Main content

Op een gegeven moment voelt Dora zichzelf balanceren op het randje van een psychose. Mas vraagt of ze samen met hem wil bidden. Gaat de  storm liggen? ‘Hij zegt dat hij de gedachten wil aanmanen om stil te worden.’

‘Zullen we ze wegjagen?’ vraagt Mas die naast me ligt met een liefdevolle rustige stem. Ineens zie ik mezelf als tienjarig meisje zitten op mijn bed met mijn handen om mijn linker knie geslagen. Mijn moeder zegt met liefdevolle maar gestreste stem: ‘Je kunt ze zelf wegjagen’. Ik kijk naar mijn knie en zie een beginnende korst na mijn val op de drempel. Wat bedoelt mamma?

Ze legt uit dat er energieën en geesten zijn die ik weg mag jagen

Ik roep hardop ‘Ga weg’ en begin te huilen. Geëmotioneerd zeg ik tegen Mas; ‘Je kunt gedachten niet wegjagen. Gedachten zijn als scheten*. Door ze te personifiëren maak je ze tot entiteiten, dat maakt me bang. Mijn gedachten zijn niet tegen te houden, ik moet juist accepteren dat ze er zijn en ze voorbij laten glijden.’

Ik voel dat ik nu op het randje balanceer van een psychose 

Dat maakt me bang. Ik wil niet verdwijnen in mijn gedachten, ik wil niet dromen terwijl ik wakker ben. Mas legt uit dat het voor hem betekent dat je de tegen de storm spreekt (zoals Jezus de storm gebiedt om stil te worden).

Hij vraagt of ik samen met hem wil bidden

Ik vind het te spannend want ik denk nog steeds aan wegjagen en wat een onrust mij dit geeft… Ik denk aan energieën, geesten en demonen. Ik ben bang dat hij ‘demonen’ wil uitdrijven zoals dit vroeger bij psychiatrische patiënten gebeurde en nog steeds helaas in delen van de wereld die onderontwikkeld zijn.

Ik zie demonen als patronen, patronen die dienden als overleving van situaties waarin je (nog) niet anders kon, patronen die nog steeds ‘aan’ gaan als je terechtkomt in oude pijn die niet geheeld is

Ik denk aan het boek dat ik zo mooi vond als kind waar een diepe waarheid in zit. Het boek over Jim Knoop en Lucas de machinist*. Ze vangen een afschuwelijke draak en deze transformeert in een wijze draak die raad kan geven. Zo zie ik mijn demonen, als draken die ik kan transformeren, door eerst te accepteren dat ze bestaan, ze te erkennen in alle mildheid en compassie waarna ik ze met liefdevolle kracht kan begrenzen waardoor ze kunnen transformeren in wijsheden, ze kunnen inzicht geven en daardoor ook meer begrip voor mijn eigen gedrag en dat van anderen.

Ik vertel Mas dat ik toen ik om 5:00 wakker werd en nadacht over hoe geloof soms ‘het dierlijke’ en ‘het lichamelijke’ onderdrukt worden, maar hoe we ook de pijn kunnen voelen (zielenroerselen?) als we niet aan onze ‘geestelijke’ verlangens kunnen voldoen. Doordat we soms onze ‘dierlijke of lichamelijke’ verlangens volgen zonder goed na te denken, of zelfs óndanks dat we goed nadenken. Ik vertel dat ik bedacht dat hoe we uit ‘de stof’ zijn ontstaan, dat ons dierlijke lichaam misschien door aliens is ‘begeesterd’ met een ziel en we een experiment zijn van aliens om te kijken hoe de geest, verbonden met de spirituele wereld, de onstoffelijke dimensie waar misschien aliens verblijven, de natuur kan herstellen in harmonie en vrede.

De filosofische gedachte en mijn verbeelding voelen niet eng, maar er is een grens, als ik er in ga geloven dan ben ik psychotisch

Dat maakte me bang. De filosofische gedachten en de verbeelding hoeven niet weg, associaties komen en gaan. Maar de angst dat ik er in verdwijn is wel groot. Is dit ‘erin verdwijnen’ ook een demon? Een patroon wat te helen is?

Mas zegt: ‘Ik neem het nu als een nee, dat je niet wil bidden’

‘Laat me weten als je het wel wilt’. Langzaam dringen zijn woorden door tot mij. Wil ik niet bidden? Ik wil wél bidden denk ik, ik weet dat bidden ons veel brengt. Ik wil alleen niet zeggen dat we iets wegjagen, daarmee ga ik tegen mijn gevoel in.

We spreken over dat we gedachten niet hoeven te zien als demonen

We hoeven ze niet weg te jagen. Mas zegt dat we de gedachten wel kunnen aanspreken. Hij stelt voor om andere woorden te gebruiken. We denken dan aan het verhaal van de storm. Hij zegt dat hij de gedachten wil aanmanen om stil te worden en te zeggen dat ze mij met rust moeten laten.

We gaan rechtop zitten. We leggen het kussen tegen de rand van het bed en steunen met ons rug tegen het kussen. Alleen al deze houding geeft me rust, ik voel letterlijk de steun in mijn rug en voel ontspanning door mijn lichaam stromen. We richten ons op God en Mas spreekt een gebed uit.

Hij zegt daarna ‘gedachten wordt stil en laat Dora met rust’

Na het gebed val ik in zijn armen in slaap. Als ik wakker wordt om 6:30 ben ik verbaasd, ik ben al weken klaarwakker om 5:00 uur…

De geur van koffie met havermelk die ik maak geeft me een troostend en comfortabel gevoel. Als Mas beneden komt zoekt hij het stukje voor me op over de storm.

De leerlingen zitten met Jezus in de boot, Jezus slaapt terwijl het hard storm. De leerlingen zijn ervaren vissers maar zijn bang dat de boot zal vergaan door de harde storm. Dan schudden ze Jezus wakker en vragen of het hem niet kan schelen dat ze zullen vergaan. Jezus wijst hen op hun klein geloof en maant vervolgens de storm tot stilte, ‘storm wordt stil’. Jezus is vol vertrouwen. Hij gelooft dat ze veilig aan de overkant komen.

Ik denk aan het gebed dat Mas uitsprak.

Ik gelóóf dat het gebed ons goed doet, dat voel ik ook in mijn fysieke systeem

Maar dat komt ook omdat ik vertrouwen heb in Mas, omdat onze relatie zo steunend en inspirerend is. Mijn geloof is dus ook gebaseerd op de relatie met Mas en de relatie die ik (opnieuw) begin te ontwikkelen met God.

Mas vertelt dat Jezus zegt: ‘Wie geloof heeft als een mosterdzaadje kan tegen deze berg zeggen verplaats je en als je niet twijfelt in je hart zal de berg zich verplaatsen’. Het mosterdzaadje is maar heel klein maar als je het plant kan het groeien tot de grootste plant, een struik. Ik ben het niet eens met Jezus dat ervaren vissers niet bang mogen zijn voor de storm.

In de fysieke werkelijkheid kan er van alles mis gaan

Maar ik heb net wel zelf ervaren dat vertrouwen in de autoriteit van het gebed in naam van Jezus, vanuit de ‘geestelijke werkelijkheid’ of de meer ‘spirituele dimensie’ doorwerkt in de fysieke dimensie. Mas haalde me zijn gebed waarschijnlijk uit een psychotische ervaring.

* Uit ‘Leven met de wind mee’ door Jelle Hermus.
* Uit ‘Jim Knoop en Lucas de Machinist’ door Michael Ende

Dora is een vrouw (moeder van een dochter) met een psychische kwetsbaarheid. En ze is een empathische, innovatieve, ondernemende doorzetter.

Meer lezen over psychose en God?

Foto is van Dora zelf
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.