Main content

Ralph Kupka is psychiater en hoogleraar bipolaire stoornissen aan de VU. In dit interview legt hij uit wat een bipolaire stoornis is, hoe een depressie of manie eruit kan zien en hoe je daar als naaste het best mee om kunt gaan.

Wat is een bipolaire stoornis?

Een bipolaire stoornis wordt ook wel manisch depressiviteit genoemd. Manisch depressiviteit is een aandoening die komt en gaat. Bij depressies is er eigenlijk van alles te weinig: je hebt nergens meer zin in, je ziet het niet meer zitten, je hebt geen energie meer, je kan niet meer slapen, je kan niet meer eten.

De tegenhanger is de manie, dan is er eigenlijk van alles te veel. Dan heb je ontzettend veel energie, je doet heel veel, zelfs dingen die eigenlijk niet kunnen, die niet verantwoord zijn. Je voelt je fantastisch, je hebt eigenlijk geen oog meer voor de realiteit in je omgeving. Iedereen probeert je een beetje af te remmen, maar dat vind je eigenlijk onzin, want je hebt gelijk.

En dat je niet meer te corrigeren bent daarin, dát noemen we eigenlijk een psychose. Dus dat je het contact met de realiteit kwijt bent. Dat zie je ook bij depressie, als het heel erg wordt. Dan krijg je echt waanideeën over hoe slecht je bent en wat je allemaal verkeerd hebt gedaan, niemand kan dat dan nog rechtzetten.

Bij een manie denk je dat je bijzondere gaven hebt, je kan heel erg veel en je hebt gelijk en je moet die plannen doorzetten, dat moet vandaag. En niemand kan je daarin corrigeren. Je krijgt ruzie met de mensen die proberen om je een beetje bij te sturen. Mensen verliezen het contact met je, die zien aan je dat je niet jezelf bent. Dat noemen we een psychose.

Een psychose kan allerlei vormen aannemen

Bij manisch depressiviteit heeft de psychose de kleur van de stemming. Dus bij de depressieve psychose is eigenlijk alles donker en somber en negatief en is het gekleurd met ondergang en mislukking en dat soort thematiek. En bij de manie is het eigenlijk gekleurd van een soort irreëel optimisme dat je alles kan en dat alles moet, en dat je beter bent dan wie dan ook en dat het nu moet.

Dat is anders dan bij een psychose die bijvoorbeeld gepaard gaat met achterdocht. Dat je denkt dat je achtervolgd wordt, dat mensen je kwaad willen doen. Dat komt ook wel eens voor bij manisch depressiviteit, maar dat is niet de boventoon. De boventoon heeft te maken met hoe je je voelt. Of diep ellendig in een depressie of eigenlijk heel fantastisch in een manie.

Hoe kom je erachter dat je een bipolaire stoornis hebt, of een depressie of manie?

Bij een depressie kom je er wel zelf achter, want dat voel je zelf. Iedereen is het er ook meestal over eens dat je somber bent en dat je je naar voelt. Bij de manie is het ingewikkeld want dat begint vaak met een toestand die eigenlijk veelal positief wordt gezien. Je voelt je hartstikke goed, je hebt veel energie, je hebt meer ideeën, je hebt allerlei initiatieven, je bent opgewekt. En in het begin merk je zelf niet zo maar dat dat erger wordt, de omgeving ziet vaak wel dat je niet meer jezelf bent.

Vaak zie je het aan de ogen van iemand, dat er een soort verwilderde blik komt. Of je krijgt geen contact meer met je partner of met je kind of met je ouder, terwijl degene zelf denkt dat het heel erg goed gaat, sterker nog, die heeft zich nog nooit zo goed gevoeld. Dat noem je verlies van het ziektebesef. Dan heb je niet meer in de gaten dat het niet goed met je gaat.

Dat is het grote probleem met de manische psychose, dat er een enorm contrast gaat ontstaan tussen datgene wat de mensen om je heen van je vinden en wat je zelf vindt. En daar valt vaak niet eens over te praten, daar krijg je enorme ruzie door, dat geeft hele grote problemen, het verlies van het besef dat er iets met je aan de hand is.

Hoe ga je daar als naaste dan het best mee om?

Dat is best lastig omdat je vaak, als je daarover in discussie gaat, ruzie krijgt. Degene voelt zich onbegrepen, die voelt zich miskend. En iedereen heeft het mis behalve diegene zelf. Je moet eigenlijk iemand duidelijk maken: zo ken ik jou niet. Ik zie iets aan jou wat ik niet ken en daar maak ik me zorgen over. Ik denk dat het vooral moet gaan over bezorgdheid. Dat je het contact kwijt bent. En helaas houdt het daar vaak ook een beetje op want die ander die zegt: ja, maar ik voel me goed.

Dus in feite kan je in de manische fase niet veel doen?

Je kan wel veel doen, maar je moet vooral erg veel tact en geduld opbrengen. Dat geldt ook voor hulpverleners, want die zien ook wat er aan de hand is. Die willen met de patiënt op één lijn komen en het eens worden, dat het niet om een gewone toestand gaat. En dat lukt dan niet. Dat leidt heel vaak tot verwijdering en onbegrip. Wat je bij een bipolaire stoornis zou moeten kunnen opbrengen als familielid, als ouder of als partner is dat je bij iemand blijft. Dat je iemand niet in de steek laat, ondanks dat die jou eigenlijk verguist en zegt dat jij er niks van snapt of jou verwijt dat je hem klein wilt houden.

Wat als iemand met een bipolaire stoornis bijvoorbeeld veel geld uitgeeft?

Dan moet je echt actie ondernemen. Bankrekeningen blokkeren en passen intrekken bijvoorbeeld. En dat leidt altijd tot conflicten. Een forse manie gaat niet zonder slag of stoot, dat is altijd gedonder. Dat is helaas zo. Ouders of partners zouden daarin moeten steunen, standhouden. Iemand moet beschermd worden tegen te grote schade, financieel, maar ook op het werk bijvoorbeeld.

Als je ineens je baas gaat vertellen hoe het in elkaar zit en even een paar oude dingen gaat rechtzetten, wat je anders nooit doet, dan kan diegene zich beter ziekmelden. En als je opeens een nieuwe auto gaat kopen die je niet nodig hebt, dan kan je ook maar beter zorgen dat die bankrekening geblokkeerd is. Dat moet je dus als naastbetrokkene proberen te organiseren en dat geeft ruzie. Want daarmee blokkeer je dus wat die manische patiënt wil. En dat is niet te vermijden. Ik denk niet dat je een manie kunt hanteren, zonder dat je daarover conflicten krijgt. Dat is een heel pijnlijk aspect van de bipolaire stoornis.

Wat kun je voor iemand doen met een depressie?

Bij depressie moet je als naaste zorgen dat je niet aangestoken wordt door de somberheid, het pessimisme, het gevoel dat het nooit meer wat wordt. Want je kunt iemand niet opbeuren. Je kunt wel begrip opbrengen maar je kunt een ernstige depressie niet zomaar wegpraten, zeggen dat het wel meevalt of zeggen dat we het eigenlijk toch goed hebben. Dan voelt de depressieve patiënt zich onbegrepen. Want het gaat niet om de werkelijkheid, het gaat er juist om dat je je niet normaal voelt, dat je ondanks het feit dat iedereen roept dat het meevalt, dat jíj dat niet zo ervaart.

Wat heeft iemand met een depressie nodig?

Vooral begrip en coaching. En hoop, dat het tijdelijk is. Dat je iemand er doorheen kan coachen. En als dat lukt, dat het dan over gaat. Dat is wat je ziet bij depressies. Ook bij manieën trouwens, maar dan moet je vaak ingrijpen dat het niet te erg wordt. Bij een depressie moet je vooral coachen, en ingrijpen als het mis dreigt te gaan.

Hoe moet je coachen, bijvoorbeeld als ouder?

Vooral aan boord blijven, geen contact verliezen, niet meegaan met de somberheid maar ook niet teveel er tegenin gaan, begrip opbrengen dat iemand zich zo voelt, dat dat een onderdeel is van de aandoening. Dat kun je niet zomaar wegpraten. Aan de andere kant ook wel gewoon blijven aanbieden hoe het werkelijk is. Dat het niet zo erg is als iemand denkt, dat het een onderdeel is van de ziekte. En dan niet afhaken. Nooit afhaken.


Stel een vraag over bipolaire stoornis

Bekijk ook:

  • Deel deze pagina: