Main content

De grootste angst van Gemma wordt realiteit: ze wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek. De ervaring van een psychose bracht haar echter ook mooie inzichten. Dat iedereen behoefte heeft aan menselijke warmte en dat dit juist in de psychiatrie meer aandacht moet krijgen. “Door mijn eigen helletocht heb ik ervaren dat het essentieel is een mens in al haar aspecten te blijven benaderen. Doe je dat niet dan blijft er een medisch technische benadering over en blijft het meest belangrijke deel van een mens in nood onbereikbaar”.

Het is 2013, zomer en ik bevind me in een kale isoleercel in een politiebureau en later op een gesloten psychiatrische afdeling. Buiten mijn wil om opgepakt, opgesloten en afgesloten van contact met de buitenwereld. Zelfs van mijn kinderen. Wat heb ik misdaan? Zal ik hier nog ooit uitkomen?  En vooral: wie wil mij dan nog?

Al jaren benoemde ik deze specifieke angst: ‘Als ik maar niet in een gekkenhuis terecht kom!’ Sinds ik de Nederlandse dramafilm: “de gelukkige huisvrouw” zag, waarin de hoofdrolspeelster platgespoten en afgevoerd wordt naar een psychiatrische kliniek en na haar vrijlating door niemand meer gewenst. En precies dát beangstigde mij zo!

Nu zat ik er zelf!

Vele jaren verpleegkundig én zelfstandig gevestigd therapeutschap, hadden mij inzicht gegeven in ziekte en gezondheid. Nu zélf als patiënt, aan de andere kant van de balie, voelde ik me kwetsbaar, onmachtig, hulpeloos en overgeleverd aan het oordeel van de ander.

Er spoorde kennelijk iets niet in mij. Zou ik later, als ik vrij zou kunnen komen er nog toe doen?  Terwijl ik wel voelde dat ik in de war was en wartaal sprak, kon ik tegelijkertijd heel helder mijn eigen kern blijven voelen. Heel duidelijk kon ik voelen dat ik ándere zorg nodig had en ik hunkerde zo naar empathie, begrip. Maar de bejegening en benadering voelde zo onvriendelijk en kil en ook mijn mede groepsgenoten leden hier zichtbaar onder. Het was schrijnend en ik begreep niet waarom dit zo gebeurde.

Pas veel later, als per toeval wordt ontdekt dat er sprake is van een tumor in mijn hoofd, wordt het regime plotseling van het ene op het ander moment 180 graden gedraaid en is er vriendelijkheid, menselijkheid. Pas dán verdwijnt de scepsis rondom mij en word ik zelfs serieus genomen. Maar ik was toch nog steeds dezelfde mens?

Dáár voelde ik dat ik wilde schrijven

Schrijven om ook anderen die niet in staat zijn voor zichzelf op te komen een stem te geven. De mensen die destijds met mij opgesloten zaten en er misschien nog steeds vastzitten, of levenslang gedempt zijn door medicatie zullen hun stem niet voluit laten horen. Ook al is er vreemd verward gedrag, geen of moeilijke communicatie mogelijk; een mens heeft evengoed een binnenkant, een gevoelsleven, een eigen kern van waaruit geleefd wil worden. En juist dát deel moet te allen tijde betrokken worden in de zorg voor elkaar! Juist in dit wezenlijke deel moet een mens zich uitgenodigd kunnen blijven voelen. Zo niet dan reikt zorg niet ver genoeg, sterker nog, leidt dit vaak tot hele traumatische ervaringen. Onnodig!

In ‘Pleidooi voor de Ziel’ beschrijf ik een onthutsend beeld van mijn eigen psychose; een volstrekt in de steek gelaten mens en een worsteling naar de betekenis van dit alles. Het geeft een intieme inkijk, van mijn verblijf in de psychiatrische kliniek, geschreven vanuit dagboekaantekeningen van tijdens mijn psychose. Het werd een zeer spannend boek waarin tot slot allerlei tips en vaardigheden staan om op een menslievende manier te zorgen voor een kwetsbaar en afhankelijk mens.

Ook al wist ik dat het woord ‘Ziel’ me uitdagingen zou bezorgen…

heb ik bewust voor deze titel gekozen. In de reguliere zorg wordt ‘Ziel’ meestal niet of met oordeel gebezigd. Toch heb ik door mijn eigen helletocht ervaren dat het essentieel is een mens in al haar aspecten te blijven benaderen. Doe je dat niet en blijft er een medisch technische benadering over en blijft het meest belangrijke deel van een mens in nood onbereikbaar. Daarnaast kan een psychose spiritueel beleefd worden. Is hier dan oog voor?

De wil om willen blijven leven

de moed om verder te willen gaan, om beter te willen worden, om er boven op te komen, kan niet worden aangesproken worden door koude zorg alleen; koude zorg zoals medicatie en observatie. Er is nog iets anders nodig dat deze zorg begeleidt. Er is aandacht voor het innerlijke van de mens nodig. Wat behoeft het van binnen? Wat is die individuele psychische nood? Welk verhaal schuilt hieronder? Welke innerlijke overtuigingen liggen hieraan ten grondslag?

Is er bijvoorbeeld een diep gevoelde angst voor afwijzing, een diep gewortelde angst om er alleen voor te komen staan, zelfhaat, angst om niet of verkeerd begrepen te worden? In mijn geval speelde mijn intrinsieke angst voor boosheid en afwijzing vanuit mijn jeugd een pijnlijk rol.  Een liefdevolle aai over mijn bol had ik nodig, een luisterend oor, een erkenning dat er toe deed. In mijn normale leven kan ik dit zelf onderzoeken en aangaan. Maar tijdens deze kwetsbare fase van mijn psychose was ik overgeleverd aan de goodwill van zorgverleners.

Had mij een reikende hand geboden

Had mij gezegd: “Wij weten het ook niet wat er met u is, maar wij zullen voor u vechten, wij zullen voor u blijven zorgen.” Nu voelde de afzondering en de kille benadering als afwijzing en ik gleed steeds verder af in mijn psychose, raakte steeds dieper in mijzelf gekeerd en nam mijn verwardheid toe. De wil om voor mijzelf te strijden zakte dieper weg.

Wat ik als eerste in mijn opleiding tot natuurgeneeskundig therapeut leerde was het bestaan van een zelfgenezend vermogen. Dat ieder mens dit van nature bezit. Deze belangrijkste wet bleef echter theoretisch, totdat ikzelf tijdens mijn psychosetijd voelde wat het met me deed: het moment dat ik weer mee mocht doen, dat er iemand was die zei: “ je doet er weer toe”. Het was dát moment dat ik heel erg sterk voelde: ‘Oké ik wíl ook weer meedoen, ik wíl weer beter worden’.  Dáár werd mijn zelfgenezend vermogen dus letterlijk aangeraakt. Dát is warme zorg. Dát is zorgen voor de ziel.

Inmiddels mag ik hoorcolleges geven

op hogescholen voor zorgprofessionals, om te pleiten voor mededogen, empathisch vermogen, voor de vaardigheid zich te verplaatsen in die kwetsbare ander. Want doe je dat niet dan zijn oordelen, vooroordelen soms letterlijk killing.

De lijdende mens moet worden opgehaald uit zijn hel, uitgenodigd om weer te voelen dat hij er toe doet. Dan volgt de spirit, en de rest ook.


Gemma van den Akker Na haar verpleegkundeopleiding jaren heeft Gemma gereisd door Zuidoost Azië, bij terugkomst is zij Natuurgeneeskunde gaan studeren en als verpleegkundige blijven werken. Door 30 jaar ervaring in beide vakken heeft zij gevoeld dat mensen zeker warme zorg behoeven. Het doormaken van haar psychose heeft dit bevestigd. Meer over haar kun je vinden op haar website.

Wil je meer weten over spiritualiteit in de GGZ?

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.