Main content

Sanne is afgestudeerd als MSc Psychologie en heeft een bipolaire stoornis. Ze is, net als haar opa, heel gevoelig voor antidepressiva. Ze beschrijft in deze blog het verschil tussen de uitersten van het medicijnstofwisselingsspectrum. “Wellicht zijn mijn opa en ik in onze genetische aanleg ‘slow metabolizers’ als het aankomt op antidepressiva.”

In de tachtiger jaren had mijn opa last van zwaarmoedigheid, afgewisseld met korte periodes van blijdschap, energie en productiviteit

Terugblikkend op zijn leven was hij zeker bipolair. Destijds was dit echter niet onderzocht of gediagnosticeerd. Psychische problematiek was in die tijd (al helemaal in de Bible-belt) een uiterst groot taboe. Het was dan ook al heel wat dat mijn opa naar de huisarts ging met zijn depressieve klachten. Hiervoor kreeg hij een antidepressivum voorgeschreven. Het feit wil alleen dat, juist bij een bipolaire stoornis, antidepressiva als monotherapie manieën kan uitlokken. Niet veel later na het starten van de behandeling met antidepressiva, werd mijn opa dan ook manisch-psychotisch, met als gevolg dat hij negen maanden opgenomen is geweest. Hier kreeg hij zijn diagnose en werd hij ingeregeld op lithium (een stemmingsstabilisator).

Ikzelf heb ook een bipolaire stoornis

Vorig jaar kwam ik bij mijn psychiater met depressieve klachten, waarop we gezamenlijk besloten dat het inzetten van antidepressiva de beste zet zou zijn. Ondanks dat ik was ingeregeld op twee stemmingsstabilisatoren en de lage dosering van de antidepressiva, was ik na een aantal weken al zwaar hypomaan, neigend naar een volledige manie. Ik durf op basis hiervan te stellen dat ik zeer gevoelig ben voor antidepressiva. Als ik vanuit mijn vrijwilligerswerk anderen spreek met een bipolaire stoornis, hoor ik echter andere verhalen. Sommigen reageren zelfs amper op antidepressiva, zelfs in zeer hoge dosering. Ook hoor ik tijdens lotgenotencontact verschillende verhalen over hoe men reageert op een bepaald medicijn: bij de ene heeft een lage dosis lithium al groot effect, terwijl de ander juist een veel hogere dosering nodig heeft.

Hoe kan het dat de effectiviteit en de bijbehorende dosering van een middel zoveel kan verschillen tussen personen?

Met deze vraag ging ik opzoek in de wetenschappelijke literatuur naar antwoorden. Eén specifiek fenomeen greep mijn interesse: ‘drug metabolism’ oftewel medicijnstofwisseling. In dit blog zal ik dan ook uitleg geven over wat medicijnstofwisseling is. Ook zal ik hier vertellen over verschillende soorten ‘metabolizers’. Dit is het medicijnstofwisselingstype dat iemand kan hebben voor een bepaalde medicijngroep.

Medicijnstofwisseling is de term die gebruikt wordt om de biotransformatie van medicijnen in het lichaam aan te duiden. Biotransformatie houdt in dat lichaamsvreemde stoffen van chemische structuur worden veranderd door het lichaam. Hierdoor kan het lichaam de medicatie makkelijker afbreken. Het merendeel van al deze stofwisselingsprocessen vindt plaats in de lever (hoewel dit bij lithium in de nieren het geval is). De reden waarom het overgrote deel van de medicijnen in de lever wordt afgebroken, is omdat de enzymen die verantwoordelijk zijn voor de biotransformatie- en afbraak van medicatie voornamelijk hier geconcentreerd zijn. Wanneer de werkzame stoffen van het medicijn verwerkt worden, worden deze werkzame stoffen in de meeste gevallen inactief.

Ieder mens en zijn/haar lichaam is natuurlijk verschillend

Iemands medicijnstofwisseling kan dan ook door verschillende factoren worden beïnvloed:

• Genetische aanleg
• Chronische leverproblemen
• Hartproblemen
• Interactie met andere medicijnen

De snelheid waarmee medicatie in het lichaam wordt afgebroken, is een spectrum van ‘slow’ (traag) tot ‘utlra-rapid’ (ultra snel). Per medicijngroep kan het verschillen waar jij je op het spectrum bevindt. Dit heeft te maken met feit dat per medicijngroep een bepaald enzym verantwoordelijk is voor de biotransformatie. Zo kan het ene enzym meer werkzaam in jouw lichaam zijn dan een andere soort.

Het verschil tussen de uitersten van het medicijnstofwisselingsspectrum (‘slow’ en ‘ultra-rapid’) beschrijf ik kort hieronder:

‘Slow metabolizers’ – Het trage medicijnstofwisselingstype
Bij dit type worden medicijnen zo langzaam verwerkt door het lichaam, dat de werkzame stoffen van de medicatie zich opbouwen in de bloedsomloop. Dit leidt tot een hoge medicatiespiegel. Dit kan betekenen dat het medicijn effectief zal zijn, maar een té hoge spiegel kan ook leiden tot toxiciteit (overdosis) en/of meer- en heftigere bijwerkingen.

‘Ultra-rapid metabolizers’– Het ultra snelle medicijnstofwisselingstype
Wanneer er sprake is van een ultra snelle medicijnstofwisseling, worden medicijnen zeer snel verwerkt en afgebroken door het lichaam. Hierdoor kan de medicatiespiegel mogelijk niet hoog genoeg zijn om een therapeutisch effect te bewerkstelligen.

Wellicht zijn mijn opa en ik in onze genetische aanleg slow metabolizers als het aankomt op antidepressiva

Mogelijk geeft deze informatie jou inzicht over waarom bepaalde medicijnen wel/niet aanslaan, en geeft dit misschien een verklaring voor de (in)effectiviteit van sommige medicatie die je hebt geprobeerd.


Sanne (26) is afgestudeerd als MSc Psychologie. Daarnaast is zij op vrijwillige basis actief binnen het bestuur van Plusminus – Leven met bipolariteit als jongerencoördinator.

Meer lezen?

Deze blog verscheen eerder op PlusMinus.nl
Fotocredit: Sanne
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Om te weten of je ultra rapid, rapid, slow metaboliser bent kunt je op diverse plaatsen een farmacogenetisch paspoort laten maken. Google op farmacogenetisch paspoort en je kunt daar alles over lezen. Sommige zorgverzekeringen vergoeden het als het op doktersaanvraag is. Anders kost het tussen 200 en 300 euro. Een heel belangrijk document om in je bezit te hebben!

  2. Hoe kan het dat je niet reageert met verbetering van de klachten bij een lage dosis antidepressivum,
    maar wél onmiddellijk last van bijwerkingen hebt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *