Main content

Als ik iets heb geleerd in de ruim twintig jaar, die ik als kinder- en jeugdpsychiater werk, is het dat niet is te voorspellen hoe iemand zich zal ontwikkelen en dat hoop en vertrouwen de basis vormen van hulpverlening. Tien jaar geleden schreef ik een column in het tijdschrift Kind en Adolescent Praktijk waarin ik pleitte de term persoonlijkheidsstoornis af te schaffen. Het was op dat moment in de ogen van meerdere behandelaren een nogal beschuldigende doemdiagnose.

Een depressie was te behandelen maar met een persoonlijkheidsstoornis moest je maar leren leven. Zo leek de gangbare opvatting. Vaak gingen de deuren dicht voor mensen die zelf ernstig leden maar die helaas anderen – ook hulpverleners – van zich afstootten door hun moeilijke gedrag.

Gelukkig zetten veel mensen zich inmiddels wel steeds meer in vanuit een meer hoopvolle benadering met gerichte behandelingsmethoden voor mensen met deze problematiek. Zo hoort het ook te zijn als je psychosegevoelig blijkt te zijn en het risico loopt dat dit als een doemdiagnose wordt gezien.

Hoop en vertrouwen voor mensen die psychosegevoelig zijn

Het uitgangspunt van mijn pleidooi voor het afschaffen van de term persoonlijkheidsstoornis was dat mensen hun leven lang in ontwikkeling blijven. De voortdurende wisselwerking tussen persoon en omgeving kan zowel verstorend als helend uitwerken. Hoe de omgeving, inclusief de hulpverlening, zich opstelt, doet er dus toe. Het gebruik van een diagnostische term, die een hopeloze of uitzichtloze uitwerking heeft, is dan ook uit den boze.

Ik zal mijn achterliggende gedachte uitleggen, omdat die óók geldt voor het huidige debat over het wel of niet bestaan van schizofrenie en het gebruik van deze term. Daarom zal ik kort beschrijven hoe in de kinder- en jeugdpsychiatrie ontwikkeling en interactie centraal worden gesteld. Deze manier van kijken maakt namelijk duidelijk hoe mensen in het hier en nu kunnen vastlopen. Deze zienswijze biedt mogelijkheden om samen plannen te maken die juist hoop en vertrouwen voor de toekomst creëren.

Kijken met een ontwikkelingsgerichte bril

In het werk met kinderen en jeugdigen staat het kijken naar ontwikkeling op diverse vlakken centraal: het relationele, het emotionele, het verstandelijke en het lichamelijke.

Bij voorspoedige ontwikkeling nemen mogelijkheden van elk van deze aspecten toe met de leeftijd. Passende stimulans van buitenaf, bijvoorbeeld via opvoeding en onderwijs, en ook onderlinge innerlijke beïnvloeding spelen hierbij een rol.

Gevoel en verstand werken bijvoorbeeld over en weer op elkaar in en versterken elkaar daarmee in het algemeen. Genoemde ontwikkelingskanten raken onderling steeds meer op elkaar afgestemd en verweven bij nieuwe uitdagingen in elke levensfase. Een gunstige ontwikkeling, vergroot weer de kans dat iemand zelf kan bijdragen aan gunstige ontwikkelingsomstandigheden, enzovoorts.

Bij het jonge kind zijn deze ontwikkelingsgebieden en de samenhang ertussen nog vrij algemeen en globaal van structuur en is de afhankelijkheid van de omgeving nog groot. Hoe ouder, hoe breder en gevarieerder de ontwikkelingsmogelijkheden worden en minder afhankelijk van anderen. De ontwikkeling per gebied en de onderlinge afstemming ertussen bepalen dus samen het aanpassings- en zelfsturingsvermogen in de verschillende levensfasen. Zo nemen bepaalde mogelijkheden op latere leeftijd ook weer af.

Stress en veerkracht als basis voor herstel

Stressfactoren van binnenuit of vanuit de omgeving kunnen de aanpassings- en zelfsturingscapaciteiten belasten of eerder nog niet bemerkte kwetsbaarheden blootleggen en ontregelend werken. Dat kan in minder of meer ernstige mate gebeuren en zodanig, dat hulp nodig is.

Aan de andere kant kunnen innerlijk aanpassingsvermogen – denk aan veerkracht en humor –  en gewijzigde omstandigheden in de omgeving  waaronder passende hulp ervoor zorgen dat herstel optreedt en nieuwe uitdagingen kunnen worden aangegaan.

Deze dynamische zienswijze gaat daarmee niet uit van vaststaande oorzaken, standaard beloop of te voorspellen uitkomsten. Het is niet helemaal oké óf helemaal mis. Er is juist veel variatie. Voortdurende verandering is een gegeven. Hulpverleners zouden passend moeten aansluiten bij de behoeften, waarden en voorkeuren van hulpvragers en helpende kanten goed moeten benutten.

Samen regelen

Vele collega’s en ik zetten ons dagelijks in om de manier waarop jeugdigen en hun naasten tegen hun eigen situatie aankijken samen met hen te verweven met deze ‘ontwikkelingsgerichte kijk’. We gebruiken de taal van de gezinnen en brengen samen in beeld wat hen helpt en wat hen hindert en creëren zo samen hun persoonlijke verhaal waaruit iedereen hoop kan putten of een reëel perspectief kan ontwikkelen.

We spreken veelal in termen van regelen. Wie krijgt wat – ieder voor zich en samen – nog geregeld? Waar is sprake van ontregeling? Hoe kunnen en mogen wij tijdelijk mee helpen om het weer voldoende geregeld te krijgen?

Bij een psychose spreken wij bijvoorbeeld van ontregeling als de afstemming tussen de diverse ontwikkelingskanten meer of minder is weggevallen.

Relationele verschijnselen zoals bijvoorbeeld achterdocht en ook emotionele aspecten zoals angst, denkproblemen en een veranderd eet-, bewegings- en slaap-waakpatroon, kunnen we daarmee op een ondersteunende manier een plaats geven. We brengen ook in kaart hoe de wisselwerking met belangrijke mensen in de omgeving verloopt en gaan ook actief na wat nog wél goed gaat op al deze vlakken.

We tekenen dit samen uit in een plaatje dat overzicht, inzicht en uitzicht biedt. Samen spreken we af hoe we het samen weer geregeld willen krijgen zodat ontwikkeling weer mogelijk wordt.

Ik stelde tien jaar geleden voor de term persoonlijkheidsstoornis af te schaffen, omdat betekenisaspecten zoals ontwikkeling, veerkracht, dynamiek en perspectief waren weggevallen uit dit bedachte woord.

Hetzelfde geldt nu voor de term schizofrenie

Ook deze term is ooit bedacht en daarmee in principe af te schaffen om dezelfde redenen.

Ontwikkeling stopt namelijk nooit!

 


George WestermannKinder- en jeugdpsychiater. Heeft samen met Jac Maurer, klinisch psycholoog/gezinstherapeut, de Dialoogmodelmethode ontwikkeld, een manier van werken die hoop en vertrouwen, samenwerking, afstemming en overeenstemming bevordert met oog en oor voor het unieke verhaal en eigen krachtbronnen.

dialoogmodel.nl

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. zoals je zegt, inderdaad ook het gebruik van persoonlijkheidsdiagnostiek houdt niet over als het gaat om ontwikkeling,dynamiek, veerkracht en perspectief. Ik zal nooit vergeten dat ik in een les over persoonlijkheidsstoornissen een fragment te zien kreeg van de klassieker ‘one flew over the cuckoo’s nest’. Met een weergaloze Jack Nicholson als Mc Murphy die de dictatuur van nurse Ratched aanvecht en zijn eigenheid vasthoudt tot het bittere eind. Ik verwachtte een pleidooi te horen van de docent over de invloed van de context op gedrag wat mensen laten zien, zoals in een psychiatrisch ziekenhuis. Maar tot mijn verwarring vroeg hij serieus welke persoonlijkheidsstoornis wij van toepassing vonden bij Mc Murphy. Ik dacht echt even dat ik zelf in de verkeerde film zat.
    Ook ik zie in de praktijk veel variatie en veerkracht bij mensen met psychoses en hun omgeving. Waaraan de term schizofrenie en het gebruik ervan geen recht doet. En dan heb ik mijn eigen geschiedenis(blog Repelsteel) waarbij het beloop zo anders is dan mij voorspeld. Het is natuurlijk maar 1 verhaal, maar er zijn er velen weet ik. Dat vraagt om nuancering en daar gaat deze site over.

  2. Vanuit dit dynamische ontwikkel/mensbeeld heb ik moeite met de term casus.
    Casus maakt van een mens een stilstaand “iets” , abstraheert een wezen van vlees en bloed tot iets wat vanaf afstand als het ware geobserveerd wordt en doet geen recht aan de mens erin/erachter , Past ook niet meer in de trend van het : afwerpen”van “professionele distantie”en dit te vervangen door wat ik noem; “professionele nabijheid”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *