Main content

Het was alweer een tijdje geleden, dat Ilse de stemmen voor het laatst hoorde. Maar opeens zijn ze er weer, zachtjes op de achtergrond.

Vol goede moed ga ik naar mijn college over de voor- en nadelen van het handboek voor psychische stoornissen, de DSM-5. Ik ben aandachtig aan het luisteren als ik ze opeens hoor. Heel zachtjes op de achtergrond. Ik heb ze al een tijdje niet gehoord. Of heb ik ze niet willen horen?

Ze zijn er in ieder geval opeens weer. De stemmen. Zachtjes maar continu. Niet hard maar hard genoeg om me af te leiden. Mijn concentratie is ineens verdwenen terwijl ik dit college juist zo interessant vond. Al mijn aandacht gaat naar de stemmen en voorzichtig probeer ik te horen wat ze zeggen.

Ik hoor stemmen

En dan niet die van mijn medestudenten die het college blijkbaar net iets minder interessant vinden dan ik. No offense trouwens, maar waarom zou je anders praten tijdens een college?

Stemmen dus. Of ja, stemmen is misschien ook weer zo raar om te zeggen. Het is een geroezemoes van veel stemmen die door elkaar praten. Stel je voor je zit in een volle kroeg. Iedereen is aan het praten. Opeens valt de muziek uit. Dát dus.

Ik merk dat ik er een beetje onzeker van word. Eigenlijk ging het toch juist goed met me?

Eigenlijk had ik al lang geen stemmen meer gehoord en dat wilde ik ook graag zo houden? En eigenlijk zou de medicatie dit toch tegen moeten houden? Eigenlijk had ik de stemmen toch naar Ouagadougou gestuurd en gevraagd om nooit meer terug te komen? Eigenlijk wilde ik dit gewoon niet meer. Eigenlijk…

Met mijn gedachten ben ik inmiddels ergens in de woestijn maar in de verte zie ik mensen hun spullen inpakken en besef ik dat het college over is. De helft heb ik zeker gemist. Voor nu is dat mijn kleinste probleem. Ik ben nog een beetje in de war als ik samen met twee medestudenten de collegezaal verlaat. Ons gesprek is luchtig, precies de afleiding die ik nu nodig heb.

Op de fiets naar huis denk ik erover na hoe het had kunnen gebeuren en al snel komen tig dingen in me op die mee zouden kunnen spelen. Iets met te weinig slaap. Iets met een drukke week. Iets met een nog drukkere dag.

Iets met niet goed voor mezelf zorgen. Bijvoorbeeld

Eenmaal thuis wil ik even gaan liggen, even bijkomen van deze lange en intensieve dag. Het duurt niet lang voordat ik in slaap val. Een uur later word ik wakker en voel me nog minder uitgerust dan voorheen. Ah well, so be it, denk ik. Het duurt niet meer lang, ik kan zo gaan slapen. De stemmen zijn er nog steeds en langzaamaan begin ik ze toch lichtjes irritant te vinden.

Nog half slapend ga ik in mijn stoel zitten en denk na over vandaag. Ik kom al snel tot de conclusie dat ik iets anders moet doen. Want eigenlijk is het gewoon een teken dat ik nu moet gaan opletten. Op alles. Op mij.


Ilse Groen is student aan een universiteit in het zuiden van het land en blogt over haar persoonlijke ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg.

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *