Veel gezochte termen

Psychosenet Achtergrond

De Voice Dialogue-wortels van het praten met stemmen

Eind jaren tachtig werd de Voice Dialogue toegepast bij mensen die stemmen horen; jaren later verschijnt deze benadering in een documentaire.
Fotocredits: Pixabay; tsukiko-kiyomidzu

Interview met Robert Stamboliev door Silvia van der Werve

Eind jaren tachtig paste Robert Stamboliev Voice Dialogue toe bij mensen die stemmen horen. Marius Romme en Sandra Escher wilden weten of de methode een andere ingang kon bieden dan het bestrijden of onderdrukken van stemmen. Psychiater Dirk Corstens zag Stamboliev later aan het werk en paste het rechtstreeks spreken met stemmen toe in zijn aanpak. Bijna veertig jaar later is die benadering terug te zien in de documentaire Mijn woord tegen het mijne.

Wat zeggen ze?

Robert Stamboliev werkte al enkele jaren met Voice Dialogue toen hij eind jaren tachtig een ongebruikelijk verzoek kreeg van sociaal-psychiater Marius Romme. Romme en zijn partner en collega Sandra Escher waren bezig met een onderwerp dat destijds binnen de psychiatrie nauwelijks op deze manier werd benaderd: wat als mensen die zeggen dat zij stemmen horen, serieus genomen worden in hun ervaring?

Niet: bestaan die stemmen werkelijk? Maar: wat zeggen ze, wat betekenen ze en hoe kun je ermee omgaan?

Romme en Escher volgden in 1988 eerst zelf een tweedaagse Voice Dialogue-training bij Stamboliev. Daarna vroegen ze hem de methode uit te proberen met mensen die daadwerkelijk stemmen hoorden. Er volgde een kleinschalig traject met ongeveer tien deelnemers, die gedurende ongeveer een jaar meerdere sessies kregen. De bevindingen werden niet als wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd, maar wel op congressen gepresenteerd.

Bijna veertig jaar later is een verdere ontwikkeling van deze manier van werken zichtbaar in Mijn woord tegen het mijne. Daarin zien we psychiater Dirk Corstens gesprekken voeren met stemmenhoorders – en rechtstreeks met hun stemmen. In een gesprek met Stamboliev uit juni 2026 bevestigt Corstens dat zijn kennismaking met Voice Dialogue een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van zijn werkwijze.

In gesprek met Robert Stamboliev

Wanneer kwam Marius Romme bij jou terecht?

‘Dat was in 1988. Marius en Sandra Escher hadden zich beziggehouden met mensen die stemmen hoorden. Marius was tot de conclusie gekomen dat je niet zomaar kon zeggen: het is een hallucinatie en dus bestaat het niet. Hij ging zoeken. Op een gegeven moment kwam hij Voice Dialogue tegen. Hij en Sandra volgden bij mij in Amsterdam een tweedaagse training. Daarna vroeg hij: zouden we dit eens kunnen proberen met mensen die echt stemmen horen?’

Voice Dialogue was daar oorspronkelijk helemaal niet voor ontwikkeld.

‘Nee. Hal en Sidra Stone hadden Voice Dialogue ontwikkeld om in gesprek te gaan met verschillende kanten of subpersoonlijkheden van iemand. De criticus, de perfectionist, de pleaser, een kwetsbare kant – noem maar op. Maar iemand die een stem hoort, zegt natuurlijk niet noodzakelijk: “Dit is een deel van mij.” Die kan zeggen: “Dit is mijn vader”, “dit is een geest”, of: “Er is iemand die tegen mij spreekt.” Ik ontdekte vrij snel dat ik daar niet over moest gaan discussiëren.’

Je zei dus niet: die stem is eigenlijk een subpersoonlijkheid van jou?

‘Nee. Waarom zou ik? Daarmee verbreek je misschien meteen het contact. Als iemand tegen mij zegt: “Dit is mijn grootvader”, dan ga ik niet zeggen: “Nee hoor, dat is een subpersoonlijkheid.” Ik wil eerst weten: wie is die grootvader? Wat zegt hij? Wanneer komt hij? Wat wil hij van je? Je past je aan de werkelijkheid van de cliënt aan.’

Dat uitgangspunt klinkt tegenwoordig minder ongewoon dan eind jaren tachtig. Binnen herstelgerichte zorg is meer aandacht gekomen voor de persoonlijke betekenis van stemmen en andere psychotische ervaringen. Maar destijds was het rechtstreeks aanspreken van stemmen bepaald geen vanzelfsprekend onderdeel van psychiatrische behandeling.

Stamboliev kwam bovendien niet uit de psychiatrie. In zijn langere gesprek over Voice Dialogue vertelt hij dat juist daarom voorzichtigheid essentieel was. Toen Romme hem uitnodigde bij de sociale psychiatrie in Maastricht, had hij nog niet eerder in de psychiatrie gewerkt. Zolang hij werkelijk contact met iemand ervoer, durfde hij verder te onderzoeken; wanneer dat contact ontbrak, stopte hij.

Wat gebeurde er tijdens dat eerste project?

‘Ongeveer tien stemmenhoorders kregen meerdere Voice Dialogue-sessies. Ik werkte samen met klinisch psycholoog en Voice Dialogue-facilitator Jerien Koolbergen en enkele andere mensen. Marius en Sandra interviewden de deelnemers vooraf, tijdens het traject en aan het einde. Voor mij was het heel leerzaam, want ik moest mijn eigen methode aanpassen. Ik kon niet gewoon het gewone Voice Dialogue-model opleggen.’

Stamboliev noemt de uitkomsten van dat vroege traject positief. Volgens zijn terugblik leerden deelnemers beter met hun stemmen omgaan en nam bij sommige deelnemers het aantal stemmen af. Het betrof echter geen gepubliceerd gecontroleerd onderzoek. De betekenis van het experiment zat vooral in de mogelijkheid om de relatie tussen een stemmenhoorder en diens stemmen rechtstreeks te onderzoeken.

Wat deed je wanneer iemand een bedreigende of kritische stem hoorde?

‘Eerst luisteren. Niet meteen willen veranderen. Dat is eigenlijk een fundamenteel principe van Voice Dialogue. Wanneer iemand een sterke innerlijke criticus heeft, gaan we ook niet tegen die criticus zeggen: jij moet weg. We willen weten waarom die er is. Wat doet hij? Waar probeert hij voor te zorgen? Wat beschermt hij misschien? Bij stemmen horen werd dat nog belangrijker.’

Maar sommige stemmen zijn buitengewoon agressief. Waarom zou je daar nieuwsgierig naar moeten zijn?

‘Nieuwsgierigheid betekent niet dat je alles goedkeurt. Je kunt een stem serieus nemen zonder ermee in te stemmen. Dat verschil is belangrijk. Je probeert te begrijpen wat zich daar afspeelt en welke relatie iemand met die stem heeft.’

Die gedachte – zoeken naar functie, betekenis en relatie, ook wanneer een stem negatief of bedreigend is – werd later een belangrijk onderdeel van de benadering die Corstens en anderen verder ontwikkelden. Corstens omschrijft hun aanpak als relationeel: niet alleen assertiever worden tegenover stemmen of ze negeren, maar rechtstreeks onderzoeken welke rol ze spelen en welke beschermende kwaliteiten er mogelijk achter schuilgaan.

De ontmoeting met Dirk Corstens

Na het eerste traject ging Stamboliev gedurende enkele jaren naar Maastricht om medewerkers van de toenmalige RIAGG te trainen. Daar ontmoette hij Dirk Corstens in 1992. Corstens herinnert zich hoe hij Stamboliev met cliënten zag werken. In hun gesprek uit 2026 vertelt hij dat die ervaring hem het gevoel gaf dat hulpverleners ineens instrumenten hadden om met de stemmen te werken. Hij verdiepte zich daarna zelf in Voice Dialogue.

Had je toen het gevoel dat hier een nieuwe behandeling ontstond?

‘Nee, zo dacht ik helemaal niet. Ik was aan het onderzoeken. Dat vind ik nog steeds belangrijk. Voice Dialogue is geen doos met technieken die je opent waarna je stap één, twee en drie uitvoert. Je moet naar de persoon kijken die voor je zit.’

Dat vraagt ook iets van de behandelaar.

‘Ja. Vanuit welke kant van jezelf werk je? Een therapeut heeft ook delen. Misschien heb je een heel sterke helper in je. Die wil natuurlijk dat iemand geen last meer heeft. Of je hebt een heel analytische kant en die wil begrijpen wat die stem “werkelijk” is. Dat kan allemaal nuttig zijn. Maar wanneer één zo’n kant het helemaal overneemt, hoor je misschien niet meer wat de cliënt vertelt.’

‘Hij gelooft niet in mijn slangen’

Corstens haalt in het gesprek met Stamboliev een vroege sessie aan die hem is bijgebleven. Een vrouw sprak over slangen die voor haar een werkelijkheid vormden. Stamboliev ging nieuwsgierig met haar ervaring mee zonder te beweren dat hij die werkelijkheid zelf deelde.

Na afloop vertelde de vrouw aan Corstens dat het een van de beste gesprekken was die zij had gehad, maar ook: ‘Hij gelooft niet dat ik slangen heb.’ Voor Corstens zat juist daarin iets wezenlijks: iemand kon belangstelling tonen voor haar werkelijkheid en tegelijk een andere kijk op de werkelijkheid behouden.

Is dat de positie die je zoekt: niet meegaan en niet ontkennen?

‘Precies. Ik hoef niet te weten of iets objectief waar is. Dat is een bevrijding. Ik hoef niet te beslissen: die stem bestaat wel of die stem bestaat niet. Ik kan kijken: voor deze persoon is dit nu een ervaring. Wat gebeurt daar?’

Maar er moet wel een grens zijn.

‘Natuurlijk. Contact en veiligheid zijn essentieel. Ik heb in Maastricht meegemaakt dat ik bij iemand het contact niet voelde. Toen ben ik gestopt. Je moet niet enthousiast een techniek gaan uitvoeren omdat die toevallig Voice Dialogue heet. Zeker wanneer mensen erg kwetsbaar zijn moet je voortdurend voelen: zijn we nog samen? Kan iemand terugkomen? Is er voldoende grond?’

Die nadruk op veiligheid past ook bij de huidige werkwijze zoals Corstens die beschrijft. In het onderzoeksprotocol wordt niet onmiddellijk begonnen met rechtstreeks spreken met stemmen. Eerst wordt gewerkt aan manieren om met overweldigende ervaringen om te gaan en aan een persoonlijke ‘gereedschapskist’. Daarna worden stemmen en levensgeschiedenis onderzocht. Pas vervolgens kan direct of indirect contact met de stemmen volgen.

Van Maastricht naar Mijn woord tegen het mijne

Corstens ging na zijn kennismaking met Stamboliev verder met het rechtstreeks werken met stemmen. Dat verliep niet zonder weerstand. Hij vertelt dat hij rond 2003 of 2004 een artikel indiende waarin Voice Dialogue werd genoemd. Een redacteur waardeerde het klinische werk, maar vroeg hem de verwijzing naar Voice Dialogue te verwijderen. Corstens weigerde. Later publiceerde hij samen met Eleanor Longden en Rufus May casuïstiek over relationeel werken met stemmen.

Inmiddels is de situatie veranderd. In het gesprek uit 2026 vertelt Corstens over een groot onderzoeksproject in Manchester met driehonderd stemmenhoorders. Hij is daarbij betrokken als supervisor. Volgens Corstens waren de resultaten positief en bleek de aanpak toepasbaar binnen reguliere ggz-instellingen. Voor exacte effectgroottes en vergelijking met andere behandelingen moet naar de wetenschappelijke publicaties van het onderzoek worden gekeken; het gesprek zelf biedt daarvoor onvoldoende detail.

En nu is er de documentaire Mijn woord tegen het mijne, waarin voor een breed publiek zichtbaar wordt wat het betekent wanneer een behandelaar niet alleen vraagt wat stemmen zeggen, maar zich daadwerkelijk tot een stem richt.

Wat dacht je toen je Dirk in de documentaire zag werken?

‘Ik vond het heel mooi. Je ziet dat hij niet mechanisch een methode toepast. Hij gaat in relatie. Soms volgt hij een stem, soms verandert hij van positie, soms confronteert hij. Dat herken ik sterk vanuit Voice Dialogue.’

Is wat Corstens tegenwoordig doet nog Voice Dialogue?

‘Ja, voor mij is dit nog steeds duidelijk Voice Dialogue. Natuurlijk heeft Dirk zijn werkwijze in de loop van tientallen jaren verder ontwikkeld en aangepast aan het werken met stemmenhoorders. Maar de kernprincipes zijn herkenbaar gebleven: in relatie gaan met een stem, nieuwsgierig luisteren, niet bestrijden en onderzoeken welke betekenis, functie of beschermende kwaliteit erachter kan liggen.’ Van ‘hoe krijgen we hem weg?’ naar ‘wat heeft hij te vertellen?’

Van ‘hoe krijgen we hem weg?’ naar ‘wat heeft hij te vertellen?’

Misschien zit de belangrijkste verandering uiteindelijk in de vraag die wordt gesteld. Wanneer een stem uitsluitend als symptoom wordt beschouwd, ligt een voor de hand liggende vraag klaar: hoe krijgen we hem weg? Stamboliev en later Corstens voegen daar een andere vraag aan toe: wat gebeurt er wanneer we eerst luisteren?

Dat betekent niet dat het lijden wordt geromantiseerd. Corstens wijst er juist op dat mensen wanhopig kunnen zijn en begrijpelijkerwijs willen dat de stemmen verdwijnen. Een behandelaar moet dat verlangen serieus nemen. Tegelijkertijd kan worden onderzocht of iemand een andere verhouding tot de stemmen kan ontwikkelen.

Na bijna veertig jaar: wat heb je zelf van stemmenhoorders geleerd?

‘Misschien vooral om bescheiden te zijn. Je weet als therapeut veel minder dan je denkt. Je kunt theorieën hebben en diagnoses en modellen, maar uiteindelijk zit er iemand tegenover je met een ervaring. Wanneer je werkelijk nieuwsgierig kunt blijven, kan er iets nieuws ontstaan.’

En hoeft de stem dan niet te verdwijnen?

‘Dat kun je niet vooraf bepalen. Het gaat erom dat iemand niet meer volledig wordt beheerst door wat er gebeurt. Dat er meer ruimte ontstaat en meer keuze. Dat was eigenlijk altijd al de bedoeling van Voice Dialogue: niet een deel van iemand vernietigen, maar zorgen dat iemand er een andere relatie mee kan krijgen.’

Misschien is dat ook de lijn die van Maastricht in 1988 naar het werk van Corstens in 2026 loopt. Niet de aanname dat iedere stem een ‘subpersoonlijkheid’ zou zijn. Stamboliev liet dat idee juist los wanneer de werkelijkheid van de stemmenhoorder daarom vroeg. De belangrijkere ontdekking was eenvoudiger: je kunt met een stem in gesprek gaan zonder eerst te beslissen wat die stem is.

En soms begint behandeling niet met een antwoord, maar met de bereidheid om te luisteren.

Kader: een historische lijn

  • 1988 – Marius Romme en Sandra Escher volgen bij Robert Stamboliev een tweedaagse Voice Dialogue-training; daarna start een kleinschalig traject met stemmenhoorders.
  • Eind jaren tachtig / jaren negentig – Stamboliev presenteert ervaringen op congressen en traint medewerkers in Maastricht.
  • Begin jaren negentig – Dirk Corstens ziet Stamboliev met stemmenhoorders werken en verdiept zich vervolgens zelf in Voice Dialogue.
  • 2000–heden – Corstens en anderen ontwikkelen het relationeel werken met stemmen verder en publiceren casuïstiek en onderzoek.
  • 2026 – Corstens bespreekt de historische invloed van Voice Dialogue in een podcast met Stamboliev; Mijn woord tegen het mijne brengt het rechtstreeks spreken met stemmen bij een breed publiek.

Bronnen en redactionele noot

  • Robert Stamboliev & Dirk Corstens, “Stemmen horen en Voice Dialogue”, transcript van podcast, 22 juni 2026, Voice Dialogue World: https://voicedialogueworld.com/nl/stemmen-horen-en-voice-dialogue/
  • Robert Stamboliev, Voice Dialogue: in gesprek, interview door David Grabijn, 2026.
  • De in het interview genoemde positieve uitkomsten van het vroege traject in Maastricht zijn gebaseerd op de terugblik van Stamboliev en waren destijds niet als gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd.
  • Marius Romme & Dirk Corstens, Testimonial over het werk van Robert Stamboliev met stemmenhoorders, 1998
  • De opmerkingen over het recente Manchester-onderzoek zijn in deze versie bewust voorzichtig geformuleerd. Voor publicatie kunnen de exacte onderzoeksresultaten en bibliografische gegevens nog aan de hand van de wetenschappelijke publicatie worden toegevoegd.
  • Mijn woord tegen het mijne, documentaire van Maasja Ooms, 2025

Meer lezen over stemmen horen?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Wil je PsychoseNet steunen?

Wordt donateur en help ons om mooie projecten te realiseren.