Main content

Ik wil niet opstaan, doe het wel. Koffie, geen eten. Voel me raar. Afwezig, verward, en niet gemotiveerd om iets te doen. Gisteren ook al. Raakte weer spullen kwijt. Vannacht opnieuw demonen. Een man met een zeis – de dood die me wilde halen, een mismaakt gezicht. Heb ze weggestuurd. Wat gebeurt er allemaal? Voortekenen van een nieuwe psychose? Wat te doen, bellen? En dan? Opname? Natuurlijk niet, wat moet ik daar. Helemaal geen reden toe. Ik spreek mezelf streng toe: niet panieken. Maar ik ben moe en wil rust. In bed liggen, geen mensen zien. Ik kruip in bed en luister naar de vogels, maar kan niet stil liggen.

Mijn lijf wil rust, want het is aan het poppen. Ik ben een pop geworden en ga veranderen in een vlinder. Een vlinder? Ja. Een proces waarin ik doorgroei naar een ander niveau van mijn mens-zijn. Dat is mooi. Mijn lijf moet rusten zodat alle energie naar mijn hoofd kan om dit proces te voltooien. Daarom moet ik vasten. Ik app dit naar mijn man. Maar bedenk dan dat hij daar vast ongerust door wordt. Hij zal denken dat ik psychotisch ben, mensen gaan bellen die me niet begrijpen en me vol spuiten met allemaal troep. Ik wil niet nog meer pillen. Misschien moet ik er juist mee stoppen om het proces te versnellen.

En ja, hij komt gestresst naar boven, vraagt wat er aan de hand is. Ik begin te stotteren en ook te lachen. Hij zegt dat ik iemand moet bellen, maar dat wil ik niet. Dan gaat hij eerst de honden uitlaten.
Ik word angstig. Ik tril en mijn hart maakt een wild tromgeroffel in mijn borstkas.

Natuurlijk ben ik bang, het is ook niet niets zo’n proces omdat ik niet weet wat er gaat gebeuren. Hoe het gaat gebeuren

En dan weet ik het ineens: mijn broertje! Zeven jaar geleden had hij het ook over beestjes in zijn buik. Poppen die een vlinder gingen worden. Hij lag in het ziekenhuis na zijn hartinfarct en sinds kort weet ik dat hij toen manisch was. Ben ik nu ook manisch? Zou kunnen. Volgens mijn stemmingsmeter was ik de afgelopen dagen hypomaan en waarschijnlijk iets daarboven. Ach, kreten die ziekte en dreiging suggereren. Ik ben niet ziek, voel me juist heel goed. Ik ben in contact met mijn diepste innerlijk en heb het gevoel dat ik opnieuw geboren ga worden. Maar mijn broertje ging dood. Hij ging tegen advies van de artsen met ontslag en de volgende dag zat hij dood aan de keukentafel.

Ging hij naar huis om te ontpoppen tot een vlinder?  Zou ik daarvoor dan ook dood moeten gaan?

Dat wil ik niet! Ik begin te huilen. Ik wil helemaal niet dood. Ik wil hier blijven, bij Leo en de kinderen in deze wereld. Maar mijn broertje vliegt ergens in die andere wereld als een mooie vlinder. Ik wil ook naar die wereld. Ik wil samen met mijn broertje als vlinder vliegen zodat ik hem kan zeggen hoeveel het me spijt dat ik hem die ene keer zo gekwetst heb en hoeveel ik van hem houd. En dan is hij eindelijk niet meer eenzaam. Want ik weet nu hoe eenzaam hij altijd was. Maar ik wil niet dood.

Dan word ik ineens rustig. Als het mijn tijd is, ga ik toch dood. Dat is nu eenmaal de consequentie van leven. Als dat moet, dan moet dat maar. Mijn hartslag wordt weer kalm. Leo komt thuis met de honden en ik zeg tegen hem dat ik het mooi vind om straks samen met mijn broertje als een vlinder te vliegen. Ik zeg dat ik naar het strooiveldje wil. Wil dat eigenlijk al de hele week. Leo is ook weer rustig en zegt dat hij me brengt. Mijn lieve kanjer die meteen begrijpt, niets gek vindt en geeft wat ik nodig heb.

Het is vredig op het kerkhof en we zitten op het bankje bij het strooiveldje. De zon schijnt, de vogels kwetteren en overal staan vazen met kleurige bloemen. Het is er mooi, zo rustig. Wat een fijne plek om de vlinder in mij los te laten. Al snel komen de herinneringen aan mijn broer en de tranen. Tranen zijn goed.

Ik doe mijn ogen dicht en visualiseer een vlinder. En dan laat ik mijn vlinder los. Nog meer tranen

Lieve Ben. Ik geef je mijn vlinder en ik ga samen met je vliegen in die mooie wondere wereld waar je nu bent. Alleen de vlinder, een deel van mijn hart. De rest blijft hier, stevig op de grond.

Eindelijk na al die jaren kan ik het loslaten.

Vlieg, lieve broer, vlieg samen met mij. Het is goed. Ik hou van je.

De emoties trillen nog een tijdje na, maar de stemmingsmeter zakt snel richting normaal.


Alie Ongena is 60 jaar en heeft al vanaf haar jeugd te maken met psychische problemen. Toch heeft ze een gezin gesticht en een carrière opgebouwd als secretaresse. Na haar arbeidsongeschiktheid in 2008, is ze zich meer gaan richten op vrijwilligerswerk en schrijft freelance webteksten. Momenteel zet ze zich in met activiteiten voor de psychisch kwetsbare medemens. In 2014 publiceerde ze haar boek “Fluister het maar in mijn oor” onder de naam Alida Ennie over haar PTSS en de EMDR behandeling die zij daarvoor kreeg.

photo credit: pexels.com
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *