Main content

Net had ik het nog helemaal voor ogen en in het volgende moment sla ik al mijn plannen in de wind, ga ik op mijn bed liggen en kan ik opeens niks meer. Opeens raak ik de weg kwijt.

Net had ik het nog helemaal voor ogen: ik zou mijn studie weer oppakken, weer meedraaien op mijn werk en doorgaan met mijn leven. En opeens… Raak ik de weg kwijt. Het voelt alsof een groot zwart doek zich langzaam over mij heen legt, ik kan er niks aan doen, ik laat het gebeuren.

Net had ik nog alle mogelijkheden, alle opties stonden me open. En nu? Leegte

Doei studie, doei geregeld leven, doei toekomstplannen. Ergens diep in me weet ik dat dit tijdelijk is, ergens diep in me weet ik dat dit niet eeuwig duurt. En toch voelt het alsof ik nooit meer zal leven. Alsof ik de rest van mijn leven hier op bed zou doorbrengen. Opgekruld op een klein stukje bed, beschermd door mijn warm deken. Maar kan me dit deken wel echt beschermen? Beschermen voor alle donkere gedachtes, beschermen voor de drang om mezelf iets aan te doen, beschermen voor mezelf.

Opgekruld lig ik te fantaseren dat er eigenlijk maar een oplossing is voor al mijn problemen: er een eind aan maken

In één keer zou ik af zijn van alle ellende, in één keer zou alles opgelost zijn. Maar ergens weet ik dat dit niet dé oplossing is. ‘Een definitieve oplossing voor een tijdelijk probleem’, hoor je weleens. Maar waarom voelt het dan niet tijdelijk, waarom voelt mijn probleem zo definitief?

Op een goed moment ga ik zitten op de rand van mijn bed. Ga ik staan. Doe ik mijn klefaren aan. Ga ik naar de supermarkt. Glimlach ik naar de kassière. Doe ik net alsof het goed gaat met me. Voordat ik me thuis weer verstop onder de dekens, verstop voor de monsters die ingetrokken zijn bij mij, al weken geleden. Toen nog iedereen dacht dat het beter, ja misschien zelfs goed met me gaat.

Al snel val ik in slaap, uren later word ik weer wakker. Mijn gevoel is niet veranderd, ik ben nog steeds bang. Bang voor de toekomst, bang dat dit nooit over zal gaan, bang dat ik gewoonweg mislukt ben.

Dat ik niks kan. Omdat ik ook niks wil. Behalve dood

Na een paar weken merk ik dat de medicatie begint te werken en besef ik dat er naast de donkere momenten steeds meer lichte momenten zijn. Dat ik weer vaker naar de kassière in de supermarkt glimlach, dat ik ’s ochtends wel mijn bed uitkom en dat ik soms, heel soms zelfs naar buiten ga om een stukje te wandelen.

Naast de stemmen van alle monsters die de afgelopen weken bij me hebben gewoond is er nu een stemmetje bij gekomen. Het stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat het leven het wel waard is, dat er veel dingen zijn om ’s ochtends voor op te staan, dat er niet alleen donkere dagen zijn. Maar vooral dat dit tijdelijk is.


Ilse Groen is student aan een universiteit in het zuiden van het land en blogt over haar persoonlijke ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg.

Meer van Ilse:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *