Luister naar de song die Carlijn Mol over deze blog maakte:
Mensen schrikken vaak van een doodswens. Zodra iemand zegt dat het leven niet meer hoeft, ontstaat paniek. Familie schrikt, hulpverleners schrikken, en het gesprek stopt. Terwijl juist dan het gesprek moet beginnen, juist over hoe het is om te leven met een doodsgedachte.
Heb je Zelfmoord-gedachten? www.113.nl, 0800-0113
In het raamwerk van mentale ontregeling kijken we anders naar psychisch lijden. Niet als een verzameling aparte stoornissen, maar als een ontregeling in de verhouding tussen het zelf en wat er in het bewustzijn gebeurt.
Het menselijk bewustzijn is dialogisch. Als mens heb je gedachten, gevoelens en verlangens, maar je staat er ook altijd tegenover, kunt er iets ‘van vinden’. Je kunt denken en tegelijk merken dat je denkt. Je kunt iets voelen en tegelijk voelen dat je het voelt. Er is altijd een relatie tussen het zelf en wat zich in het bewustzijn aandient.
Bij psychisch lijden raakt die verhouding ontregeld.
Een gevoel, gedachte of verlangen kan zo groot worden dat het de dialoog overheerst. Het wordt dwingend. Het neemt ruimte in. Het wordt isolerend. Het zelf dat zich normaal verhoudt tot die ervaring ervaart steeds minder vrijheid.
Dat zien we bij veel vormen van psychisch lijden.
- Bij dwang wordt een gedachte dwingend
- Bij paniek wordt angst dwingend
- Bij depressie wordt somberheid dwingend
- Bij stemmen wordt een innerlijke stem dwingend
- Bij verslaving wordt verlangen dwingend
En bij suïcidaliteit kan de doodsgedachte dwingend worden.
In al die situaties gaat het niet alleen om de inhoud van de ervaring. Het gaat vooral om de verhouding ertoe. Het gevoel dat je er geen ruimte meer tegenover hebt. Dat je gevangen raakt.
Dat gevoel van onvrijheid gaat vaak samen met hopeloosheid. Mensen voelen dat er geen toekomst meer is. Dat alles vast zit. Dat er geen andere mogelijkheid meer lijkt te bestaan.
De doodsgedachte is dan niet alleen een gedachte over sterven. Het is vaak een uitdrukking van diepe ontregeling in de relatie met het eigen bewustzijn. De vraag is dan niet alleen hoe je de gedachte weg krijgt. De vraag is hoe je de verhouding ermee verandert.
Net zoals mensen kunnen leren omgaan met stemmen, kunnen mensen ook leren omgaan met een doodsgedachte. Niet door hem te ontkennen, maar door hem te onderzoeken. Door hem in de dialoog te brengen.
Het doel is niet altijd dat de gedachte verdwijnt. Het doel is dat de machtsverhouding verandert. Dat er weer ruimte ontstaat. Dat iemand weer kan zeggen: er is een doodsgedachte, maar hij bepaalt niet alles.
De beste suïcidepreventie is vanuit relatie erover praten
Er bestaat een hardnekkig misverstand dat praten over suïcide gevaarlijk is. Alsof je het idee in iemands hoofd zou planten. Het tegendeel is waar. Wat een doodsgedachte gevaarlijk maakt is niet het gesprek, maar het alleen blijven ermee.
Als iemand met een doodswens geen relatie ervaart waarin dit gezegd kan worden, trekt de gedachte zich terug in het innerlijk. Daar kan ze groeien. De wereld wordt smaller. De gedachte kan zich ontwikkelen tot een tunnel waarin nog maar een richting zichtbaar is.
Een gesprek doorbreekt die isolatie. Maar dat werkt alleen wanneer er relatie is. Wanneer iemand tegenover je zit die blijft, luistert en niet meteen wil oplossen. Vanuit zo’n relatie kun je de doodswens samen onderzoeken.
Samen onderzoeken in plaats van oplossen
- Hoe voelt die wens precies?
- Hoe vaak is hij er?
- Wanneer wordt hij sterker?
- Wat maakt dat je geen toekomst meer ziet?
- Wat gaf je vroeger wel toekomst?
Dit soort vragen zijn geen checklist. Ze zijn een manier om samen te kijken naar wat er van binnen gebeurt. De doodsgedachte komt zo uit het isolement. Hij wordt onderdeel van een gedeelde verkenning in plaats van een eenzame overtuiging.
Veel mensen ervaren opluchting wanneer ze merken dat hun doodswens in een relatie uitgesproken mag worden. De gedachte hoeft niet meer verstopt te worden. Ze hoeft niet meer alleen gedragen te worden.
Daarbij helpt het ook om te erkennen dat een doodsgedachte op zichzelf geen moreel falen is. Mensen denken over de dood. Dat hoort bij menselijk bestaan. De filosoof Martin Heidegger beschreef de mens als een “sein zum tode”. Een wezen dat leeft met het besef dat het leven eindig is.
Iedereen leeft naar de dood toe. En ieder mens heeft uiteindelijk invloed op hoe dat leven eindigt. Dat erkennen betekent niet dat je suïcide aanmoedigt. Het betekent dat je iemand serieus neemt als mens.
Voor veel mensen geeft het rust wanneer ze merken dat hun autonomie wordt gerespecteerd. Dat er niet meteen controle, paniek of moraliseren volgt. Die erkenning kan juist ruimte openen.
Wanneer de doodsgedachte niet langer verboden is en gedragen kan worden in een relatie, verliest hij vaak een deel van zijn macht. En in die ruimte kan soms weer iets anders verschijnen dan alleen het einde. Misschien nog klein, maar wel aanwezig. Een mogelijkheid om verder te leven.
Het gevaar van het taboe
Wanneer er niet over suïcidaliteit gesproken wordt, ontstaat vaak meer gevaar. De gedachte blijft dan in het hoofd rondcirkelen. Hij wordt sterker, eenzamer en absoluter. Mensen komen vast te zitten in wat onderzoekers entrapment noemen. Het gevoel opgesloten te zitten zonder uitweg.
Hetzelfde kan gebeuren wanneer de hulpverlener ongevraagd over euthanasie begint. Soms gebeurt dat uit ongemak. De doodswens wordt dan vertaald naar een juridisch of medisch traject.
Maar dan verandert de doodsgedachte in een euthanasiefixatie. Het gesprek verschuift van de ervaring naar een procedure. En juist dan verdwijnt vaak de ruimte om de relatie met de doodsgedachte te onderzoeken. Dat maakt hulp moeilijker.
Daarom is het belangrijk om eerst uitgebreid stil te staan bij de doodswens zelf. Wat betekent hij? Waar komt hij vandaan? Wat probeert hij te zeggen?
Trauma, psychose en de doodsgedachte
In veel gevallen hangt een doodswens samen met ervaringen van trauma, psychose of langdurige ontregeling. Trauma kan leiden tot gevoelens van vastzitten, schaamte en uitzichtloosheid. Psychose kan de relatie met het eigen bewustzijn zo verstoren dat gedachten en gevoelens overweldigend worden. In al deze situaties is de kern niet alleen de inhoud van wat iemand meemaakt. De kern is de verhouding ertoe.
Herstel betekent dan vaak dat de dialoog met die ervaringen langzaam terugkomt. Niet dat alles verdwijnt. Maar dat er weer ruimte ontstaat. Ruimte om te voelen, om te denken, om te twijfelen. En soms ook ruimte om, ondanks alles, weer een klein beetje toekomst te zien.
En soms begint dat herstel met iets heel eenvoudigs. Dat iemand eindelijk hardop mag zeggen: ik denk soms dat ik dood wil.
En dat er iemand vanuit relatie tegenover zit die zegt:
vertel eens.
Meer lezen van Jim van Os?
Meer lezen over Leven met een doodsgedachte?
- Zeg me waarom? M. Spelbrink en E. Veendorp
- Leven met een suïcidale naaste – Brochure Ypsilon
- Vijf tips voor hulpverleners bij suicidaliteit
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Denk je aan zelfmoord?
Denk je aan zelfmoord? Bel of chat met 113 Zelfmoordpreventie.
Dat kan 24 uur per dag. Bel 113 of ga naar www.113.nl.





Geef een reactie