Main content

In deze blog vertelt Denise een ingrijpend verhaal over haar zoon met een ernstige persoonlijkheidsstoornis. “Vanaf die tijd begonnen de troubles met T, ofwel ‘heer T.’ zoals wij hem in de familie wel noemen”.

T is geboren in het ziekenhuis met behulp van de kiezerssnede. Een maand voor zijn eigenlijke geboortedatum.

Hij heeft de eerste drie weken van zijn leven op de intensive care voor pasgeborenen doorgebracht

In mijn ogen een slechte start. Ons gezin bestond uit vader, moeder en een zusje dat toen al 10 jaar oud was.

Hij groeit op in Noord-Holland en volgt het normale onderwijs. Was in sommige opzichten een angstig kind. Ook moest hij altijd aan het spelen gezet worden, uit zichzelf ondernam hij op dat gebied niet veel, had ook een korte spanningsboog.

Je moest altijd alles voor hem doen.

Wel had hij vriendjes in de buurt met wie hij buiten speelde. Na het lager onderwijs ging hij naar het VMBO, de vroegere Technische school.

Toen hij 12 jaar oud was, scheidde ik van zijn vader

Een pijnlijke periode; zijn vader vertrok met zijn nieuwe vriendin, en wilde niets meer weten van mij en T. In dezelfde tijd verliet ook zijn zusje het ouderlijk huis om te gaan samenwonen met haar vriend.

Ik heb veel geprobeerd om het contact met zijn vader te herstellen, maar niets hielp. Wij bleven met z’n tweetjes achter in onze nieuwbouwwoning.

Vanaf die tijd begonnen de troubles met heer T. zoals wij hem in de familie wel noemen

Wat volgt is een lange weg langs allerlei loketten, om hulp, maar niets haalde wat uit. Op school ging het ook niet – hij ging naar het speciaal onderwijs. Ook daar moest hij weg, vanwege gedragsproblemen. (Je zou denken dat daar wel mee omgegaan kon worden, maar dat was niet het geval.) Wel had hij inmiddels de gewoonte van het blowen opgepikt

Daarna volgde nog veel trajecten

Ik ben inmiddels de tel kwijtgeraakt hoeveel en waar allemaal. Hij heeft een relatief gelukkige periode gehad bij de speciale opvang voor dit type schooluitvallers, ondergebracht bij de sociale werkplaats.

Er werkte daar een leidster, een heel leuke jonge vrouw, waar T. ook dol op was. Zij bracht een keer een huisbezoek aan ons, en een tijd later vertrouwde ze mij toe dat ze toen erg geschrokken was van wat ze zag. Het merendeel van haar pupillen kwam uit gezinnen waar veel problemen waren, waar weinig tot geen aandacht voor de kinderen was. Hoe kon een kind uit zo’n fijn huis, met een bezorgde moeder en partner, in deze situatie terecht komen?

Dit was voor mij een wake-up call: “hier was meer aan de hand dan alleen een lastige puber”

Uiteindelijk belandde hij op de speciale leerweg voor automonteur, zijn wens. Hij heeft het eerste certificaat gehaald en liep stage bij een garage. Reden waarom hij daar stopte weet ik niet meer. Vervolgens probeerde hij het in de installatietechniek, hij ging werken en leren bij een groot installatiebureau dat een grote renovatie deed bij een ziekenhuis.

Het regelmatig tot vaak gebruik van middelen was toen al een gewoonte geworden. Ook liet zijn gedrag thuis te wensen over, er waren veel conflicten en ik vond dat hij weinig tot geen waardering had voor wat wij allemaal voor hem deden.

Na een ernstig vergrijp werd hij ontslagen en de situatie thuis was ook niet langer houdbaar

Hij is toen door mij uit huis gezet. Een periode van zwerven brak voor hem aan, hij sliep dan hier, dan daar. Als hij onderdak had, werkte hij als stratenmaker. Het contact tussen ons was slecht: hij hield ons verantwoordelijk voor zijn slechte situatie. Uiteindelijk kreeg hij een woning niet ver van ons huis, wij hebben hem zo goed en zo kwaad als het ging geholpen met de inrichting, en hoopten dat hij nu wat stabieler zou worden.

Het was een sociaal zwakke buurt waar hij verbleef, binnen de kortste keren kreeg hij allerlei conflicten met buren.

Totdat we doorkregen dat hij in de greep was van een drugsdealer en zijn vriendin

Hij moest daar vluchten, omdat ze hem bedreigden en afpersten.

Wij hadden gehoord van de Horeb, een opvangmogelijkheid onder de paraplu van stichting De Hoop. Er was daar plek en wij hebben hem in allerijl daar heen gebracht. Huis opgezegd en opgeruimd met hulp van een buurman. Daar, in de Horeb, heeft hij een fijne tijd gehad. Van de drugs af en vriendschappen met lotgenoten. Helaas was er geen follow-up. Het was dit of je moest je bekeren tot het geloof, dan bestond er de kans dat je verder in de organisatie geholpen werd.

T. vertrok met een ‘maat’ en werd matroos op de Binnenvaart

Dat hield hij een half jaar vol, er was weer gebruik. En na een periode in een heel ander deel van Nederland te hebben gewoond kwam hij weer bij ons terecht. Hij was gewond geraakt tijdens het werk, kreeg tijdelijk een kleine uitkering en kwam bij ons terecht.

Op aanraden van een vriendin heb ik toen namens hem een Wajong uitkering aangevraagd die hem is toegekend

Volgens de man die hem moest testen, had hij een ernstige persoonlijkheidsstoornis en leek hem opname dringend gewenst. Als ik met T. daarover sprak, draaide het er op uit dat de hele wereld gestoord was behalve hijzelf.


Denise Holtkamp (Amsterdam 1952) is moeder van een psychosegevoelige jongeman sinds 1985. Zelf opgeleid als beeldend kunstenaar aan de Rietveld Academie (1980). Werkzaam geweest als docent beeldend aan De Blauwe Schuit te Hoorn, sinds 1985 werkzaam als vrij beeldend kunstenaar/ graficus.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *