Veel gezochte termen

Psychosenet blog

Auteur

Jim van Os

Jim van Os is een herstelgerichte psychiater, hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht.

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Jim is ook familielid van mensen met psychosegevoeligheid.

Jim van Os schreef deze toegankelijke boeken:

Trauma Begrijpen in 33 vragen

Psychose Begrijpen in 33 vragen

Neurodiversiteit Begrijpen in 33 vragen

Psychedelica begrijpen in 33 vragen

We zijn God niet

Lees dit voor je naar de GGZ gaat

De hele reden voor dit boek: jou aan het begin meer inzicht geven in je eigen zelfkennis bij het psychisch lijden dat je ervaart.

Op 25 augustus verschijnt mijn nieuwe boek: Wat psychisch lijden is. Ondertitel: en wat je moet weten voor je naar de ggz gaat.

Ik heb het boek geschreven omdat ik in mijn loopbaan een zin honderden keren heb gehoord. Iemand zit vijf of tien jaar in de ggz en zegt tegen me: had ik dit maar geweten aan het begin. Had ik geweten welke vragen ik had moeten stellen. Had ik geweten dat er meer was dan wat de eerste behandelaar me vertelde. Dat is de hele reden voor dit boek: jou aan het begin meer inzicht geven in je eigen zelfkennis bij het psychisch lijden dat je ervaart. In plaats van pas na jaren te ontdekken wat je eigenlijk al wist.

Dit gaat over iedereen

Ik heb het boek voor het grote publiek geschreven, niet voor een klein deel van de bevolking dat toevallig een diagnose heeft gekregen. Psychisch lijden hoort bij mensen. Bij jou, bij mij, bij je buurvrouw, bij je collega die er prima uitziet. Angst, somberheid, ontregeling, vreemde ervaringen: het zit in het menselijke bereik, niet in een aparte categorie zieke mensen.

Zodra je dat serieus neemt, verandert de vraag. Niet: hoort dit bij de zieken of bij de gezonden? Wel: wat gebeurt er in mijn leven waardoor dit eruit komt, en wat heb ik nodig om er weer uit te komen?

Je weet meer dan je kunt zeggen

De kern van het boek is dit: jij hebt kennis over jouw eigen ervaring, en je gebruikt die veel te weinig. Want:

  • Je weet hoe het voelt.
  • Je weet wat er met je gebeurde toen je vader uit zijn slof schoot.
  • Je weet hoe je lichaam reageert in een volle kamer.
  • Je weet wanneer iets erger wordt en wanneer iets oplucht.
  • Je weet welke mensen je rust geven en welke niet.
  • Je weet welk werk je opvreet en welk werk je voedt.

Dat is echte kennis. Ze is alleen impliciet: je weet het wel, maar je kunt het niet meteen in woorden zetten. Daardoor legt ze het af tegen de expliciete kennis van het systeem, tegen categorieën en symptoomlijstjes die door commissies zijn bedacht en die nergens specifiek over jou gaan.

En dan gebeurt er iets vervelends. Je probeert in de spreekkamer iets te zeggen dat niet in diagnostische taal past, en je krijgt het terug in taal die daar wel in past. Dat klinkt als angst. Daar zit misschien trauma onder. Dat is dan een depressieve component. Je verhaal wordt vertaald, en na een paar maanden hoor je jezelf praten in woorden die niet van jou zijn. Zonder eigen taal heb je geen eigen kompas.

Zelfhelend vermogen is geen vaag begrip

Het tweede stuk gaat over wat er wel werkt. In de rest van de geneeskunde is dat allang bekend. Antibiotica remmen bacteriegroei, maar je eigen immuunsysteem ruimt de boel op. Behandeling geeft een zetje, creëert hoop en perspectief, en de persoon zelf brengt zijn heling teweeg.

Bij psychisch lijden werkt het precies zo. In de herstelbeweging zeggen ze het al jaren: herstellen doe je zelf. Dat betekent niet dat je het alleen doet. Het betekent dat behandeling een opstapje is naar iets in jou dat wakker moet worden. Motivatie, perspectief, een leerproces, taken die je aangaat om iets te veranderen in je context.

In de leerboeken staat dat niet zo. Daar staat dat richtlijnbehandelingen symptoomreductie realiseren. Dat verhaal is ingehaald door de wetenschap, maar het dendert door.

Dit is geen aanval op de ggz

Ik schrijf dit niet om de ggz af te branden. In de ggz werken goedwillende, hardwerkende mensen die hun best doen binnen een systeem met scherpe randen. Er gebeuren daar goede dingen.

De ggz heeft, net als jij, gevoeligheden en talenten. Met dit boek probeer ik je in staat te stellen om met die talenten mee te werken en om de gevoeligheden te omzeilen. Het probleem is dat je zonder voorbereiding op een spoor wordt gezet dat vooral over tekorten gaat: wat heb je, wat is er kapot en welke techniek gaat dat repareren. Wie dat spoor eenmaal op is, komt er lastig af.

Waarom je dit vooraf moet weten

Kijk even naar de cardiologie. Die heeft de grootste gezondheidswinst niet in de spreekkamer geboekt, maar met publieksvoorlichting. Bewegen, niet roken, anders eten. Iedereen weet wat een gezonde bloeddruk ongeveer betekent.

In de ggz hebben we dat nooit gedaan. We hebben de bevolking vijftig jaar een verhaal over hersenziekten verteld en verder niets. Daarom is dit boek een publieksvoorlichtingsproject. Je krijgt woorden, je krijgt inzicht, je krijgt vragen die je kunt stellen. Vooraf, niet achteraf.

Daarnaast leer je zien wat er al om je heen bestaat, vaak buiten de ggz. Een herstelacademie, een lotgenotengroep, een ervaringsdeskundige, een coach in het sociaal domein, een vaktherapeut, een vrijwilliger die elke week tijd voor je heeft. Dat ecosysteem bestaat al voor een groot deel. Je hoeft niet te wachten tot iemand je erop wijst.

Tot slot

Het boek verandert in zijn eentje niets. Wat het kan doen, is jou andere woorden geven, een ander perspectief en een paar handvatten. De rest is werk. Jouw werk.

Lees het voor je hulp gaat zoeken. En geef het door aan iemand die nu wankelt en nog niet weet welke kant hij op moet.

Wat psychisch lijden is verschijnt 25 augustus bij LannooCampus. Tot 24 augustus kun je het met kortingscode: lijden10 met tien procent korting bestellen in de webshop van de uitgever, dit kan je doen via de volgende link: https://www.lannoo.com/nl-be/auteurs/jim-van-os.


Meer lezen van Jim van Os?

Meer lezen over zelfkennis bij psychisch lijden?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Verder lezen over goede zorg en GGZ?

Onderstaande boeken zijn geschreven door hoogleraar Jim van Os. In deze eerlijke boeken lees je meer over psychose, trauma, de nieuwe GGZ, herstel en veel meer.

Reacties

7 reacties op “Lees dit voor je naar de GGZ gaat”

  1. Kleurenwereld

    Ervaar je gespannenheid en weet je het even niet meer en wil je niet naar een stressvolle kliniek om je plat te laten spuiten en om je vervolgens te laten volproppen met pillen? Dan kan ik je vertellen dat er twee projecten zijn die medicatie vrij behandelen voorop stellen en zonder dat je daarvoor een label moet krijgen bestaan!

    Het bestaat!

    Jammer genoeg is het project in Noorwegen omwille van financiele redenen gestopt maar in Amerika loopt er nog een project: https://innerfire.us/
    Wil je beter geinformeerd zijn bekijk ook deze website: https://www.madinamerica.com/

    Indien je in Nederland of Belgie woont is het aan te raden om alternatieven te proberen want een rustplek om te healen bestaat misschien wel maar ik ben hier niet van op de hoogte. Indien je zo’n plek kent mag je dit altijd hier bij komen posten. Dus, je beste optie is momenteel voor de Nederlanders en de Belgen een psychiater gespecialiseerd in psychoanalyse en homeopathie: https://www.josdevogelaer.be/nl/welkom

    Wil je meer info over medicatie ben je ook welkom om mijn andere reacties te lezen. Een blog volgt nog…

  2. Eef

    Jim,

    Je bovenstaande conclusies in dit blog kan ik zijn geheel onderschrijven en ondersteunen.
    In het verleden ooit eens aangeklopt bij een ggz-instelling voor begeleiding bij een reïntegratie traject en lichte mentale klachten. Ben ingegaan op een voorstel deel te nemen aan een psychodiagnostisch onderzoek. Ik twijfelde aan wie ik was, vanwege nare gebeurtenissen en veel tegenslag, was zoekende en dacht verlossing te vinden met behulp van mentale zorg.
    Wat heb ik daar een enorme spijt van gekregen, vanwege de uitkomst zakte de grond onder mijn voeten weg, zorgde voor nog meer verwarring en ben er behoorlijk van uit mijn doen geweest! Vanaf dat moment was ik een label met een diagnose, geen mens maar een label die toch echt in behandeling moest! Vanaf dat moment wist ik, ik niets meer met de GGZ te maken wilde hebben! Met een lichte hulpvraag kwam ik binnen en ging gediagnosticeerd en gelabeld en al de deur uit! Terwijl dit niet de bedoeling was.
    De DSM labels zijn nog steeds een perverse prikkel om mensen in behandeling te nemen.
    Jaren later,15 jaar, toen ik echt uit de bocht was gevlogen heeft deze ggz-instelling misbruik gemaakt van dit onderzoek, terwijl het na 2 jaar niet meer rechtsgeldig was. Men heeft het gebruikt als rechtvaardiging een gedwongen opname te kunnen doen, na me eerst 3 jaar lang te hebben lastig gevallen met VM’s en ZM’s, die steeds mislukten! Ik was ook opnieuw in behandeling genomen zonder mij op de hoogte te brengen!
    Natuurlijk was ik ook een zorgmijder, terwijl de context van het niets meer met de GGZ te maken wilde hebben terug te brengen is tot diezelfde GGZ-instelling, die niet de juiste zorg kon bieden!
    Ik kreeg te maken met Factzorg, die mij ook niets konden bieden, ik paste niet binnen deze doelgroep.
    Uiteindelijk ben ik op eigen kracht weer uit een diep dal opgekrabbeld en volledig hersteld.
    Diverse malen heb ik verzoeken gedaan tot vernietiging van het dossier, helaas, de ggz- instelling bewaart gegevens uit het dossier waarvan zij vinden deze toegangkelijk dienen te blijven, terwijl ik mezelf absoluut niet herken in de bevindingen die zijn opgetekend. Het zijn uitsluitend interpretaties en aannames!
    Een echt gesprek van mens tot mens heeft nooit plaatsgevonden!
    Het psychisch lijden is vanwege de handelswijze van de ggz-instelling alleen maar toegenomen en heeft zijn sporen nagelaten. Nu kan ik er beter mee omgaan, dankzij reflectie en awearness.

  3. Jos Raaphorst

    Beste Jim,

    Goed dat je in je boek de cliënt dichter bij de eenvoud of antwoord van zijn of haar psychiatrische klachten wil brengen.
    Ik heb 26 jaar zorg gehad van de GGZ, en uiteindelijk zelf heel veel antwoorden gevonden door onder andere het schrijven van mijn boek.
    Een belangrijke oorzaak van mijn schizo-affectieve stoornis is stress, angst en frustratie door o.a. sociale factoren.
    Door de oorzaken van mijn stress, angst en frustratie te ontdekken heb ik uiteindelijk mijzelf in mijn leven weten te helen.

    Bedankt voor het boek.

  4. Maartje

    Beste Jim,

    In dit preview van jouw nieuwe boek, weer veel eye-openers! Het is altijd bevrijdend stigma’s te benoemen en onzekerheden in het daglicht te plaatsen.
    Het is voor mij ook zo geweest, dat ‘GGZ’ weinig duidelijke contour had. Eerst: ‘ze zullen het wel weten’ tot ‘ze snappen er niets van’. Laatst zag ik een Reel waarin een psychologe beweert dat de GGZ een kult is met geloofsovertuigingen.

    Laatste visie bevestigt door een ervaringsverhaal van een vriendin, die haar zoon aanmeldde voor een traject binnen de GGZ. Het kind, toen een jaar of 14, kon zelf uiten, dat hij geen bodem in zichzelf voelde. Mijn vriendin nam aan, dat deze uitspraak uitgangspunt zou worden. Maar dat gebeurde niet. Aan het eind van het traject rolde er een diagnose uit, waarin zij haar kind niet herkende. Zij ging al zijn getuigschriften/rapporten van school langs, maar vond niets vergelijkbaars met de diagnostiek… Uiteindelijk begreep zij, dat zij nooit naar haar kind hadden gekeken, of ernaar geluisterd, maar hij in een protocolvestje was gehesen.

    Door jouw boekje kunnen dergelijke misstanden worden vermeden.

    Dus dank je wel, again.

  5. Romy Marylou Amber Joosten

    Ik woon al sinds mijn 10e in de ggz ik ben op mijn 10e aangereden door een auto en heb toen NAH opgelopen niet aangeboren hersenletsel en ik ben nu 37 en moet nog steeds in behandeling maar nu niet alleen voor NAH maar voor NAH+ dat betekend niet aangeboren hersenletsel en mentale problematiek

  6. Kleurenwereld

    Lees dit artikel uit Apache voor je begint aan reguliere medicatie:

    De antidepressiva-val: medicatie als smeerolie van een overbelaste samenleving
    19 augustus 2026
    door Lennert Van Campenhout

    Elke maand slikken ruim 1 miljoen Nederlanders en 1,2 miljoen Belgen een antidepressivum. Wat ooit bedoeld was als een tijdelijk crisishulpmiddel, werd voor velen een levenslange metgezel. In het debat over medicatie klinken vaak dezelfde verklaringen: te lange wachtlijsten in de ggz en huisartsen onder tijdsdruk. Maar dat is slechts de oppervlakte.

    Als we kijken naar de hardnekkigheid van dit dossier, moeten we durven analyseren wie er baat heeft bij de status quo. Het antwoord is pijnlijk: bijna iedereen, behalve de patiënt die probeert te stoppen.

    Wat als deze medicatiecrisis niet alleen een medisch probleem is, maar ook een symptoom van een systeem dat functioneel afhankelijk is geworden van de pil?

    De economische en politieke shortcut
    Voor een overheid die worstelt met exploderende zorgkosten is een doosje generieke antidepressiva een zegen. Het kost de samenleving letterlijk een paar euro per maand. Zet dat af tegen de alternatieven: intensieve psychotherapie, langdurige traumaverwerking of de specialistische, trage begeleiding die nodig is om veilig af te bouwen. Dat kost duizenden euro’s per traject. In een zorgmodel waarin efficiëntie, betaalbaarheid en activering een prominente plaats innemen, is de economische aantrekkelijkheid van een goedkope medicamenteuze interventie evident.

    Zolang we psychisch lijden medicaliseren, hoeven we als samenleving de echt moeilijke debatten niet te voeren

    Diezelfde efficiëntiedrang zien we in de spreekkamer. Een huisarts heeft exact vijftien minuten per patiënt. Binnen die tijdsklem is de deconstructie van een complex trauma, een burn-out of de neurobiologische dynamiek van een patiënt simpelweg onmogelijk. Een recept uitschrijven kan wel. De pil fungeert zo als een vorm van ‘chemische wachtverzachting’: het houdt patiënten stabiel genoeg om de maandenlange wachtlijsten in de ggz te overbruggen, waardoor het zorgsysteem niet acuut implodeert.

    Ook politiek gezien is de pil een handige shortcut. Ze definieert een depressie of angststoornis als een individueel defect − een vermeend ‘chemisch tekort’ in het brein. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid volledig bij de burger gelegd: jij moet jezelf ‘fixen’ om weer productief te zijn op de arbeidsmarkt. Medicatie houdt mensen aan het werk. Een gestabiliseerde werknemer is economisch nuttig. Een langdurig zieke als gevolg van onthouding is duur.

    Zolang we psychisch lijden medicaliseren, hoeven we als samenleving namelijk de echt moeilijke debatten niet te voeren. Debatten over de prestatiedruk, arbeidsomstandigheden, digitale overbelasting, de woningcrisis, financiële drempels en sociale isolatie blijven daardoor uit. Psychisch lijden ontstaat niet uitsluitend bij individuen, maar ook binnen sociale, economische en institutionele omstandigheden. Wanneer we dat lijden uitsluitend medicaliseren, bestaat het risico dat individuele behandeling de aandacht wegneemt van de omstandigheden die klachten veroorzaken en in stand houden.

    De pil maskeert niet alleen de pijn van het individu, maar ook het falen van de structuur. Dit biomedische reductionisme is geen toeval; het weerspiegelt de kern van hoe het moderne zorgsysteem in de praktijk meestal is ingericht. Hoewel de sector op papier al decennia het biopsychosociale model aanhangt − waarin biologie, psychologie en sociale context gelijkwaardig zouden moeten zijn − blijft de biologische component in de realiteit dominant (genetica, epigenetica en neurotransmitters).

    Beleidsmakers schuiven de combinatie van medicatie en psychotherapie vaak naar voren als de gouden standaard. In de praktijk is die combinatie echter niet voor iedereen probleemloos. Een deel van de patiënten ervaart bijwerkingen zoals emotionele afvlakking, verminderde motivatie of cognitieve klachten. Wanneer zulke effecten het vermogen om emoties te ervaren, reflecteren of actief aan therapie deel te nemen verminderen, kan psychotherapie moeilijker worden.

    Zo ontstaat een ongemakkelijke paradox: een behandeling die bedoeld is om iemand stabiel genoeg te maken voor verdere therapie, kan voor sommige patiënten juist een extra obstakel vormen. Wanneer vervolgens onvoldoende wordt onderzocht of de medicatie zelf bijdraagt aan die problemen, bestaat het risico dat langdurig medicatiegebruik de standaardoplossing blijft.

    De drie taboes van de medische wereld
    Waarom komt de verandering dan niet van binnenuit? Waarom slaan artsen en psychologen niet massaal op de trom? Omdat dit dossier raakt aan drie diepe taboes die de identiteit van de medische wereld doen wankelen.

    Het eerste taboe is dat van de zogeheten ‘iatrogene schade’: het ongemakkelijke feit dat helpers schade kunnen veroorzaken. Artsen worden gedreven door het principe ‘ten eerste niet schaden’. Erkennen dat een behandeling die jij te goeder trouw hebt voorgeschreven de patiënt op de lange termijn ernstig kan ontregelen, veroorzaakt een enorme cognitieve dissonantie. Het is psychologisch veiliger om de klachten van een patiënt te wijten aan diens ‘eigen psychische kwetsbaarheid’ dan aan het medicijn.

    Elk symptoom krijgt een code, elke code krijgt een pil

    Dit hangt direct samen met het tweede taboe: antidepressiva kunnen problemen veroorzaken die erger zijn dan het oorspronkelijke kwaad. Denk aan langdurige emotionele afvlakking, seksuele disfunctie of ernstige neurologische onrust. Als de remedie schadelijker blijkt dan de kwaal, wankelt het fundament van het hele voorschrijfmodel. De paradoxale reflex is vaak: de dosis verhogen of een tweede medicijn toevoegen, waarmee de schade juist wordt gemaskeerd en de afhankelijkheid vergroot. Hierdoor ontstaat een systeem waarin voorschrijfgedrag zichzelf kan bestendigen, zelfs wanneer de langetermijnuitkomsten onzeker zijn.

    Met de DSM-bijbel in de rechterhand en het medicijnencompendium in de linkerhand, is het systeem sluitend gemaakt. Elk symptoom krijgt een code, elke code krijgt een pil. Wanneer de bijwerkingen toeslaan, creëert dit simpelweg een nieuwe diagnose en een nieuwe medicatiebehoefte. Zo maakt de behandelaar van de patiënt een chronische consument, en houdt het medische model zichzelf oneindig in stand.

    Het derde en meest cruciale taboe is dat onthouding meestal geen psychologisch fenomeen is, maar een neurobiologisch syndroom. Jarenlang is patiënten die probeerden te stoppen verteld dat hun angst of somberheid ‘weer terugkwam’ − een bewijs dat ze de pil nog nodig hadden. Het probleem is niet dat iedere terugkeer van angst of depressie na stoppen eigenlijk een kwestie van onthouding zou zijn. Het probleem is dat we onvoldoende betrouwbaar kunnen onderscheiden wanneer klachten het gevolg zijn van onttrekking en wanneer sprake is van een nieuwe depressieve episode of terugval. Zolang de psychologie en de psychiatrie weigeren te erkennen dat het zenuwstelsel fysiek gewijzigd wordt door langdurig gebruik, blijven we afbouwklachten behandelen als een gebrek aan mentale veerkracht.

    Hiermee creëert het systeem zijn eigen vicieuze cirkel. Medisch gezien is een depressie een tijdelijke crisis die in veruit de meeste gevallen na verloop van tijd spontaan of met psychologische steun uitdooft. Maar door de acute ontwenningsverschijnselen te diagnosticeren als een ‘terugval’, institutionaliseren we de ziekte. Wat een tijdelijke episode had moeten zijn, transformeren we zo eigenhandig in een chronische, levenslange aandoening.

    Zelfs als het risico op herval klein is, horen patiënten in de spreekkamer vaak het paternalistische advies: “neem het voor de veiligheid maar gewoon door”. Dit argument van ‘veiligheid’ maskeert een diepe handelingsverlegenheid en een risicomijdende reflex: het permanent medicaliseren van een gezond leven is blijkbaar veiliger dan het aangaan van het onvoorspelbare afbouwproces. Het hulpmiddel creëert zo de permanentie die het claimt te bestrijden.

    Kritische stemmen uit de medische en academische wereld zijn vandaag de dag schaars. Wie buiten de gebaande paden treedt, riskeert reputatieschade, het verlies van onderzoeksbudgetten of uitsluiting door vakgenoten. Deze censuur reikt bovendien verder dan de muren van de universiteit, ook het vinden van een uitgever om het grote publiek te bereiken is een enorme opgave. Gevestigde uitgeverijen deinzen vaak terug uit angst voor slepende, kostbare juridische procedures en imagoschade. Hierdoor blijft het debat gevangen achter de schermen, ver weg van het publieke oog.

    Een markt zonder commercieel nut
    Onderaan de keten bevindt zich de farmaceutische industrie. Zij hebben een stabiele, voorspelbare markt gecreëerd rondom chronisch gebruik. Er is voor hen simpelweg geen enkel commercieel nut bij het ontwikkelen of stimuleren van afbouwproducten zoals taperingstrips. Die innovatie is duur en levert minder klanten op.

    Dit commerciële model blijft niet beperkt tot de farmaceutische industrie; ook binnen de academische en professionele wereld bestaan nauwe financiële en professionele relaties met de geneesmiddelenindustrie. Onderzoeksjournalisten en wetenschappers hebben herhaaldelijk gewezen op belangenconflicten rond onderzoek, advisering, lezingen en richtlijnontwikkeling. Toonaangevende academici die betrokken waren bij medische richtlijnen hadden in sommige gevallen financiële relaties met farmaceutische bedrijven. Dat hoeft op zichzelf geen bewijs van ongepaste beïnvloeding te zijn, maar het roept wel de vraag op hoe zulke belangen de onderzoeksagenda en medische besluitvorming kunnen beïnvloeden.

    De farmaceutische industrie heeft geen enkel commercieel nut bij het ontwikkelen of stimuleren van afbouwproducten

    Daarbij ontstaat mogelijk een academische blinde vlek. Een deel van het universitaire onderzoek wordt door de industrie gefinancierd, terwijl onderzoek naar de langetermijneffecten van chronisch gebruik, onttrekking en effectieve afbouw minder prominent lijkt. De vraag is dan niet alleen welke behandelingen werken, maar ook welk soort onderzoek binnen het huidige systeem de meeste financiering, publicaties en het meeste academische prestige oplevert. Zo kan een voorschrijfmodel wetenschappelijke legitimiteit behouden, terwijl alternatieve onderzoeksvragen minder aandacht krijgen.

    Omdat patiënten in de ggz historisch gezien minder georganiseerd zijn in kapitaalkrachtige lobbygroepen − vaak ingegeven door het stigma dat nog altijd op psychische klachten rust − blijft de tegenwind gefragmenteerd. De media schromen bovendien vaak om té kritisch te berichten, uit de begrijpelijke angst dat patiënten hierdoor acuut en gevaarlijk gaan stoppen. Zo blijft het publieke narratief in stand: een pil herstelt een stofje, en die pil helpt ‘gewoon’.

    Tijd voor deconstructie
    We zitten vast in een institutionele patstelling. Geen enkele individuele arts of beleidsmaker is hier de schuldige, maar het netwerk van elkaar versterkende belangen houdt de status quo ijzersterk in stand.

    Zolang we de discussie over antidepressiva beperken tot een logistiek probleem van ‘te weinig artsen’ of ‘betere richtlijnen’, lossen we niet veel op. We moeten durven inzien dat de medicaliseringsindustrie een politieke en economische functie vervult. Het is tijd dat onderzoeksjournalisten en critici dit systeem niet langer benaderen als een medische kwestie, maar als een maatschappelijk en structureel vraagstuk. Pas als we de taboes durven doorbreken en de perverse prikkels blootleggen, ontstaat er ruimte voor echte zorg: zorg die niet alleen helpt om te starten, maar die ook de moed heeft om samen af te bouwen.

    Terwijl de medicaliseringsindustrie de winsten incasseert en beleidsmakers papieren richtlijnen schrijven, blijft er onderaan de streep maar één iemand achter in de kou. De patiënt: hij draagt de bijwerkingen, de onttrekkingsverschijnselen en de mislukte afbouw. Hij draagt de maatschappelijke gevolgen, de kosten van psychotherapie en de knagende onzekerheid. En als alles wegvalt, draagt hij de stilte. Een systeem dat de lasten individualiseert en de baten collectiviseert, vraagt niet om bijsturing, maar om een fundamentele herziening van zijn uitgangspunten.

  7. Centia Vogels

    Goed dat dit boek er is gekomen!
    Complimenten voor al het goede herstelgerichte GGZ-wel dat Jim van Os verricht?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *