Main content

PsychoseNet verbindt. Recent is bij mij de diagnose bipolaire stoornis, type 2, vastgesteld nadat we jarenlang gepuzzeld hebben rondom de naam van het beestje. Zoals eerder gezegd leveren etiketten al snel extra stigma op en is de diversiteit enorm binnen zo’n etiket.

Ik moest er zelf toch aan geloven gezien het feit dat ik nu wéér zo fors ontregelde na een life-event en mijn stemming werkelijk alle kanten op bewoog. En daarom lithium dus als stemmingsstabilisator. Maar daarnaast las ik ook een verhaal op PsychoseNet over een bipolaire 2 stoornis, eerder opgetekend door Luc Vercauteren.

Via Pepijn van de Weide van Astare kwam ik al snel in contact met Luc.

Zijn blog fascineerde me, wat een herkenning

En wat oprecht en eerlijk geschreven destijds. Nooit geschoten is altijd mis, dus Luc direct een bericht gestuurd met de vraag of hij met me in contact wilde treden.

Dat wilde hij. En hoe bijzonder verloopt dat contact tot op heden. Tijdens mijn herstel, waar ik nog volop in zit, steunt Luc me met zijn ervaringen van eerder.

Luc schrijft bovendien ook, begreep ik. Hij is druk doende zijn boek af te ronden waar ik oprecht zeer benieuwd naar ben.

Ik polste hem voor een tweegesprek als bijdrage aan de rubriek Jer & Jer. Wederom volgde een ja. Derhalve een tweegesprek voor de geïnteresseerde lezer tussen Luc Vercauteren en Jeroen Kloet.

 

TWEEGESPREK

Jeroen: Beste Luc, wat heeft je psychische kwetsbaarheid jou het meest geleerd tot nu toe in je leven over jezelf denk je?

Luc: Wat me het eerst te binnen schoot was dat ik veel waarde hecht aan m’n autonomie. Ík bepaal wat goed voor me is en ik laat me daarin moeilijk sturen. Ik wil controle en grip houden op m’n eigen leven, in beide uitersten van m’n bipolariteit. Al stel ik me in een depressie afhankelijker op, ik bepaal wat er met mij gebeurt.

Ik heb het geluk gehad dat wat ik wilde nooit indruiste tegen wat de GGz voorstelde. Zo is een paar keer een opname voorkomen. Een gevolg van deze behoefte aan autonomie is ook mijn koppigheid, mijn eigenwijsheid. Ik ben moeilijk te overtuigen. En daar loopt mijn omgeving wel eens tegenaan.

“Ik doe wat ík denk dat goed voor me is”, is dan ook mijn credo

En jij Jeroen? Naast dat je vooral een mens bent, ben je nu een ‘patiënt’ en daarnaast ook een psychiater. Dat lijkt me soms moeilijk te onderscheiden als je als ‘patiënt’ tegenover je behandelaar zit.

Welke eigenschappen van jou ondersteunen je in je herstel of juist niet, in het licht van deze combinatie van ‘rollen’?

Jeroen: Wat mijn herstel absoluut niet helpt is de enorme innerlijke criticus die ik bezit. Ik durf zelfs wel te stellen dat ik naast die empathische, betrokken dokter een vreselijke patiënt ben. Mild zijn naar mezelf gaat me moeilijk af.

Mijn zelfkritiek is mijn grootste vijand waarmee ik mezelf onnodig nog verder het moeras in duw. Ik heb de neiging te vechten tegen mijn klachten en er niet goed naar te luisteren. Daarin ligt voor mij ook een grote les denk ik zelf. Echt leren luisteren naar jezelf is vreselijk moeilijk, voor mij in elk geval. Terwijl ik als psychiater juist erg mild hoop en denk te zijn naar mijn patiënten. Waarin ik ze vooral tracht te steunen in hun weg naar herstel. Precies dat hoop ik ooit nog eens te leren om dat naar mezelf toe in te kunnen zetten.

Daarnaast ben ik wel een ‘mensen’ mens en heb ik in de loop van de jaren de nodige mensen leren kennen die mij nu wel een helpende hand uitsteken als ik daar om vraag. Vroeger durfde ik dat niet te vragen, nu inmiddels wel. Dat geeft wel heel veel oprechte steun die ik mezelf ooit heb toebedeeld toen ik investeerde in contact met deze mensen. Daar ben ik nu wel erg blij mee dat ik dat heb gedaan en dat ik nu durf te vragen om hulp, hoe moeilijk dat ook kan zijn.

Luc, je beschrijft in je blog heel mooi hoe die twee polen doorwerken in hoe jij je voelt over jezelf. Je stelde van daaruit de vraag: “Wie ben ik nu?”

Heb je op de vraag wie jij bent inmiddels een antwoord gevonden?

Luc: “Ik ben bipolair, en ik ben mens”, zeg ik regelmatig. Met de toevoeging ‘ik ben mens’ wil ik zeggen dat ik natuurlijk ook een karakter heb naast de ziekte die een bipolaire stoornis is. Dat karakter komt in allebei de uitersten naar voren, alleen is dat voor mij dan vaak niet zichtbaar. Voor mensen die dichtbij mij staan is dat duidelijker.

In de uitersten ben ik ofwel de zelfverzekerde, onbevangen avonturier die zonder angst en twijfel naar Iran fietst, ofwel het kleine, bange jongetje die zichzelf als een slecht mens ziet, vol met schaamte en schuldgevoelens. Die beide kanten heb ik in me, ik ben dus allebei, zo zie ik het.

Als ik één van die twee ben dan ben ik wel ziek op dat moment, en is ingrijpen van buitenaf nodig om me weer stabiel te krijgen. Maar wie is dan die ‘stabiele ik’ ? Zo interpreteer ik je vraag maar even. Dat is voor mij nog een zoektocht waar ik midden in zit en die denk ik nooit gaat eindigen. En dat hoeft ook niet.  Dus nee, ik heb daar nog geen antwoord op gevonden.

Wat ik me afvraag Jeroen. Al een tijd lang tob jij met wisselingen in je stemming. Je bent nu 42 en hebt pas sinds kort de diagnose bipolair.

Wat is de reden dat je die diagnose niet eerder hebt gekregen terwijl daar (terugkijkend) wel redenen voor waren?

Jeroen: Ooit begon het bij mij met paniekaanvallen toen ik zeventien jaar oud was en regelmatig terugkerende perioden met angst en somberheid ervaarde. Daar had ik vooral last van. Met name de paniekklachten waren enorm sterk aanwezig. Dus werd de aandacht in behandeling daar ook op gericht.

Later toen ik echt fors depressief werd deden zich ook wederom veel angstklachten voor met paniekaanvallen. Wederom werd daar de nadruk op gelegd omdat ik daar ook zo sterk onder leed

Toen ik een antidepressivum ging gebruiken werd mijn stemming periodiek opvallend eufoor. Dat gaf mij vleugels. Mijn psychiater destijds opperde lithium maar ik wist hem er van te overtuigen dat het allemaal erg mee viel met die euforie.

Ik heb daarna jarenlang goed gefunctioneerd ook al bleef ik periodiek last houden van stemmingsklachten. Ik wist eigenlijk wel dat dit een probleem was maar zolang ik het recht kon houden zag ik het probleem niet zo zeer. Dit is eigenlijk een mooi staaltje loochening van hetgeen er werkelijk aan de hand was.

Ondanks mijn kennis over de materie doet dat niets af aan het feit dat ik zelf , zoals velen met deze aandoening, de werkelijke problematiek kleiner maakte dan hoe deze werkelijk was.

Pas nu ik weer zo onderuit ben gegaan ben ik eerlijker geworden over deze episoden en zie ik in dat stabiliteit voor mij een essentieel punt is. Ik koesterde de drukke perioden en probeerde zo goed en kwaad als het ging door de dalen heen te komen. Dit is een enorme worsteling geweest.

Pas nu is de diagnose gesteld dus omdat ik enerzijds eerlijker ben nu naar mijn behandelaren en anderzijds omdat ik nu ook weer zo fors gedecompenseerd ben en de klachten die men nu zag ontstaan ook passen bij dit type aandoening.

Ik ben er dus zelf grotendeels debet aan dat de diagnose nu pas gesteld wordt. Terwijl ik dit typ word ik verder ingesteld op lithium en moet dus nog blijken in hoeverre dit middel mij gaat helpen om tot een stabielere situatie te komen. Best behoorlijk spannend moet ik zeggen.

Luc, hoe voelde het voor jou om door mij , als psychiater, out of the blue benaderd te worden om een lotgenotencontact aan te gaan? En vind je het breder gezien een goed idee dat ervaringswerkers ook prima in staat zijn om een zorgprofessional als lotgenoot bij te staan zodra ze zelf decompenseren?

Luc: Ik was verrast en voelde me vereerd toen je me benaderde. Ik kende je van naam en heb je in m’n boek geciteerd. Het voelde een beetje als de omgekeerde wereld toen ik je verzoek op mail las. Maar dat was al snel voorbij toen we aan de praat raakten en beiden zoveel herkenning zagen. Dat voelde goed. Het deed mij goed jou bij te kunnen staan.

Wat later besefte ik pas hoe dapper van jouw kant het was. Het lijkt me toch een behoorlijke stap om je als professional zo kwetsbaar op te stellen tegenover iemand die je niet kent.

Persoonlijk denk ik dat het een hele goede ontwikkeling is dat ervaringsdeskundigen steeds meer een plek krijgen naast de andere professionals in de reguliere ggz

En of de ‘patiënt’ nou zelf een professional is of niet, dat zou niet uit moeten maken. Professioneel ervaringsdeskundige is wel een vak en is niet voor iedereen met een achtergrond als patiënt in de GGZ weggelegd. Er moet voor gewaakt worden dat het niet doorschiet en dat de kwaliteit van zorg voorop blijft staan.

Hier is een rol weggelegd voor enerzijds de politiek maar anderzijds ook voor de ggz instellingen zelf. Beiden zouden moeten inzien dat het op de juiste manier inzetten van ervaringsdeskundige zorg een absolute meerwaarde is voor kwalitatief, goede patiëntenzorg.

Herstel is een woord dat de laatste jaren veel gebruikt wordt in de GGZ. Jeroen, wat vind jij een goede omschrijving van herstel? En wanneer zou jij jezelf als hersteld zien?

Jeroen: Het woord herstel vond ik aanvankelijk dubieus omdat het toch suggereert dat je helemaal hersteld bent van een ziekte. Zo heb ik dat als arts altijd wel gezien. Zoals je ook van een botbreuk herstelt zeg maar.

De uitleg die erbij volgde dat het veel meer gaat over het vinden van een nieuwe balans in je leven waarbij de psychische kwetsbaarheid nog steeds wel aanwezig kan zijn maar je nieuwe doelen en hoop vind, vind ik zelf wel een mooie omschrijving. In die zin zit ik ook zelf nog midden in mijn herstel proces.

Écht accepteren dat je de kwetsbaarheid hebt en van daaruit ook nieuwe wegen bewandelen die bij jouw situatie passen, het klinkt zo mooi. Maar het is ook ontzettend moeilijk. Zeker als ik straks ook weer mijn werk op heb gepakt, leert de ervaring dat je oh zo snel weer in de maalstroom geraakt van het alledaagse leven als je niet oppast.

Ik zie mezelf als hersteld als ik echt voor mezelf een pad heb ontdekt waarin ik rekening houdt met mijn kwetsbaarheid en echt durf te leven naar de maatstaven die voor mij goed zijn. Daarin heb ik echt nog een hele weg te gaan.

Mijn laatste vraag aan jou binnen dit tweegesprek luidt: Je bent een boek aan het schrijven, zo vertelde je me. Wat hoop je met dit boek te bereiken? Wat is de kernboodschap die je uit wil dragen met jouw boek?

Allereerst wil ik mijn verhaal delen. Ik wil laten zien hoe het is om met een psychische kwetsbaarheid te leven. Het boek gaat over mijn fietsreis naar Iran maar nog meer over het spanningsveld tussen mijn bipolaire aandoening en mijn leven. Daarnaast hoop ik mensen te raken en te inspireren. Waarbij het mooi zou zijn als de lezer even stil staat bij mijn credo “Ik doe wat ík denk dat goed voor me is”, en dat vertaalt naar haar of zijn leven.

Jeroen, ik heb nog één vraag aan jou. We hebben elkaar nog nooit ontmoet. Hoe zou jij het vinden om binnenkort eens samen een biertje te gaan drinken?

Jeroen: Dat klinkt als een goed plan, Luc. Gaan we doen!


Jeroen Kloet is psychiater en blogt op persoonlijke titel. Hij is initiatiefnemer van het Anti Stigma Café, een initiatief om stigma rondom psychische kwetsbaarheden te doen verminderen. 

Luc Vercauteren is ervaringsdeskundige, naar verwachting komt zijn boek eind 2018 uit.  Lees ook Luc’s blog met 10 goede tips over omgaan met iemand met een depressie.

Fotocredits: Jeroen Kloet

 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Beste mw Noorda, beste Greet,

    Zelf heb ik ervaren dat zowel de depressieve kant als de hypomane kant van deze aandoening eigenlijk hetzelfde creëert, eenzaamheid. Je raakt bij een depressie uit het contact met de wereld en de mensen om je heen. Dit gebeurt bij een hypomanie net zo maar je ervaart dat anders. Da’s het gemene er ook van, je denkt volop in verbinding te staan met jezelf en de anderen om je heen, tenminste zo ervaarde ik dat. Het is echter een harde landing als je na afloop merkt dat anderen je als druk, vermoeiend, grenzeloos en bij vlagen irritant hebben ervaren en ze geen verbinding met je voelde ( je zat immers in je eigen cocon van euforie).
    Zelf denk ik dat het ongelooflijk ingewikkeld is om iemand goed te begrenzen tijdens zo’n fase. Maar ik heb wel de ervaring dat het kan helpen om samen een crisissignaleringsplan te maken als je in rustiger vaarwater zit en dan hele duidelijke afspraken te maken over hoe je om wil gaan met elkaar in zo’n hypomane fase. Je wil allebei het beste voor elkaar, neem ik aan , en ontremd grensoverschrijdend gedrag helpt daar niet aan mee.
    Hoe ziet dat gedrag er dan uit ? Wie kan wat doen ? Wat is nodig om weer uit zo’n fase te geraken ? Dat soort zaken kunnen allemaal in zo’n plan van aanpak komen. En naarmate het beter lukt het te herkennen met elkaar en te erkennen dat ‘ het weer zover is ‘ maakt de kans dat je samen er iets aan kunt doen ook groter , denk ik.
    Hoop dat je iets hebt aan dit antwoord . Veel succes.

  2. Het is prachtig geschreven. Als partner van iemand die recent gediagnosticeerd is met een bipolaire stoornis herken ik er veel in. Tegelijkertijd ben ik zoekende naar mijn rol als partner in de hypomane fase. Mijn partner beroept zich tijdens zijn, in mijn ogen fors grensoverschrijdend handelen, voortdurend op zijn autonomie. Een groot goed inderdaad, maar hoe verhoudt het zich tot relaties met partners, kinderen, familie en vrienden ? Tot hoever kun je gaan ? Ben benieuwd naar jullie zienswijze hierop.

  3. wat mooi om van dit gesprek een blog te maken zodat anderen er kennis van kunnen nemen! Jullie laten zo open zien hoe je als mens in de tijd, in verschillende rollen en posities terecht kan komen. Hoe je op zoek blijft naar de balans tussen kwetsbaarheid en weerbaarheid. En hoe moeilijk dat kan zijn maar ook succesvol.
    Deze blog onderstreept zo de gelijkwaardigheid tussen mensen en de kracht van het delen, van verbinding.
    Dank allebei, groetjes van een fan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *