Main content

De relatie met je therapeut is erg belangrijk. Stella schrijft deze prachtige en hoopvolle blog over haar eerste psychiater, die haar zo goed geholpen heeft. “Iedere afspraak herhaalt ze dat het goedkomt, en tegelijkertijd geeft ze tegengas en gaat ze geen discussie uit de weg.”

De nazomerzon van september kleurt de eerste herfstbladeren goudgeel op de dag van onze eerste afspraak.

Na anderhalf jaar bij deze GGZ-instelling is zij mijn eerste psychiater

Inmiddels maakt mijn depressie me het leven bijna onmogelijk, dus ga ik met haar praten over medicatie.

Ze zit tegenover me: blonde krullen, helderblauwe ogen, wollen vest en een notitieblok op schoot. Ze spreekt perfect Nederlands, maar heeft een onmiskenbaar Duits accent. Dat verrast me even. Trefzeker vraagt ze door over mijn klachten, haar balans tussen empathie en zakelijkheid is naadloos.

Ze is duidelijk arts, haar medische vragen overrompelen me enigszins maar haar benadering voelt zorgvuldig. Na een uur sta ik buiten met een vervolgafspraak.

Verbaasd realiseer ik me dat ik er haast naar uitkijk haar weer te spreken

Een ziekte laat zich niet altijd goed voorspellen. Oktoberregen striemt tegen de ramen als mijn psycholoog me onderbreekt in mijn ellenlange enthousiaste monoloog:

“ik denk dat je manisch bent en ik wil dat hier een psychiater naar kijkt”.

Hij komt terug met haar. Ze neemt de regie: heldere vragen, zorgelijke blikken en een stellig advies (onmiddellijk slaapmedicatie) volgen. Al mijn argumenten om dit niet te doen veegt ze vriendelijk maar direct van tafel.

Daarna spreek ik haar wekelijks

Ze schrijft meer medicijnen voor. Legt me rustig uit waarom die belangrijk zijn. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Niets van wat ik vertel lijkt ze vreemd te vinden. Deze toestand is nieuw voor mij, maar niet voor haar. Als het nodig is last ze direct tijd voor me in en ze denkt op alle mogelijke manieren mee, terwijl ze me altijd in mijn waarde laat.

Desondanks verslechtert mijn situatie

Ik slaap nauwelijks, begin vreemde geuren te ruiken en stemmen te horen.

Als de temperatuur in de winter van 2017 onder het vriespunt duikt, bereik ook ik mijn dieptepunt. Ik zit samengevouwen op de grond met een capuchontrui over mijn hoofd die ik niet af durf te zetten. Zij knielt om me op gelijke hoogte aan te spreken.

“Je komt hieruit, het komt goed. Ik ben er om je te helpen.”

En helpen doet ze onvermoeibaar. Ze doet navraag bij een specialist. Iedere keer schrijft ze een kaartje voor me met informatie: welke medicijnen ik moet nemen, wie ik kan bellen, wanneer we weer een afspraak hebben en adviezen om de dagen door te komen.

Ze wil me beschermen voor een opname (“van die omgeving kan je schrikken”) en mede daarom zien we elkaar twee keer per week. Maar op het dieptepunt van de crisis is ze duidelijk: “ik wil je geen gedwongen opname aandoen maar als jij het thuis niet redt, laat ik je wel opnemen.”

Het blijkt gelukkig niet nodig.

Iedere afspraak herhaalt ze dat het goed komt

Maar ook haar tegengas blijkt een terugkerend onderdeel. Tot oeverloze discussies laat ze zich nooit verleiden (“ik ga niet met een ziekte in discussie”) en ze is allerminst bang te zeggen waar het op staat: terecht bestempelt ze me als eigenwijs, ze begrenst mijn heilloze ideeën en geeft me resoluut te verstaan wat ik moet doen (meer rust, meer medicijnen en niet naar mijn werk in deze toestand!).

Als ik piep dat ik van haar stelligheid schrik, is ze tevreden.

“Het is de bedoeling dat dit binnenkomt.”

Iedere ontmoeting groeit mijn respect voor- en vertrouwen in haar. Iedere keer raakt ze de juiste snaar. Zonder aanwijzingen kent ze mijn gebruiksaanwijzing. Ik raak gewend aan haar accent, dat ik gaandeweg associeer met een veilige haven. Want dat is zij voor mij geworden.

Haar professionele zorgen gaan ver

Als ik totaal overstuur op vakantie ga, krijg ik haar persoonlijke telefoonnummer. Omdat ze wil dat ik de vakantie doorkom. Ik heb haar nooit gebeld. Over haarzelf weet ik weinig. Ik hoop dat ze een mooi en fijn leven heeft, want het zou zo moeten zijn dat wie goed doet, goed ontmoet.

Na een maandenlange gemengde episode krabbel ik in juni op. Ze heeft me al eerder naar een specialistische polikliniek verwezen (“maar tot zij de behandeling overnemen wil ik betrokken blijven”) en daar kom ik in juli in behandeling.

Dit moment is nu twee jaar geleden.

Haar afscheidskaartje bewaar ik zorgvuldig

Ik denk nog regelmatig aan haar. Toen ik een half jaar geleden een moeilijk moment bij mijn nieuwe behandelaar had, ontglipte het me zomaar:

“ik wou dat ik haar nog eens kon spreken.”

Maar over het algemeen gaat het nu heel goed met me en ik stel me soms voor dat ze daar oprecht blij mee zou. Of hoe ze zou reageren op mijn nieuwe baan. Ze had gelijk, alle keren dat ze zei dat het goed zou komen en ik terug kon komen op mijn oude werk- en denkniveau.

Soms mis ik haar nog steeds en dat heeft iets moois

Want als hulpverlener heeft zij veel voor mij betekend.


Stella Hazelaar (33) woont woont samen met haar geliefde in Den Haag. Na afronding van de studie Bestuurskunde werkt zij momenteel als senior beleidsadviseur bij een ministerie. In 2017 is bij haar de diagnose “bipolaire stoornis” gesteld.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *