Main content

Denkt mijn moeder nu echt dat zij Harry Potter is? Dit hoor ik mijn dochter zeggen als ik vertrek naar de crisisdienst. De crisisdienst heb ik nooit bereikt. Mijn partner kan de weg niet vinden en terwijl hij de auto keert, ben ik uit de auto gestapt en zo hard als ik kon naar de PAAZ-afdeling van het nabij gelegen ziekenhuis gerend. Hier ben ik met een IBS gedwongen opgenomen.

Wat hieraan vooraf ging?

Al jaren volg ik de ontwikkelingen rondom de meergenerationele traumatherapie van de Duitse hoogleraar Franz Ruppert. Vanwege een feest aan herkenning, besluit ik een tweedaagse workshop te volgen. Met de aanwezige personen maak je een opstelling van jouw verlangen én dat wat er tussenkomt om dit verlangen te realiseren. In mijn opstelling wordt helder hoe groot mijn innerlijke verdeeldheid is door trauma’s en emotionele verwaarlozing. De afstand tussen persoonlijkheidsdelen blijkt nog te groot voor integratie.
De opstelling geeft helderheid, maar activeert ook ‘tegenkrachten’. Daarnaast neem ik ook volop deel aan de opstellingen van anderen. Met mijn sensitiviteit voel ik goed aan wat er speelt, met de keerzijde dat ik gemakkelijk emoties van anderen overneem. Dit zorgt voor verwarring. Wat is nu van mij en wat van de ander? Te veel emotionele informatie zorgt uiteindelijk voor desintegratie. Ik word psychotisch.

Dat ik me Harry Potter waan, zie ik als een laatste redmiddel om mijn uit elkaar gevallen persoonlijkheid bij elkaar te houden

Ik bezoek de huisarts en vertel haar dat ik psychotisch ben en dat ik graag een doorverwijzing wil naar mijn voormalige psychiater van de PAAZ (psychiatrische afdeling algemeen ziekenhuis). In het verleden heb ik om financiële redenen én omdat ik alle jaren stabiel was, de behandeling van mijn psychiater afgeschaald naar mijn huisarts. Ik ben in de veronderstelling dat in het geval van crisis ik weer eenvoudig kan opschalen en dan de psychiater weer kan bezoeken die mij destijds behandelde.

De eerste reactie van mijn huisarts is dat psychotische mensen zich heel anders gedragen in de spreekkamer. Ik kan wel doorverwezen worden, maar moet dan vier dagen wachten. Mocht het na vier dagen niet gaan, kan ik bellen. Nog dezelfde middag escaleert mijn manische psychose. Na herhaaldelijke verzoeken van mijn partner om dringende hulp, mag ik uiteindelijk de volgende dag naar de crisisdienst.

Ik ben ergens blij dat ik in verwarde toestand naar de PAAZ ben gerend en niet naar de crisisdienst ben gegaan

Ik heb nog enigszins regie en ben hier goed opgevangen. Gelukkig is mijn vorige behandelaar aanwezig. Omdat ik hem vertrouw ben ik bereid zijn adviezen op te volgen in tegenstelling tot die van collega’s die ik niet ken. Ik krijg nu de juiste hoeveelheid antipsychotica voor een crisissituatie én slaapmedicatie. Ik heb namelijk al drie nachten niet meer geslapen. Ik voel me zeer angstig en ben veel bezig met wie ik wel en wie ik niet kan vertrouwen.
Een aardige verpleger biedt me een duidelijk kader waarbij hij de verpleegkundigen in drie groepen verdeelt. Hij stelt me voor aan zijn collega en vertelt me dat zij het meeste voor mij kunnen betekenen. Verder geeft hij aan dat de overige 85% van de verpleging gewoon goed zijn werk doet en dat er slechts een kleine minderheid is waar ik weinig aan heb. Ik begrijp meteen wat hij bedoelt en stem daar mijn strategie op af. Met 85% van het personeel doe ik gewoon mee, voor mijn echte vragen ga ik naar de twee top-verpleegkundigen en ik vermijd één verpleegkundige die ik niet vertrouw.

Het fascineert me wat de kanjers van de rest onderscheidt. Ik kom tot de conclusie dat ik met hen een dieper contact kan aangaan omdat zij mij als persoon zien.

Ik voel me door hen begrepen en bovendien handelen zij binnen hun kaders echt in mijn belang. Ook geven ze me eerlijke feedback op mijn gedrag waardoor het makkelijker voor me is de wanen van de werkelijkheid te scheiden.

Tijdens mijn psychose ben ik erg onbegrensd. Ik voel dan de diepe pijn van mede-patiënten goed aan, die vaak achter hun diagnoses schuil gaan. Het valt me op dat door het personeel wel op de symptomen wordt gereageerd, maar dat de onderliggende pijn onbesproken blijft. Ik weet uit ervaring dat ik mijn pijn moet omarmen en mijn verlies moet nemen, wil ik snel uit de psychose komen. Wegvluchten van mijn pijn versterkt de waan.
Ik krijg de ingeving om uiting te geven aan mijn eigen pijn door middel van een dierengeluid. Mijn mede-patiënten begrijpen de boodschap en zo maken we om beurten dierengeluiden. Ik voel de onderlinge verbondenheid en kijk hier nog steeds met plezier op terug.

Miauw”, “Waf!”, als ik dan toch op de gesloten afdeling zit, kan ik mezelf wel wat gekte permitteren…


Catharine studeerde psychologie en werkt als projectmanager.

photo credit: pexels.com
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *