Main content

Psychiaters worden tijdens hun opleiding geleerd om met een ‘klinische blik’ naar patiënten te kijken. Hierbij kan gedacht worden aan het observeren van de patiënt. Als een patiënt snel en aan een stuk door praat zonder pauze te nemen, kan dat duiden op een manie, en stemmen in het hoofd op psychotische restverschijnselen. Door teveel te observeren kan het oprecht contact tussen psychiater en patiënt echter verloren gaan.

In dit blog pleit May-May Meijer in gesprek met Jim van Os voor het belang van oprecht contact tussen psychiater en patiënt.

May-May:Het is aardiger als een psychiater in het gesprek benoemt wat hij/zij merkt, bijvoorbeeld als het hem opvalt dat de patiënt snel en aan een stuk door praat. Of helemaal geen klinische blik?

Oprecht contact

Toen ik gedwongen opgenomen was met een zware psychose in een psychiatrisch ziekenhuis, ervoer ik een barrière tussen de psychiater en mij. Die barrière werd vooral veroorzaakt doordat ik dacht dat ik niet mócht praten van de AIVD tegen de artsen, maar ook door hun klinische blik. Ik voelde dat ze geen oprechte aandacht voor mijn verhaal hadden, maar dat ik ‘geobserveerd’ werd. Ik had het idee dat ze eigenlijk iets anders aan het doen waren, terwijl ik mijn angsten aan hen openbaarde.

Inlevingsvermogen

Ik vond het – toen ik psychotisch was – zeer beangstigend dat ik continue in de gaten gehouden werd door de AIVD. Psychiaters vroegen mij: en denk je nog aan de AIVD? Zonder dat ze erop in gingen hoe beangstigend dat misschien voor mij was. Verder had ik ook vaak het idee dat ik vergiftigd werd als ik water of thee dronk, dit kwam echter niet boven tafel in gesprekken met de psychiaters, waardoor ik alleen en geïsoleerd hele angstige momenten heb doorstaan.

Waarom denk je dat je niet mag praten van de AIVD?

Een jonge arts in opleiding had wél inlevingsvermogen. Zij vroeg mij toen ik psychotisch was: ‘Waarom denk je dat je niet mag praten van de AIVD’? Dat haalde me bijna over om te praten over mijn psychose. Helaas was ik toen al te ver in mijn psychose omdat ook te doen. Desalniettemin is het voor mij een geslaagd voorbeeld van het maken van oprecht contact.

Wat denk jij Jim? Hoe zit het met die ‘klinische blik’ van jullie?”


Antwoord Jim van Os

Hey May-May,

Ik denk dat je een heel belangrijk onderwerp aansnijdt. Als je een hoofd vol psychiatrische kennis hebt over ziekten en symptomen, dan ga je door die kennisbril de wereld om je heen bekijken. Als je niet oppast ga je daar zo in op, dat de persoon tegenover je – zeg maar de patiënt – doorkrijgt dat je niet met hem/haar als mens in gesprek tracht te komen, maar dat je meer bezig bent om technisch onderzoek te verrichten of je aan bepaalde diagnostische criteria voldoet.

Het is een subtiel proces dat je heel mooi beschrijft. Het gaat ten koste van de kwaliteit van de menselijke ontmoeting die er eigenlijk zou moeten zijn. De mensen voelen zich bekeken als een proefdier en zullen dan ook geneigd zijn om dingen juist niet te vertellen in plaats van hun gevoelens met je te delen.

Gebeurt dit vaak?

Het antwoord is helaas: ja. Onderzoek na onderzoek toont aan dat psychiaters (en dokters in het algemeen) de neiging hebben om de wereld te bekijken door de bril van ziekten, terwijl de patiënten de wereld beleven op het niveau van de ervaring en de impact daarvan op wat zij vinden dat het leven zinvol maakt. Ingaan op de psychose als een bron van menselijke zorgen, als een metafoor van algemene menselijke emoties, blijkt voor psychiaters niet altijd vanzelfsprekend te zijn. ‘Praten met psychose’ is niet iets wat men vanzelfsprekend leert tijdens de opleiding. Kijken door de bril van (brein)ziekten wel.

Is dit belangrijk?

Ja! Want alles in de psychiatrie gaat in feite om het helpen van mensen bij verander- en acceptatieprocessen waar ze niet altijd zin in cq de mogelijkheid toe hebben. Mensen bijstaan bij dit soort processen is cruciaal afhankelijk van de kwaliteit van de emotionele relatie. En die emotionele relatie komt niet tot stand als je persoon tegenover je het gevoel geeft dat ze bekeken en onderzocht worden als een soort proefkonijn.

Wat kan men hieraan doen?

Je zou zeggen dat het makkelijk moet zijn voor de psychiater om af te dalen van de kennisberg om zo de ander open en onbevooroordeeld te kunnen ontmoeten. Maar in de praktijk is dat zo makkelijk nog niet. Het gaat om een proces van wat men ‘cognitive debiasing’ noemt – het proces van opnieuw  met verwondering naar de ander tegenover je te leren kijken. Bij de opleiding van ‘Open Dialogue’ bijvoorbeeld worden hulpverleners echt geleerd om het professionele harnas uit te trekken om als kwetsbaar medemens de ander tegenmoet te treden. Hard werk!

Dus, May-May:

Wat mij betreft een heel belangrijk onderwerp, niet alleen voor de psychiatrie maar voor de hele wereld van de professionele hulpverlening. Psychiatrie gaat over de ontmoeting tussen twee kwetsbare mensen, waarvan de een iets kwetsbaarder dan de ander.


May-May Meijer is voorzitter van Peace SOS. Ze werd in 2009 gedurende zes maanden gedwongen opgenomen en schreef daar een boek over.

Jim van Os is hoogleraar psychiatrie, voorzitter van de Divisie Hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en een van de initiatiefnemers van PsychoseNet.

Deze blog is de eerste in een reeks van drie, deel twee en drie worden komende weken gepubliceerd.

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Mensen liegen. Allereerst tegen zichzelf. “Klinische blik” is een vorm van zelfbedrog. Het is de inkleuring door splitting. Degene die dit doet zit met een informatiepakket in het hoofd dat geen aansluiting vindt op de werkelijkheid. Het leidt tot zwart / wit denken, eenvoudig gezegd. Maar niemand denkt “zwart” of “wit” (behalve ernstige gevallen). Er is implementatie van “subtielere” termen: overkoepelende holle frasen. “Klinische blik” is dit witwassen. Deze positionering van het zelf verschilt niet veel van de manier waarop problematische persoonlijkheidsstructuren de klappen van het ervaren onvermogen opvangen. Het kruipt tegen de fundamentele attributie fout aan. Het in de grote verbanden hangen van het zelf en de ander reduceren tot het probleemgeval.

  2. Hoi Jim en May-May, ik ontdekte vandaag jullie uitwisseling en vind het zinnig, mooi en waardevol wat jullie schrijven. Als je geobserveerd wordt of je je geobserveerd voelt, staat dat denk ik inderdaad echt contact, de echte oprechte ontmoeting tussen twee mensen in de weg. Het is ook goed om de kant van de psychiater te lezen, dat het soms lastig is om de klinische bril af te zetten en echt even te kijken naar de mens voor je. Dank jullie voor het online delen van jullie ervaringen en inzichten in deze mooie uitwisseling. Hopelijk lezen veel hulpverleners in alle soorten en maten mee. Ook de ‘gewone’ dokters.

    1. Ha zinvollerleven,
      Wat fijn te horen dat je ons blog mooi en waardevol vindt! Ja, lijkt mij ook goed als hulpverleners meelezen. Ik weet niet in welke mate ze dat doen eerlijk gezegd.

  3. Hey May May, als ik je blog zo lees, denk ik… t zou wel eens goed kunnen dat met de professionele houding van klinische observatie de psychose juist versterkt. Observatie voelt voor mij onveilig: ik word in de gaten gehouden, ik doe het niet goed, ik ben niet goed… het is koud (, er is afstand en ongelijkheid, jij bent beter dan mij).

    En op een moment dat iemand in psychose is en deze gevoelens zich gaan mixen of worden geprojecteerd op de psychotische inhoud… dan versterkt de houding van de psychiater denk ik de heftigheid van de psychose. In de gaten gehouden worden, kou… kan makkelijk linken met paranoia etc. Of zie ik dat verkeerd?

    Als ik me veilig bij iemand voel (nabijheid, empathie, oordeel bril af, elkaar willen begrijpen), dan durf ik eerder van binnen ‘open te gaan’ om te kijken naar wat er echt onder zit, waardoor psychose wanen kunnen worden ontrafeld met authentieke menselijke gevoelens. Observatie maakt dat ik me bijna automatisch afsluit. Mijn hart voelt dan te kwetsbaar, omdat het wordt ‘geoordeeld’.

    1. Ha Wings,
      Ja, ik heb me inderdaad maandenlang heel eenzaam gevoeld tijdens mijn psychosen. Omdat ik niemand kon vertrouwen. Het helpt dan als er open contact is. Dan kun je denk beter geholpen worden. Er waren twee verschillende werelden. Mijn wereld van de AIVD en de anderen mensen die tegen me praten en zeiden dat ik ziek was.

  4. Wat een interessante blog. Mooie vorm ook om eerst een cliënt en vervolgens een psychiater over het onderwerp aan het woord te laten. Ik kijk uit naar de volgende delen.

  5. Ik ben ook helemaal voor. Het is zo’n gemiste kans om niet te vragen.
    Al dat geratel tijdens mijn manische psychose had wel degelijk een betekenis. Maar wat krijg je te horen: “nu wil ik even het woord”, of ‘laten we even klassiek doen en dan ben ik de dokter en u de patiënt” En in plaats dat mij gevraagd werd waarom ik al die rare dingen deed die ik gedaan had, werd mij voorgehouden dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen. Dat was toen ik nog niet de diagnose bipolair had, maar wel manisch was. (ongelooflijk dat ze dat niet meteen gezien hebben) Tja, wat zeg je dan als zeer boze ‘patiënt’: “neem zelf je verantwoordelijkheid maar eens en zoek een andere psychiater voor me!” Tja, dat schiet dus niet op toch? Normaal gesproken ben ik heel meegaand en vriendelijk in het contact, maar toen dus helemaal niet en ging de kont tegen de krib.
    Mijn man had het zelfs beter begrepen dan mijn hulpverleners en ging op zijn manier met me in gesprek. Daar werd ik tenminste af en toe nog rustig van. Helaas is hij vorig jaar overleden.

  6. Multitasking bestaat niet. De behoefte om continu te reflecteren onderbreekt het luisteren. Je eigen zoektocht is de belangrijkste drempel om alle aandacht voor die ander te hebben.

  7. Hear hear.
    En dan nog een keertje of 10.
    En dan nog een keer met een megafoon.
    Alstublieft dames en heren paychiaters: doe de cursus “cognitive debiasing”. En dan nog een keer, voor de zekerheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *