Main content

Mijn leven: Een fijne partner, goud waard! Een stalkende moeder, ze maakt mijn wereld langzaamaan steeds onveiliger met haar on(be)grijpbare woede.

Twee veeleisende piepjonge kinderen die ik combineer met mijn werk op mijn twee thuiswerkdagen. Een helse worsteling.

En dan de reorganisatie nog: Ik ben dit jaar geplaatst op een nieuwe uitdagende functie, een ruwe tegenstelling tot mijn teamgenoten die gedwongen afscheid moesten nemen.

Ik krijg last van psychische klachten en ik kom helemaal tot stilstand. Ik ben binnen een jaar uitbehandeld bij de tweedelijns GGZ-instelling ik waar ik mijn stinkende best deed, maar niet werd gezien.

Met ieder hokje werd ik verder doorgeschoven naar de Exit van de instelling

“Mijn ziekte is een groot probleem”, zegt mijn argwanende arboarts, de man die me nooit gelooft. Hij geeft herhaaldelijk aan dat hij hoopt dat ik een persoonlijkheidsstoornis heb. “Want daarmee heb je geen recht op ziekte, want dan ben je gewoon zo”, vertelt hij me. Hetzelfde geldt volgens hem voor mijn depressie.

Na ieder bezoek met hem moet ik weer in zes weken opbouwen van vijftig procent naar honderd procent productiviteit. Mijn leidinggevende draait deze opbouwschema’s terug en sluit uiteindelijk aan bij de gesprekken met mijn Arbo-arts.

Hij stelt dan de vraag “Wat is nu eigenlijk een Gaf-score?” en vervolgens slaat mijn Arbo-arts volkomen stil. Ik vertel mijn arts uiteindelijk wat de Gaf-score inhoudt op mijn formulieren. Hij lijkt voor het eerst beschaamd.

Na een jaar ziekte vraagt mijn werkgever via de arboarts een expertise onderzoek aan bij een eerstelijns GGZ-instelling om meer inzicht in mijn ziektebeeld te krijgen.

Het ééndaagse onderzoek dat volgt geeft meer duidelijkheid dan de gespecialiseerde GGZ-instelling in een jaar kon geven

Het onderzoek behandelt ook de vraag van mijn werkgever of er sprake is van hoogbegaafdheid binnen het werk. Ik word voor het eerst serieus genomen. Ik besluit daarom over te stappen naar deze eerstelijns instelling:

Ik houd van de diepe rollende lach van mijn nieuwe therapeut; hij is open, halverwege de dertig en is leergierig. Mijn dissociëren blijkt al snel een moeilijkheid. Hij probeert door middel van pressie door de dissociatieve laag te breken in intensieve dubbele sessies. Ik weer hem af vanuit oude beschermingsmechanismen.

Binnen enkele weken glijd ik langzaamaan verder onderuit. Mijn energieniveau stijgt van hypomaan tot manisch waarin ik prachtige energiebanen om me heen zie die mijn pad wijzen. Ik heb ook heldere rustige momenten.

Ik stel mijn therapeut de vraag of ik wellicht een dissociatieve stoornis heb. Ik wil dit graag laten onderzoeken. Mijn therapeut geeft als antwoord dat hij op YouTube een filmpje heeft gezien over dissociatieve stoornissen en zegt me: “Dat moet je echt niet willen.” Hiermee is het direct einde discussie.

Ik zak steeds dieper in een lange depressie, waarin ik de overtuiging opvat dat mijn gedachten afleesbaar zijn en kom hallucinaties tegen op mijn pad. Ik vertrouw niemand en zak nog dieper.

De worsteling is onmenselijk. Ook voor mijn gezin

Weer wat verder in de tijd aangekomen onderbouw ik bij deze psycholoog mijn vermoeden dat ik mogelijk een bipolaire stoornis heb. Hij luistert naar me en blijkt dan direct bereid te zijn om dit verder te laten onderzoeken.

Een psychiater, speciaal ingehuurd, stelt enkele weken later de bipolaire stoornis vast en vraagt me goedwillend wat ik in hemelsnaam bij deze eerstelijns instelling te zoeken heb. Hij schrijft lithium voor, benadert mijn huisarts die me in moet gaan stellen en die ook de reguliere bloedspiegelcontroles moet gaan uitvoeren.

Ook schrijft hij een brief waarin staat dat ik met spoed door een gespecialiseerde instelling gezien moet worden. Hij houdt uit eigen beweging een vinger aan de pols voor mij binnen deze eerstelijns instelling.

Het is tijd voor weer een nieuwe stap, terug naar de gespecialiseerde GGZ. Ik wil niet terug naar mijn ‘oude’ regionale GGZ-aanbieder (die uit mijn eerdere blog). Ik wil graag naar een andere gespecialiseerde zorgaanbieder waar kennis van de bipolaire stoornis is. Dat lijkt me geen onredelijk idee toch?

 


Geeske Roorda

Fotocredit: Geeske Roorda
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Dag Mireille,

    Als ik jouw intro-zin lees (Mijn leven: Een fijne partner, goud waard! Een stalkende moeder, ze maakt mijn wereld langzaamaan steeds onveiliger met haar on(be)grijpbare woede.) dan vermoed ik in jou een volwassen KOPP – Kind van Ouder met Psychische Problemen. KOPP zijn heeft erg veel invloed op je emotionele huishouding en je vermogen om daar balans in aan te brengen.
    Het kan veel aanvullen als je je – naast in bipolaire stoornis – ook in je KOPP-zijn verdiept. De impact van je achtergrond overzien, jouw eigen reactie (bipolariteit) begrijpen, e.e.a. op waarde schatten en integreren in je leven. Dat alles zou kunnen maken dat je ermee leert omgaan. Al zou ik voorlopig (als ze werken althans) de pillen niet laten staan.

    Hartelijke groet,
    Kassandra Goddijn

  2. Beste Mareille,
    Zowel je blog als je antwoorden maken me heel erg benieuwd naar je deel drie. Complimenten voor je duidelijke uitleg en analyse.
    Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat je zoekt bij de gespecialiseerde instelling. Ik leg even uit waarom.
    Voor mij werkt het na 14 jaar andersom; ik ben intussen zelf gespecialiseerd in het hebben van een bipolaire stoornis. Ik kan er goed mee leven, ik herken extreme emoties en probeer goede omstandigheden voor mezelf te creëren. Daarmee beperk ik het risico op een hypomane of depressieve periode. Ik voel me afgestudeerd bij de specialist waar ik veel van heb geleerd en wil hooguit af en toe voor controle naar mijn huisarts in plaats van, in mijn geval, naar Psyq. De huisarts heeft echter liever dat ik gespecialiseerde zorg houd. Dat zet me aan het denken. Vandaar mijn vraag aan jou!

  3. Hallo Karel, bedankt voor je mooie reactie. Dank je wel.

    Hallo Marjory, ook jij bedankt voor je activerende woorden. Ik hield en houd van mijn moeder, ze had uiteraard ook haar eigen levensverhaal. Ik heb daar begrip voor en koester dan ook geen enkele wrok in haar richting. Mijn moeder heeft als volwassene een vreselijk (moeilijk) leven gehad en ze was helaas geheel niet in staat tot een normale gezonde manier van genieten. Ze is inmiddels overigens ook overleden.

    Vroegkinderlijke traumatisering, zeker als er meerdere kinderen hierbij betrokken zijn, en stalking zijn ernstige aangelegenheden. Gebeurtenissen die een lange nawerking hebben op kinderen en volwassenen. Ik wens het niemand toe. Ik heb overigens geen last van perfectionisme op het moederschap.

    Ik heb een prachtig leven en knallen heb ik voorheen altijd in ruime mate gedaan. Ik ervaar het als veel fijner om niet meer te hoeven knallen, om niet meer steeds door de oude overweldigende angsten heen te willen denderen of om mijn grenzen steeds mijlenver uit te rekken om hoog te presteren. Ik geef vandaag de dag de voorkeur aan rust, persoonlijke groei en een fijne balans. Dat werkt perfect voor mij. 🙂

  4. Jouw probleem is je relatie met je moeder, Je probeert afstand van haar te houden – dissocsieren – terwijl je moet leren van haar te houden zoals zij werkelijk is, want jiji BENT haar. Jouw perfectionisme zit je in de weg, als jij kon zijn als je moeder, kon je genieten van het leven.

    Ik heb zelf een bipolaire stoornis en dat komt omdat ik een vrije seksuele moraal heb. Ik leef zoals de mensen in de jaren zestig. Ik geloof dat dat komt omdat ik toen geboren ben, en dat ik die mentaliteit uit de lucht heb opgepikt. Mijn ouders waren heel degelijk en helemaal geen hippie, maar het zit in de muziek. Mijn moeder had altijd de radio aanstaan op Hilversum 3, en dat heb ik gehoord, inclusief de teksten, en later in de jaren tachtig ook de clips en AVRO Toppop.

    Koester je jeugd, geef je moeder een positieve rol, waardeer wat ze heeft gedaan voor anderen en voor zichzelf. ook al vindt ze zelf dat ze zichzelf altijd heeft weggecijferd. Maak elkaar niet kleiner dan nodig, jullie zijn twee geweldigde vrouwen die lol kunnen maken met elkaar.

    Dit betekent dat jij en ik allebei geen stoornis hebben, alleen kwetsbaarheid voor de grootste liefde van je leven: je moeder. Logisch toch? Weg met die pillen en die artsen, ga eens stappen met je moeder (naar de kroeg) en pak je werk weer op en ga knallen!!!

  5. Ja das ook een van de problemen hè. De rol van de omgeving die je maar beperkt zelf in de hand hebt. Zelfs de rol van omgevingen die al lang niet meer bestaan soms maar toch door blijven werken en een soort continu energieverlies in het lichaam bewerkstelligen. Terwijl je soms nog van alles zou willen wat dan gewoon niet meer gaat.of, en das ook opmerkelijk, de ene keer heel veel gaat en de volgende keer amper iets. Dus dat die energieverdeling steeds belangrijker wordt. Selectief omgaan met mensen helpt me soms. Van sommigen krijg ik energie en van anderen raak ik juist leeg. Maar dat hebben mensen ook bij mij. Daarbinnen is het een continue zoektocht waarbij zelftwijfel een grote rol kan spelen. Een krachtig ankerpunt in het lichaam zou helpen overal stabieler te staan maar dat is soms moeilijk te vinden. Alleen zijn combineren met sociaal haalbaar functioneren probeer ik te ontwikkelen maar in genormaliseerde gesprekken zit er in het lichaam vaak toch iets te drukken waardoor het ook weleens misgaat. En dat begrijpen mensen niet. En de schaamte is dan weer terug want eigenwaarde is volgens mij ook alleen maar rationeel stuurbaar. Iedereen weet dat mensen gelijkwaardig zijn. De onderliggende emoties voelen het heel anders als het mis gaat.

  6. Hoi Karel,

    Deze opbouw is voor velen herkenbaar, dank je wel. Bewaken van belastbaarheid en balans doet veel goeds. Ik ben na enkele jaren van ontregeling uiteindelijk moegestreden op lithium ingesteld en heb het verschil mogen merken. Het beperken van externe belastende omstandigheden is inderdaad ontzettend waardevol. In mijn periode van ziekte heb ik ervaren dat dit helaas erg lastig te realiseren was omdat een bepaald familielid, en op een zeker moment ook de hulpverlening, voor het leeuwendeel van de overbelasting en een intense onveiligheid zorgde. Ik vond het een lastige zoektocht.

    Mijn verhaal gaat binnenkort trouwens verder in een derde deel.

  7. Herkenbaar’ zo’n verhaalopbouw. Maar dus uiteindelijk toch een diagnose en lithium. Ik vraag me vaak af of extremere stemmingswisselingen niet in eerste instantie gebaat zijn met met verlagen van ambitie ivm lagere belastbaarheid, of het leven meer in de breedte inzetten ipv de nadruk op werk. Mijn persoonlijke ervaringen is dat vooral bij overbelasting en ( sociale) stress er problemen ontstaan. Als het contra gedrag wat op deze site beschreven wordt afdoende is, dan is voor mijzelf leven zonder medicatie prettiger. Alhoewel je dan wel goed op moet letten en veel stressfactoren je niet in de hand hebt. Ik heb indertijd zo ongeveer alle gangbare pillen wel gehad en weer gestopt. Van lithium werd ik helemaal vlak en doods. Niets interesseerde me meer. Sommige mensen die ik ken zeggen er baat bij te hebben. Zou mooi zijn als bv werkomstandigheden ed zodanig positief zijn dat frustraties beperkt kunnen blijven. Door overbelastende omstandigheden medicatie nodig hebben of door een stoornis sneller in je leven in overbelastende omstandigheden terechtkomen? Moeilijk kip en ei verhaal soms denk ik. als individu kun je hooguit je omstandigheden soms veranderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *