Het boek Wat psychisch lijden is, geschreven door Jim van Os en ontstond vanuit een zin die hij in zijn loopbaan honderden keren heeft gehoord. Iemand zit vijf of tien jaar in de ggz en zegt tegen hem: “Had ik dit maar geweten aan het begin. Had ik geweten welke vragen ik had moeten stellen. Had ik geweten dat er meer was dan wat de eerste behandelaar me vertelde.”
Dat is volgens Van Os de hele reden voor het boek: mensen aan het begin meer inzicht geven in hun eigen zelfkennis bij het psychisch lijden dat ze ervaren. In plaats van pas na jaren te ontdekken wat ze eigenlijk al wisten.
Dit gaat over iedereen
Van Os heeft het boek voor het grote publiek geschreven, niet voor een klein deel van de bevolking dat toevallig een diagnose heeft gekregen. Psychisch lijden hoort volgens hem bij mensen. Bij iedereen: bij jezelf, bij hem, bij de buurvrouw en bij de collega die er prima uitziet. Angst, somberheid, ontregeling en vreemde ervaringen horen bij het menselijke bereik, en niet bij een aparte categorie zieke mensen.
Zodra dat serieus wordt genomen, verandert ook de vraag. Het gaat dan niet meer om de vraag of iets bij de zieken of bij de gezonden hoort. De vraag wordt: wat gebeurt er in iemands leven waardoor dit naar boven komt, en wat heeft diegene nodig om er weer uit te komen?
Je weet meer dan je kunt zeggen
De kern van het boek is volgens Van Os dat mensen veel kennis hebben over hun eigen ervaring, maar die kennis veel te weinig gebruiken. Want:
- Je weet hoe het voelt.
- Je weet wat er met je gebeurde toen je vader uit zijn slof schoot.
- Je weet hoe je lichaam reageert in een volle kamer.
- Je weet wanneer iets erger wordt en wanneer iets oplucht.
- Je weet welke mensen je rust geven en welke niet.
- Je weet welk werk je opvreet en welk werk je voedt.
Dat is volgens Van Os echte kennis. Deze kennis is alleen impliciet: je weet het wel, maar kunt het niet meteen in woorden zetten. Daardoor legt deze kennis het af tegen de expliciete kennis van het systeem, tegen categorieën en symptoomlijstjes die door commissies zijn bedacht en die nergens specifiek over jou gaan.
Vervolgens gebeurt er volgens hem iets vervelends. Iemand probeert in de spreekkamer iets te zeggen dat niet in diagnostische taal past en krijgt het terug in taal die daar wel in past. Dat klinkt als angst. Daar zit misschien trauma onder. Dat is dan een depressieve component. Het verhaal wordt vertaald en na een paar maanden hoort iemand zichzelf praten in woorden die niet van hem of haar zijn. Zonder eigen taal heb je geen eigen kompas.
Zelfhelend vermogen is geen vaag begrip
Het tweede deel van het boek gaat over wat volgens Van Os wel werkt. In de rest van de geneeskunde is het al langer bekend. Antibiotica remmen bacteriegroei, maar het eigen immuunsysteem ruimt de boel op. Behandeling geeft een zetje, creëert hoop en perspectief, en de persoon zelf brengt zijn of haar heling teweeg.
Bij psychisch lijden werkt het volgens Van Os precies zo. In de herstelbeweging wordt het al jaren gezegd: herstellen doe je zelf. Dat betekent niet dat je het alleen doet. Het betekent dat behandeling een opstapje is naar iets in jezelf dat wakker moet worden. Motivatie, perspectief, een leerproces en taken die je aangaat om iets te veranderen in je context.
In de leerboeken staat dat volgens hem niet zo. Daarin staat dat richtlijnbehandelingen symptoomreductie realiseren. Dat verhaal is volgens Van Os ingehaald door de wetenschap, maar het blijft bestaan.
Dit is geen aanval op de ggz
Van Os schrijft het boek niet om de ggz af te branden. In de ggz werken volgens hem goedwillende, hardwerkende mensen die hun best doen binnen een systeem met scherpe randen. Er gebeuren daar goede dingen.
De ggz heeft, net als mensen zelf, gevoeligheden en talenten. Met zijn boek probeert Van Os mensen in staat te stellen om met die talenten mee te werken en de gevoeligheden te omzeilen. Het probleem is volgens hem dat mensen zonder voorbereiding op een spoor worden gezet dat vooral over tekorten gaat: wat heb je, wat is er kapot en welke techniek gaat dat repareren? Wie dat spoor eenmaal op is, komt er lastig af.
Waarom je dit vooraf moet weten
Van Os wijst daarbij op de cardiologie. Die heeft volgens hem de grootste gezondheidswinst niet alleen in de spreekkamer geboekt, maar ook met publieksvoorlichting: bewegen, niet roken en anders eten. Iedereen weet wat een gezonde bloeddruk ongeveer betekent.
In de ggz is dat volgens Van Os nooit op dezelfde manier gedaan. De bevolking heeft vijftig jaar lang een verhaal over hersenziekten gehoord, maar verder weinig informatie gekregen. Daarom ziet hij zijn boek als een publieksvoorlichtingsproject. Mensen krijgen woorden, inzicht en vragen die ze kunnen stellen. Vooraf, niet achteraf.
Daarnaast kunnen mensen volgens Van Os leren zien wat er al om hen heen bestaat, vaak buiten de ggz. Een herstelacademie, een lotgenotengroep, een ervaringsdeskundige, een coach in het sociaal domein, een vaktherapeut of een vrijwilliger die elke week tijd voor iemand heeft. Dat ecosysteem bestaat volgens hem al voor een groot deel. Mensen hoeven niet te wachten tot iemand hen erop wijst.
Tot slot

Het boek verandert in zijn eentje niets. Wat het volgens Van Os wel kan doen, is mensen andere woorden geven, een ander perspectief en een paar handvatten. De rest is werk. Het werk van de lezer zelf.
Zijn advies is daarom om het boek te lezen voordat je hulp gaat zoeken, en het door te geven aan iemand die wankelt en nog niet weet welke kant diegene op moet.
Meer lezen over zelfkennis bij psychisch lijden?
- Mentaal vastlopen – zo kom je er weer uit
- Pleidooi voor het toepassen van ervaringskennis
- Opbouwen van je identiteit na een psychose
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Verder lezen over goede zorg en GGZ?
Onderstaande boeken zijn geschreven door hoogleraar Jim van Os. In deze eerlijke boeken lees je meer over psychose, trauma, de nieuwe GGZ, herstel en veel meer.









