Veel gezochte termen

Psychosenet blog

Auteur

Jim van Os

Jim van Os is een herstelgerichte psychiater, hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht.

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Jim is ook familielid van mensen met psychosegevoeligheid.

Jim van Os schreef deze toegankelijke boeken:

Trauma Begrijpen in 33 vragen

Psychose Begrijpen in 33 vragen

Neurodiversiteit Begrijpen in 33 vragen

Psychedelica begrijpen in 33 vragen

We zijn God niet

Kun je leven met een doodsgedachte?

Zodra iemand zegt dat het leven niet meer hoeft, moet juist het gesprek beginnen over hoe het is om te leven met een doodsgedachte.

Luister naar de song die Carlijn Mol over deze blog maakte:

Mensen schrikken vaak van een doodswens. Zodra iemand zegt dat het leven niet meer hoeft, ontstaat paniek. Familie schrikt, hulpverleners schrikken, en het gesprek stopt. Terwijl juist dan het gesprek moet beginnen, juist over hoe het is om te leven met een doodsgedachte.

Heb je Zelfmoord-gedachten? www.113.nl, 0800-0113
Zie hier ook de factsheet suïcidaliteit en psychosegevoeligheid van 113

In het raamwerk van mentale ontregeling kijken we anders naar psychisch lijden. Niet als een verzameling aparte stoornissen, maar als een ontregeling in de verhouding tussen het zelf en wat er in het bewustzijn gebeurt.

Het menselijk bewustzijn is dialogisch. Als mens heb je gedachten, gevoelens en verlangens, maar je staat er ook altijd tegenover, kunt er iets ‘van vinden’. Je kunt denken en tegelijk merken dat je denkt. Je kunt iets voelen en tegelijk voelen dat je het voelt. Er is altijd een relatie tussen het zelf en wat zich in het bewustzijn aandient.

Bij psychisch lijden raakt die verhouding ontregeld.

Omgaan met Doodsgedachten: Van Isolement naar Dialoog

Een gevoel, gedachte of verlangen kan zo groot worden dat het de dialoog overheerst. Het wordt dwingend. Het neemt ruimte in. Het wordt isolerend. Het zelf dat zich normaal verhoudt tot die ervaring ervaart steeds minder vrijheid.

Dat zien we bij veel vormen van psychisch lijden.

  • Bij dwang wordt een gedachte dwingend
  • Bij paniek wordt angst dwingend
  • Bij depressie wordt somberheid dwingend
  • Bij stemmen wordt een innerlijke stem dwingend
  • Bij verslaving wordt verlangen dwingend

En bij suïcidaliteit kan de doodsgedachte dwingend worden.

In al die situaties gaat het niet alleen om de inhoud van de ervaring. Het gaat vooral om de verhouding ertoe. Het gevoel dat je er geen ruimte meer tegenover hebt. Dat je gevangen raakt.

Dat gevoel van onvrijheid gaat vaak samen met hopeloosheid. Mensen voelen dat er geen toekomst meer is. Dat alles vast zit. Dat er geen andere mogelijkheid meer lijkt te bestaan.

De doodsgedachte is dan niet alleen een gedachte over sterven. Het is vaak een uitdrukking van diepe ontregeling in de relatie met het eigen bewustzijn. De vraag is dan niet alleen hoe je de gedachte weg krijgt. De vraag is hoe je de verhouding ermee verandert.

Net zoals mensen kunnen leren omgaan met stemmen, kunnen mensen ook leren omgaan met een doodsgedachte. Niet door hem te ontkennen, maar door hem te onderzoeken. Door hem in de dialoog te brengen.

Het doel is niet altijd dat de gedachte verdwijnt. Het doel is dat de machtsverhouding verandert. Dat er weer ruimte ontstaat. Dat iemand weer kan zeggen: er is een doodsgedachte, maar hij bepaalt niet alles.

De beste suïcidepreventie is vanuit relatie erover praten

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat praten over suïcide gevaarlijk is. Alsof je het idee in iemands hoofd zou planten. Het tegendeel is waar. Wat een doodsgedachte gevaarlijk maakt is niet het gesprek, maar het alleen blijven ermee.

Als iemand met een doodswens geen relatie ervaart waarin dit gezegd kan worden, trekt de gedachte zich terug in het innerlijk. Daar kan ze groeien. De wereld wordt smaller. De gedachte kan zich ontwikkelen tot een tunnel waarin nog maar een richting zichtbaar is.

Een gesprek doorbreekt die isolatie. Maar dat werkt alleen wanneer er relatie is. Wanneer iemand tegenover je zit die blijft, luistert en niet meteen wil oplossen. Vanuit zo’n relatie kun je de doodswens samen onderzoeken.

Samen onderzoeken in plaats van oplossen

  • Hoe voelt die wens precies?
  • Hoe vaak is hij er?
  • Wanneer wordt hij sterker?
  • Wat maakt dat je geen toekomst meer ziet?
  • Wat gaf je vroeger wel toekomst?

Dit soort vragen zijn geen checklist. Ze zijn een manier om samen te kijken naar wat er van binnen gebeurt. De doodsgedachte komt zo uit het isolement. Hij wordt onderdeel van een gedeelde verkenning in plaats van een eenzame overtuiging.

Veel mensen ervaren opluchting wanneer ze merken dat hun doodswens in een relatie uitgesproken mag worden. De gedachte hoeft niet meer verstopt te worden. Ze hoeft niet meer alleen gedragen te worden.

Daarbij helpt het ook om te erkennen dat een doodsgedachte op zichzelf geen moreel falen is. Mensen denken over de dood. Dat hoort bij menselijk bestaan. De filosoof Martin Heidegger beschreef de mens als een “sein zum Tode”. Een wezen dat leeft met het besef dat het leven eindig is.

Iedereen leeft naar de dood toe. En ieder mens heeft uiteindelijk invloed op hoe dat leven eindigt. Dat erkennen betekent niet dat je suïcide aanmoedigt. Het betekent dat je iemand serieus neemt als mens.

Voor veel mensen geeft het rust wanneer ze merken dat hun autonomie wordt gerespecteerd. Dat er niet meteen controle, paniek of moraliseren volgt. Die erkenning kan juist ruimte openen.

Wanneer de doodsgedachte niet langer verboden is en gedragen kan worden in een relatie, verliest hij vaak een deel van zijn macht. En in die ruimte kan soms weer iets anders verschijnen dan alleen het einde. Misschien nog klein, maar wel aanwezig. Een mogelijkheid om verder te leven.

Het gevaar van het taboe

Wanneer er niet over suïcidaliteit gesproken wordt, ontstaat vaak meer gevaar. De gedachte blijft dan in het hoofd rondcirkelen. Hij wordt sterker, eenzamer en absoluter. Mensen komen vast te zitten in wat onderzoekers entrapment noemen. Het gevoel opgesloten te zitten zonder uitweg.

Hetzelfde kan gebeuren wanneer de hulpverlener ongevraagd over euthanasie begint. Soms gebeurt dat uit ongemak. De doodswens wordt dan vertaald naar een juridisch of medisch traject.

Maar dan verandert de doodsgedachte in een euthanasiefixatie. Het gesprek verschuift van de ervaring naar een procedure. En juist dan verdwijnt vaak de ruimte om de relatie met de doodsgedachte te onderzoeken. Dat maakt hulp moeilijker.

Daarom is het belangrijk om eerst uitgebreid stil te staan bij de doodswens zelf. Wat betekent hij? Waar komt hij vandaan? Wat probeert hij te zeggen?

Trauma, psychose en de doodsgedachte

In veel gevallen hangt een doodswens samen met ervaringen van trauma, psychose of langdurige ontregeling. Trauma kan leiden tot gevoelens van vastzitten, schaamte en uitzichtloosheid. Psychose kan de relatie met het eigen bewustzijn zo verstoren dat gedachten en gevoelens overweldigend worden. In al deze situaties is de kern niet alleen de inhoud van wat iemand meemaakt. De kern is de verhouding ertoe.

Herstel betekent dan vaak dat de dialoog met die ervaringen langzaam terugkomt. Niet dat alles verdwijnt. Maar dat er weer ruimte ontstaat. Ruimte om te voelen, om te denken, om te twijfelen. En soms ook ruimte om, ondanks alles, weer een klein beetje toekomst te zien.

En soms begint dat herstel met iets heel eenvoudigs. Dat iemand eindelijk hardop mag zeggen: ik denk soms dat ik dood wil.

En dat er iemand vanuit relatie tegenover zit die zegt:
vertel eens.


Meer lezen van Jim van Os?

Meer lezen over Leven met een doodsgedachte?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Denk je aan zelfmoord?

Denk je aan zelfmoord? Bel of chat met 113 Zelfmoordpreventie.
Dat kan 24 uur per dag. Bel 113 of ga naar www.113.nl.

Reacties

10 reacties op “Kun je leven met een doodsgedachte?”

  1. Gelukkig heb ik toegang tot De GGZ waar ik behandeling ben
    24 uur per dag als ik in crises ben
    Ook zijn lotgenoten groepen
    maar mij helpt heel vaak gebruik maken
    van de telefoon op recept wat ik heb
    en wat zingeven zoeken
    niet dat het totaal verdwijnt maar het verdwijnt meer naar de achtergrond
    maar het blijft een duveltje die weer van tijd tot tijd weer op mijn schouder komt zitten
    Ik weet WIJ ZIJN MIND een hele hoop lot genoten groepen hebben in hun sociale kaart

  2. Ik heb soms
    maar ik weet ook heel vaak dat het met mijn stoornis te maken heeft
    dus probeer ik meestal wat nieuwe zingevening te vinden
    voor afleiding
    gelukkig heb 24 uur per dag toe gang tot een gesprek met de GGZ instelling
    waar ik behandeld word
    en de zijn wel meer instellingen met een telefoon op recept
    Het is niet zo dat verdwijnt maar het gaat meer naar de achtergrond
    bij ons in Leeuwarden gaan ze een lotgenoten groep opzetten
    bij Ixta Noa
    en de zijn door het hele land meer groepen
    Ik weet niet of ze hier te vinden zijn
    anders weet mindzijn ze misschien wel

  3. Jan Eijsvogel

    Mooie duidelijke blog. Erover praten is zo belangrijk. Suïcidale gedachten uit de taboesfeer halen, zou het aantal suïcides fors laten afnemen. Ik word al tientallen jaren zwaar depressief wakker met suïcidale gedachten. Ik heb bijna alles geprobeerd. Nu heb ik wat gevonden waardoor ik me in de namiddag en avond weer wat of echt beter ga voelen. Ochtends heb ik mijn rituelen, denk ik dat ik moet blijven leven voor mijn kinderen en ik weet dat ik me vaak weer beter ga voelen in de namiddag. Het dagelijks niet meer willen en de suïcidale gedachten observeer ik en laat ik rusten en met simpele rituelen overstijg je het deels. Ik kan er met mijn ouders en zusje overpraten. En zij kunnen dat voor zichzelf makkelijk relativeren. Het is zo belangrijk om af en toe met mensen over deze “niet meer willen-” en suïcidale gedachten te praten.

  4. Maartje

    Mooie blog! Over de dood spreken – en zeker doodswens uiten!

    Bij het lezen realiseerde ik mij, dat de taboe’s uit onze Westerse samenleving, een gecomprimeerd pakketje vormen, die terecht komt in zielen die ontregeld raken. In die zin is ‘psychiatrie’ een spiegel voor taboe doorbrekende inzichten, lijkt het.

    De doodswens ken ik wel, maar meestal realiseer ik tegelijkertijd, dat het een uiting is van een gevoel van een ‘doodlopende weg’. In plaats van een ‘eigen weg’ – voel je je gevangen/vastzitten. De gedachte aan een ‘echte’ dood, komt hierbij niet in mij op. Ik zou niet weten hoe.

    In Duitsland bestaat een spreekwoord: Wer nicht stirbt bevor er stirbt, der verdirbt bevor er stirbt. Het duidt (vermoed ik) op een soort ego-dood, waaruit je weer kunt opkrabbelen. Stirb und Werde!

    Ik vraag mij af, waar ik deze dimensie tot waarnemen (van… ?) heb ontwikkeld. En hoe ik hieraan permanente veiligheid kan verbinden?

    In het boeddhisme wordt ‘dood’ uitgedrukt met ‘deathness’, wat het einde van het lijden betekent. In het Christendom is de kruisdood een beeld van intens lijden, maar tegelijk symbool van ‘voorbij het lijden’, symbool van hemels licht of het goddelijke. Vraag daarbij is, in hoeverre ‘licht’ verblindt, of verbindt met de (onze) wereld. Uiteindelijk hangt deze keuze ermee samen, denk ik, of je door de pijn wilt/kan gaan.

    Er bestaan meditaties die de dood (jouw eigen dood) tot inhoud hebben. Ik heb deze nooit gebruikt, maar het zou een bevrijdende werking hebben. In ieder geval kan je jezelf opvoeden in het concept dat ons fysieke lichaam, ophoudt te bestaan. Zelf dat vind ik ingewikkeld, omdat ik niet werkelijk een concept ‘fysiek lichaam’ heb/voel.

    Hmmmm….. complex!

  5. Esther Matthaei

    Interessante Blog! Heeft mij geinspereerd om een blog erover te willen schrijven. Werktitel (vooalsnog): Ja, maar ik ben voor het leven! , riep de therapeute uit, toen ik over mijn indringende doodsverlangen spraak en toen viel ik stil. Een soort procesbeschrijving over hoe ik met mijn verlangen naar de dood toen mee ben omgegaan.

    Dank je wel voor deze inspiratie!

    Ps.: Zou je alsjeblief in je quote over Heidegger het woord „ Tode“ met een hoofdletter willen schrijven? Het is immers een nomen. Als duitstalige en docente Duits ( beroep/roeping) krijg ik er hoofdpijn van. 😂
    Pss.: Ik hou niet erg van het gedachtegoed van Heidegger. Eerder dat van Hannah Arendt of Lou Andreas Salome en andere. Vrouwen die alleen maar aan de zijlijn in de geschiedenisboeken opduiken.

    1. Gecorrigeerd dank!

  6. Inge van Dijk

    Hai, heel veer herkenning bij het lezen! Zelf wilde ik jaren lang niet meer leven, het punt was dat ik maar niet doodging! Ondanks pogingen omdat ik geen uitweg meer zag, het lijden niet meer kon verdragen. Mijn leven was een hel! Heb 5 jaar terug ook euthanasie brief gemaakt en aangevraagd! Mijn huisdokter ging akkoord en zou zelf aangeven wanneer! Nu is het jaren later en ben dankbaar dat ik nog leef ! Mijn trauma’s bijna allemaal geheeld, angsten overweldigen me niet meer, stemmen zijn gereduceerd tot wat seksuele intimidatie, zelfhaat is vervangen door zelfliefde en ga zo maar door! Mensen begrijpen er niets van uit mijn verleden Levend en al!

  7. Mabel

    Ik leef al een heel even met die gedachten. Ik had en heb ze hard nodig, om het vol te houden ,de optie van een uitweg.
    Met het uitspreken ervan krijg je geen sympathie, niet binnen of buiten de GGZ. Alleen maar vragen, en checks, wat ,wanneer en hoe.
    Tijdens opname werd me zelfs de mond gesnoerd, toen ik uiting gaf aan mijn wanhoop, omdat andere mensen ermee zouden worstelen. Op de vraag of dat dan helpt als je er niet over praat bij dat geworstel kreeg ik geen antwoord.

    Ze hebben je eigenlijk niets te bieden. Ik hou mijn exit bij me.

  8. Renée van der Veen

    Daarbij begrijp ik het Psychische Lijden nu beter: Je eigen relatie met je bewustzijn.
    Ik geloof dat ik er eindelijk iets van begin te begrijpen, erg interessant dit alles!

  9. Renée van der Veen

    Wat een prachtig en helemaal ware Blog. Diep roerend ook. Zo is het, het wordt begrepen. Dank je wel Jim. Dank je wel Carlijn.