Main content

Goede traumabehandeling begint altijd met contact maken in de zin van presentie, relatie en perspectief, in combinatie met goede uitleg (psycho-educatie). Dit kan al veel verschil maken. Vooral belangrijk is uitleg dat de gevolgen van trauma eigenlijk de resten zijn van overlevingsmechanismen.

De gedachte dat het niet gaat om pure pathologie maar om ‘uit de hand gelopen’ overlevingsmechanismen, die tijdens het trauma mogelijk reddend waren, kan helpen om een constructiever perspectief op het lijden te ontwikkelen. Ook is belangrijk om uit te leggen dat veel van de manifestaties van vroeg trauma lichamelijk zijn – dat trauma als het ware ‘in het lichaam’ is gaan zitten en zich op dat niveau manifesteert.

Het is ook belangrijk om relatieproblemen en problemen op het gebied van wonen, werken en opleiding direct te adresseren. ‘Sleutelen’ aan de persoon zonder rekening te houden met zijn systeem en sociale omgeving heeft meestal weinig zin.

Er zijn veel behandelingen voor trauma en ze kunnen allemaal effectief zijn, mits…..

Er is een verscheidenheid aan therapeutische benaderingen bij PTSS, variërend van mindfulness/meditatie tot somatic experiencing, psychomotore therapie, sjamanistisch werken, een psychedelische reis maken, diergeleide therapie, interpersoonlijke therapie, antidepressiva (en soms antipsychotica), cognitieve gedragstherapie en EMDR. Vergeleken op groepsniveau werken ze allemaal ongeveer even goed, zo blijkt uit onderzoek.

Belangrijker dan het type therapie is hoe de traumabehandeling wordt gegeven

Therapie werkt namelijk alleen als:

  • De patiënt de betrokken therapievorm ziet zitten.
  • De therapie is gebaseerd op een verklaringsmodel (van de symptomen) dat aansluit bij de visie van de patiënt;
  • De therapie is gebaseerd op een verandertheorie (van verbetering) waar de patiënt zich in kan vinden;
  • De therapeut in staat is om een goede relatie te ontwikkelen met de patiënt op basis van betrokkenheid, beschikbaarheid, authenticiteit, motivatie aanwakkeren, fricties bijleggen en aansluiten bij de belevingswereld van de ander;
  • De behandeling wordt aangeboden in de context van een krachtig therapeutisch ritueel.

Het is dus belangrijk dat de therapeut samen met de patiënt nagaat wat het beste kan gaan werken in zijn/haar specifieke geval. Er moet een range aan opties zijn waaruit de patient kan kiezen, afhankelijk van wat het beste past bij zijn waarden, ervaringen en voorkeuren. De therapeut mag zich niet verbergen achter een discours van “evidencebased werken” – de ‘evidence’ laat immers zien dat vooral de kwaliteit van de behandelrelatie de doorslag geeft om tot verandering en aanpassing te komen.

Belangrijke werkwijzen bij traumabehandeling

Bij de behandeling van trauma zijn een aantal elementen in de therapie van groot belang. Hier kun je op letten. We noemen er een paar:

  • Een veilige en ondersteunende setting
  • Presentie
  • Perspectief bieden
  • Psychoeducatie
  • Soms, als het kan en als het kan helpen: met ‘exposure’ werken
  • Mensen helpen bewust te worden van reactiepatronen vanuit oude overlevingsstrategieën
  • In de relatie met de behandelaar werken aan interpersoonlijke dynamische gedragspatronen
  • Transpersoonlijke en spirituele elementen
  • Lichaamsgerichte elementen
  • Werken met de multipliciteit van de persoonlijkheid
  • Werken met de verbeelding

Een belangrijke factor is de mate van ‘exposure’ die wordt toegepast

Bij therapievormen als EMDR moeten de patiënten in de beleving terugreizen naar het trauma in het kader van ‘exposure’. Echter sommige patiënten kunnen of willen dit niet – en soms maakt het de klachten eerder erger dan beter. Met name bij wat wordt genoemd ‘complex’ trauma (bijvoorbeeld chronisch ernstig seksueel misbruik in de jeugd) zijn simpele exposurebehandelingen als EMDR vaak niet mogelijk of gewenst. In dat geval zijn andere manieren van werken, bijvoorbeeld een lichaamsgerichte vorm van therapie, vaak geschikter.

Als trauma ‘in het lichaam’ is gaan zitten lijkt het logisch om lichaamsgerichte vormen van werken eerst te proberen.

EMDR is geschikt voor acuut trauma, bijvoorbeeld na een ongeluk of overval, maar vaak minder passend bij (complex) PTSS in het kader van ernstig trauma in de jeugd.


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van Os, Voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedIn, Facebook, Twitter en YouTube!

Meer informatie over trauma:

Referenties
Read J, van Os J, Morrison AP, Ross CA. (2005) Childhood trauma, psychosis and schizophrenia: A literature review with theoretical and clinical implications. Acta Psychiatrica Scandinavica, 112, 330-50.
Read, J. & Bentall, R.P. (2012) Negative childhood experiences and mental health: theoretical, clinical and primary prevention implications. British Journal of Psychiatry, 200, 89-91.
Frueh BC, Grubaugh AL, Cusack KJ, Kimble MO, Elhai JD and Knapp RG. (2009) Exposure-based cognitive-behavioral treatment of PTSD in adults with schizophrenia or schizoaffective disorder: a pilot study. Journal of Anxiety Disorders 23: 665-675.
Mueser KT, Rosenberg SD, Xie H, Jankowski MK, Bolton EE, Lu W, Hamblen JL, Rosenberg HJ, McHugo GJ and Wolfe R. (2008) A randomized controlled trial of cognitive-behavioral treatment for posttraumatic stress disorder in severe mental illness. Journal of Consulting and Clinical Psychology 76: 259-271.
Varese F, Smeets F, Drukker M, Lieverse R, Lataster T, Viechtbauer W, Read J, van Os J and Bentall RP. (2012) Childhood Adversities Increase the Risk of Psychosis: A Meta-analysis of Patient-Control, Prospective- and Cross-sectional Cohort Studies. Schizophrenia Bulletin Epub ahead of print. DOI sbs050 [pii]10.1093/schbul/sbs050.
  • Deel deze pagina: