Veel gezochte termen

Psychosenet blog

Auteur

Jim van Os

Jim van Os is een herstelgerichte psychiater, hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht.

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Jim is ook familielid van mensen met psychosegevoeligheid.

Jim van Os schreef deze toegankelijke boeken:

Trauma Begrijpen in 33 vragen

Psychose Begrijpen in 33 vragen

Neurodiversiteit Begrijpen in 33 vragen

Psychedelica begrijpen in 33 vragen

We zijn God niet

Jongeren en psychisch lijden — wat is er echt aan de hand?

Er wordt alarm geslagen over de mentale gezondheid van jongeren. Is het een epidemie, of hebben jongeren meer woorden voor psychisch lijden?

Er wordt veel alarm geslagen over de mentale gezondheid van jongeren. En ja, huisartsen zien meer jongeren op hun spreekuur met psychische klachten. Maar is dat bewijs dat er een epidemie van psychiatrische stoornissen gaande is? Dat is te kort door de bocht. Heel kort: een groot deel van de stijging berust op zelfrapportage. Jongeren hebben meer woorden gekregen voor hun psychisch lijden. Ze praten makkelijker over hun binnenwereld, beïnvloeden elkaar daarin, en gebruiken sneller psychologische taal. Meer taal voor lijden is niet automatisch meer ziekte. Het kan ook een teken zijn van bewustzijn en openheid. Dat is best wel een verschil.

Kijk je naar bredere indicatoren – schooluitval, jeugdwerkloosheid, delinquentie – dan zie je in veel landen eerder een daling dan een stijging. Dat past niet bij het verhaal van een generatie die massaal psychisch instort. Na corona was er wel een duidelijke piek in angst en depressie, maar of dat een blijvende trend is of een adequate reactie op een ontregelende periode, dat weten we nog niet.

Het probleem met de DSM-bril

De verleiding is groot om bij elke jongere die binnenkomt meteen een DSM-label te plakken. Maar de DSM beschrijft, ze verklaart niks. Ze zegt niet WAAROM deze jongere nu vastloopt, waarom deze klachten juist in deze context ontstaan, of wat er nodig is om weer beweging te krijgen. Sterker nog, er is onderzoek dat laat zien dat kinderen met ADHD-achtige symptomen die op jonge leeftijd een officiele diagnose kregen, op hun dertiende meer emotionele en sociale problemen hadden en een slechter zelfbeeld dan kinderen met vergelijkbare symptomen zonder label. Dat is een hele goede reden om voorzichtig te zijn met vroeg diagnosticeren.

Vastzitten in een tunnel

Psychisch lijden is beter te begrijpen als een scheefstand in hoe iemand zich verhoudt tot eigen gevoelens, gedachten en verlangens. Een gevoel of gedachte wordt dan niet meer iets wat je waarneemt, maar iets waardoor je wordt beheerst. De paniek die maakt dat je niet meer naar school durft. De leegte die zegt dat er geen toekomst meer is. Het meisje dat alleen nog in termen van trauma, burn-out of ADHD over zichzelf kan spreken. Achter die woorden zit vaak niet alleen symptoomdruk, maar een ervaring van vastzitten. In een tunnel.

Context eerst, label later

Als psychisch lijden contextueel is, dan moet je ook contextueel kijken, ook bij jongeren. Dat betekent: eerst begrijpen wat er gebeurt in het leven van de jongere. Wat speelt er thuis, op school, online, in vriendschappen, in slaap, in identiteit, in toekomstbeeld. Waar is houvast verloren gegaan. Welke omgevingen ontregelen en welke helpen.

Gevoeligheden en talenten

Die blik past ook bij een neurodiversiteitsbenadering. In plaats van alleen te denken in welke stoornis iemand heeft, kun je ook vragen: welk profiel van gevoeligheden en talenten heb ik tegenover me? Waar botst deze jongere met de omgeving, wat kost onevenredig veel energie, wat gaat juist goed? Die manier van kijken maakt minder snel van alles een medische kwestie, zonder het lijden te minimaliseren. Werk aan de winkel, maar de moeite waard.

Jongeren als kanarie in de kolenmijn

Er is nog een reden waarom een puur individuele lezing tekortschiet. Jongeren zijn gevoelig voor wat er in de wereld gebeurt. Klimaatdreiging, oorlog, woningnood, prestatiedruk, voortdurende vergelijking via social media, het wegvallen van vanzelfsprekend vooruitgangsgeloof. Een deel van het psychisch lijden is een maatschappelijk signaal. Niet alles wat op het spreekuur verschijnt hoort thuis in een stoorniscategorie. Het is makkelijker om een individu te diagnosticeren dan een samenleving ter discussie te stellen. Maar veel psychisch lijden heeft een relationele, maatschappelijke en leefstijlcontext. Prestatiedruk, uitsluiting, eenzaamheid en verlies van verbondenheid worden niet zelden teruggebracht tot het individu en als psychische problemen gezien terwijl ze mede sociaal geproduceerd zijn.

Wat dan wel? Vier stappen

  1. Het lijden zelf uitvragen. Niet alleen symptomen tellen, maar vragen wat de jongere ervaart, wanneer de ontregeling optreedt, wat er gebeurt in lichaam en relaties. Dat is niet alleen informatief, het brengt op zichzelf al verlichting.
  2. De context expliciet maken. Welke omgevingen ontregelen, wie zijn steunfiguren, hoe is slaap, ritme, schooldruk, eenzaamheid.
  3. Kijken naar het profiel. Gevoeligheden en talenten. Waar kan de omgeving worden aangepast voordat een heel zorgcircuit op gang komt.
  4. De hulpvraag richting leven sturen. Niet elke jongere heeft primair specialistische ggz nodig. Soms is er meer te halen uit een zelfgekozen vertrouwde volwassene als steunfiguur, ouderondersteuning, schoolafstemming, sport, groepsactiviteiten, herstelacademies, zelfregiecentra, informele steun. Er is vrijwel altijd een heel palet aan hulpbronnen buiten de formele verwijzing naar de ggz.

Niet alleen de spreekkamer, ook de samenleving

Plus de grote stap. Want als psychisch lijden voor een deel sociaal geproduceerd is, dan kun je het ook niet alleen in een spreekkamer oplossen. Dan moet je ook iets doen aan de omstandigheden waarin jongeren opgroeien. Dat klinkt vaag, maar dat hoeft het niet te zijn. In IJsland hebben ze precies dit gedaan. De overheid investeerde samen met scholen en gemeenten grootschalig in sport, verenigingsleven, ouderbetrokkenheid en georganiseerde vrije tijd voor jongeren. Geen therapie, geen diagnoses – gewoon zorgen dat jongeren ergens bij horen, dingen doen en volwassenen om zich heen hebben die betrokken zijn. Het resultaat was spectaculair: middelengebruik en psychische klachten daalden fors.

Vergelijk het met hoe cardiologen werken. Die hebben prachtige technieken ontwikkeld – hartoperaties, transplantaties, stents. Maar ze zeggen zelf: de echte winst zit niet in de operatiekamer. De echte winst zit in de simpele boodschap die iedereen kent: niet roken, gezond eten, bewegen. Dankzij die public health boodschap is hartziekte in Nederland van de eerste naar de tweede doodsoorzaak gedaald. Psychiatrie en psychologie hebben die stap nog niet gezet. Wat ze impliciet zeggen is: alleen wij kunnen je helpen met je zielenroerselen. Terwijl we allang weten dat bewegen, goed slapen, sociale verbinding en ritme een enorm effect hebben op mentaal welzijn. Die boodschap – wat kun je ZELF doen – zou de hoofdboodschap moeten zijn. Niet een voetnoot in een brochure.

De DSM op zijn plek

De DSM hoeft niet de prullenbak in. Maar het wordt tijd om hem op zijn plek te zetten. Jongeren die psychisch lijden melden zijn niet per definitie psychiatrisch ziek. Vaak laten ze zien dat hun verhouding tot gevoelens, gedachten, relaties en toekomst ontregeld is geraakt. Minder reflexmatig labelen, meer verstaan wat hier, bij deze jongere, in deze wereld, is vastgelopen.


Meer lezen van Jim van Os?

Meer lezen over Jongeren en/of psychisch lijden?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Verder lezen over goede zorg en GGZ?

Onderstaande boeken zijn geschreven door hoogleraar Jim van Os. In deze eerlijke boeken lees je meer over psychose, trauma, de nieuwe GGZ, herstel en veel meer.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *