Main content

Ik ben er pas laatst achter gekomen dat psychosegevoeligheid in de familie zit aan mijn vaders kant. Mijn vader zelf heeft nergens last van maar zijn broer, mijn opa én zijn broer zijn allemaal psychotisch geweest.

Eerlijk gezegd ben ik best bang dat ik de gevoeligheid ook heb geërfd. Is er een manier om daar achter te komen?

Dylan (24), Zwolle


Iedere week behandelen we een dilemma van een lezer in ‘Wat zou jij doen?’ Kijk voor het dilemma van deze week op onze Facebookpagina en laat daar of hieronder jouw mening of advies achter. Zo helpen lezers elkaar!

Wil je zelf een vraag vraag voorleggen? Stuur je vraag naar redactie@psychosenet.nl.

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Maak je niet te ongerust!
    Als er iets is wat duidelijk is geworden in de medische wetenschappen, is dat psychosegevoeligheid veroorzaakt wordt door (een combinatie van) heel veel verschillende factoren, zoals: stress door een stedelijke omgeving, gebruik van alcohol of drugs, slachtoffer zijn van seksueel misbruik of andere misdaden, verkeerde medicatie (bijvoorbeeld bepaalde antidepressiva die juist hallucinaties en angsten oproepen), sociale exclusie, stress door migratie, slaapgebrek, vochtgebrek, vergiftiging, gevlucht zijn voor oorlog of vervolging in een ander land.

    Pin je niet vast op de genetica. In mijn ogen zijn genetische verklaringen zelfs een beetje griezelig, omdat de Nazi’s hier ook flink mee aan de haal gingen. Nog even en het Kabinet Rutte besluit dat mensen met een schizofrenie-gen niet geboren mogen worden of linea recta afgevoerd moeten worden naar de levenseindekliniek, om kosten te besparen.

    Het is allang bekend op welke wijze psychoses voorkomen kunnen worden. De nadruk moet komen te liggen op preventieve geneeskunde. Ons brein is buitengewoon complex en gelukkig ook flexibel, hersencellen vernieuwen zich wel degelijk! Mensen kunnen veel leren, ook op welke manier zij zichzelf in balans kunnen houden.

  2. Soms vraag ik me af, als psychosegevoelig persoon, of het nuttig is een genetisch bewijsbaar begin of eindpunt te vinden. Tenzij dat natuurlijk toch ooit gebeurt en als basis kan dienen voor behandeling. Ik zie niet in wat een client daar zelf nu mee kan, dat is voor de wetenschap. Zelf ervaar ik de invloed van omgevingsfactoren in relatie met hoe ik zelf ( op dat moment) in elkaar steek ( en dat wisselt nogal eens) als het meest bepalende. Ik denk ook dat je door gebeurtenissen in je levensverhaal in relatie tot jezelf en je kwetsbaarheid deze problematiek kan krijgen. En dat is vlgs mij maar deels te sturen, misschien keuzes en bedrag tot op zekere hoogte. Het is me nooit duidelijk geworden in hoeverre je als mens eigenlijk authentiek bent of kan zijn, omdat zoveel zaken een mens beïnvloeden. De algemeen toenemende verharding in de maatschappij en hoe we met elkaar omgaan en de angst dat mensen als het er op aan komt misschien zelf uit moeten zoeken, leiden bij mij tot toename van klachten. Steun vanuit omgeving, lichaamsactiviteit en een hond verlichten de klachten. Medicatie gebruik ik niet meer, heb aangepast werk, meer emoties, maar ook veel interne woede. Die kan ik gelukkig goed beheersen, maar ik heb de (ijdele?) hoop dat ik me van binnen naast zelfstandiger en gezonder ook nog eens vriendelijker ga voelen en een basisvertrouwen terugkrijg. Heb zelf niet zo heel veel vertrouwen meer in hulpverlening, na wat negatieve ervaringen ( kan deels aan mijn eigen houding hebben gelegen en deels aan de bejegening), maar dat is voor mij ook een sterke motivatie om me koste wat kost staande te houden in het gewone leven. Dat was toch de bedoeling? Psychiatrie als middel, niet als doel?

  3. Mooi, zoveel helderheid op een rijtje.
    ‘Stemmen horen zien als menselijke variatie’ in combinatie met het ‘ delen van eigen kwetsbaarheid’ ervaar ik soms als best lastig, dit uit te moeten leggen aan collegae in de GGZ. Soms heb ik het idee dat ze het niet eens willen horen. Zij willen blijven geloven in hun eigen geloofsovertuiging (wetenschap). Denkkaders in de GGZ die in 50-100 jaar zijn opgebouwd, kost het uitleggen veel tijd , geduld en vertrouwen.
    Zelf heb ik stemmen gehoord, beelden gezien en een soort weten ervaren, die ik plaats als lichte psychotische ervaringen. Zij hebben mij veel inzichten opgeleverd. Kortom ik was er blij mee op de momenten dat deze info binnen kwam. Ben de stemmen, de beelden gaan begrijpen. Heb hier mee leren omgaan.
    Het is in vergelijking met de biomedische en psychologische benadering dan zo’n andere wereld. Terwijl verschillende denkkaders m.i. elkaar zouden kunnen aanvullen. Als men maar niet zo overtuigd zou zijn van het gelijk wat ieder denkt te hebben.
    Dylan, dank je wel voor je vraag.

  4. Esther dank voor deze reactie! Heel belangrijk voor iedereen om te horen – er zijn veel mensen die in aanraking zijn gekomen met hun psychosegevoeligheid, ervan hebben geleerd, en door zijn gegaan met hun leven.

    Omdat de GGZ deze mensen niet meer terug ziet, gaat het beeld ontstaan dat alle psychose heel ernstig is en een ongunstige prognose heeft, want dat is de variatie die vooral door de GGZ wordt waargenomen.

    Resultaat is pessimisme en eenzijdige focus op het concept van de genetische hersenziekte ‘schizofrenie’ waarvan men de code met genetisch en hersenzoek dient te kraken.

    In werkelijkheid echter is ‘schizofrenie’ slechts een fractie van een veel grotere groep mensen met psychose die een grote variatie in prognose hebben – maar omdat de mensen met de relatief goede prognose niet in de GGZ zijn bestaan ze als het ware niet…..

  5. Bovenstaande reactie van Jim van Os kan ik alleen maar beamen. Dat is dan de theorie. Uit eigen ervaring weet ik dat psychosegevoelig zijn niet per se hoeft te betekenen dat je ook een psychose gaat krijgen.
    Laat even(als je het kan) de gedachte aan genetische aanleg los. Ik denk namelijk dat de omgevingsfactoren (als het om psychose gaat) een grotere rol gaan spelen in een mensenleven dan de genetische aanleg. Ook los van opvoeding en persoonlijkheidstrekken moet er heel wat gebeuren voordat je zodanig uit je evenwicht zou kunnen raken dat je een psychose krijgt.
    In mijn geval was, wat mij uit mijn redelijke evenwicht bracht, een ongeluk dat mijn zoon overkwam en een aantal stressfactoren op mijn werk. Ik was drie maanden redelijk ontregeld. At minder, sliep slecht. Voor het eerst in mijn leven vroeg ik bij een psychiater om slaapmedicatie(want ik was in behandeling voor depressie, toen in remissie.). Een paar dagen goed kunnen slapen dan zou ik het weer op eigen kracht kunnen, was mijn gedachte. Mijn verzoek werd afgewezen. Dat heb ik als verschrikkelijk vernederend ervaren, want ik ben wat medicatie aangaat echt tegen en neem alleen iets als het echt niet anders kan. Het duurde daarna nog een of twee weken voordat ik voor het eerst in mijn leven psychotisch werd. Achteraf denk ik, dat deze psychotische episode niet had hoeven gebeuren als er naar mij was geluisterd of tenminste werd meegedacht. Mijn collega’s hebben me toen opgevangen en ervoor gezorgd dat ik werd opgenomen. Na mijn psychose kon ik mijn werk hervatten en ben later met een studie begonnen dat ik succesvol kon afronden. Ik kan nog steeds mijn beroep uitoefenen en weet intussen waar ik op moet letten zodat ik niet nog een keer psychotisch wordt.
    Wat ik hiermee wil zeggen, ook al zou het gebeuren dat je psychotisch wordt, dat betekent dan niet het eindevan je leven zoals je het graag zou willen leven.
    En wat ik hiermee (via een omweg dan) ook wil zeggen, ook al heb je in je familie leden die psychosegevoelig zijn, dan hoeft het voor je niet te betekenen dat je onherroepelijk ook een psychose gaat krijgen. (In mijn familie is mij namelijk geen enkel geval van psychose bekend, wel heb ik een aantal trauma’s die vermoedelijk hun aandeel gehad kunnen hebben bij mijn psychosegevoeligheid.)
    Waar je misschien op zou kunnen letten zonder te angstig na jezelf te kijken: een goed dag -en nachtritme, goed netwerk bestaand uit vrienden en familie die je raad kunnen geven, mocht je het moeilijk hebben en op wie je kan bouwen. Een goede huisarts die meedenkt en, ook belangrijk, werk waar je blij van wordt.

  6. Voor vrijwel alle menselijke eigenschappen geldt dat verschillen tussen mensen in de mate waarin ze die eigenschap hebben, gedeeltelijk kunnen worden verklaard door genetische variatie.

    Ook de gevoeligheid voor psychose kan tot op zekere hoogte worden verklaard door genetische variatie – zo blijkt uit familieonderzoek en tweelingonderzoek. Niet verwonderlijk, dus.

    Maar genetische kwetsbaarheid is niet voldoende om psychose te krijgen, kwetsbaarheid heeft ook te maken met de omgeving, en met het samenspel tussen genen en omgeving. In het geval van psychose is die wisselwerking zeer complex en zijn de effecten van genen en omgeving heel moeilijk apart van elkaar te bestuderen.

    Er is naarstig gezocht naar welke genetische varianten bijdragen aan het genetische risico dat men in familie- en tweelingonderzoek heeft vastgesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat er letterlijk duizenden genetische varianten zijn die elk een HEEL klein beetje bijdragen aan het risico voor psychose. Met andere woorden: iedere persoon op aarde heeft minstens honderden genetische varianten die bijdragen aan psychose. Conclusie: het is menselijk om genetische kwetsbaarheid te hebben voor psychose.

    En: er is geen genetische test voor psychosegevoeligheid die goed kan voorspellen of iemand een psychose gaat krijgen.

    Hoe meer onderzoek er gedaan wordt naar psychose, des te meer blijkt dat het gaat om een vorm van menselijke variatie, die weliswaar soms in hinderlijk hoge mate voorkomt, en soms tot ernstige zorgbehoefte kan leiden, maar die wel onderdeel is van algemene menselijke variatie.

    Het is een beetje als bloeddruk: iedereen heeft bloeddruk, en soms loopt die te hoog op – onder invloed van genetische en omgevingsfactoren – en is er behandeling nodig. Maar het is niet mogelijk om te voorspellen, op basis van een test, wie hoge bloeddruk gaat krijgen.

    Mensen zijn geneigd te denken in termen van ziek en niet-ziek en hebben dus vaak moeite met het model van psychose als menselijke variatie. Vandaar dat je soms mensen uitspraken ziet doen in de trend van ‘schizofrenie is een genetische hersenziekte’; blijkbaar wordt het wetenschappelijke bewijs van psychosegevoeligheid als menselijke variatie niet altijd goed begrepen.

    Dus we moeten vooral blijven uitleggen!

  7. Na tientallen jaren onderzoek naar schizofrenie genen, is er nog niks gevonden. Dat geldt voor alle psychologische problemen. Ik denk dat John Read een goed verhaal heeft wat het wél kan veroorzaken. Het is een combinatie van factoren zoals jeugdtrauma’s, drugs, etc. Uit onderzoek van van Os en andere blijkt bijvoorbeeld dat mensen die ernstig zijn mishandeld 48 keer meer kans hebben op een psychose. Ik denk dat Read het het beste kan uitleggen, hier is een video: https://youtu.be/Y6do5bkUEys

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *