ‘manisch- depressief’, nu gekend als ‘bipolair’ (bipolaire stoornis).

Kraepelins werk zou de fundering vormen waarop later het psychiatrisch gebouw van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders werd opgetrokken. (De eerste DSM werd gepubliceerd in 1952).

Freuds ‘Rouw en Melancholie’ werd uitgegeven op een moment waarop de klinische depressie haar weg naar het collectief geheugen baande

Onze hedendaagse kijk op psychiatrische problemen in het algemeen en depressies in het bijzonder, is hoe dan ook schatplichtig aan de wetenschappelijke inzichten, de biologische uitgangspunten zeg maar, die in laboratoria ontstonden.

In een volgend artikel bespreek ik de impact van de medische revolutie, die na 1950 plaatsvond, en de invloed van de emancipatorische tijdgeest die vanaf de jaren 1960 hun invloed lieten gelden.


Jeroen Follens  was gedurende enkele jaren actief als hulpverlener in de forensische psychiatrie (in Nederland TBS genoemd). De opleidingen die hij afrondde zijn heel divers: cultuurwetenschappen, een lerarenopleiding en orthopedagogie.

Meer lezen:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *