Er zijn inmiddels honderden vormen van psychotherapie. CGT, ACT, EMDR, schematherapie, IFS, MBT, DBT, en elk jaar komen er nieuwe afkortingen bij, netjes verpakt in een training met een prijskaartje. Als je hulp zoekt, sta je voor een schap vol doosjes met verschillende etiketten en moet je iets kiezen waar je niets van weet. En de vraag die niemand hardop stelt: zit er in al die doosjes eigenlijk iets anders? Of moeten we de werkzame factoren soms juist voorbij psychotherapie zoeken?
Iedereen wint en iedereen krijgt een prijs
Het onderzoek zegt al tachtig jaar van niet. Zet twee therapievormen naast elkaar en je vindt bijna altijd hetzelfde: ze werken ongeveer even goed. In de literatuur heet dat het dodo-verdict, naar de dodo uit Alice in Wonderland die na de wedloop verklaart dat iedereen heeft gewonnen en dat iedereen een prijs krijgt. Wat wel verschil maakt, is de hulpverlener zelf. Sommigen hebben stelselmatig betere uitkomsten dan hun collega’s, en dat verschil hangt niet samen met hun stroming, hun titel of hun aantal dienstjaren.
Dus wat werkt er dan wel? Het onderzoek naar common factors komt telkens uit bij dezelfde lijst. Een hulpverlener die er echt is en je niet veroordeelt. Iemand die met je meedenkt in plaats van over je. Vertrouwen. Een gedeeld idee van waar je naartoe wilt. Niet spectaculair, wel hardnekkig reproduceerbaar.
Bewezen beter, of bewezen beter onderzoekbaar?
Dat is ongemakkelijk voor een veld dat zichzelf verkoopt op techniek. En het botst met het woord waar de hele ggz op draait: evidence-based. Die term is in de jaren negentig gekaapt door de verzekeringslogica. Wat betaald werd, moest bewezen zijn, en bewijs betekende: een protocol, een handleiding, een groep mensen met dezelfde DSM-diagnose, acht tot twaalf weken, en aan het eind een vragenlijst over symptomen. Alleen therapieën met een handboek passen in dat format. Vandaar dat het merendeel van de trials over CGT en varianten gaat. En vandaar dat veel mensen inmiddels denken dat CGT bewezen beter is. Dat klopt gewoon niet. Het is bewezen beter onderzoekbaar, wat iets heel anders is.
Er is nog een probleem met die vragenlijst aan het eind. Als je mensen vraagt waarom ze in therapie gaan, noemen ze zelden symptoomreductie. Ze noemen: mezelf beter begrijpen, milder worden voor mezelf, anders naar mijn situatie kijken, betere relaties. Wij meten iets anders dan wat mensen komen halen, en trekken vervolgens conclusies over wat werkt.
Je brein voorspelt, en die voorspelling noem jij de werkelijkheid
En dat is het interessante. Want er ligt sinds kort een verklaring op tafel die de hele ruzie tussen de stromingen overbodig maakt, en die uit een onverwachte hoek komt: de neurowetenschap van het voorspellende brein.
Het idee is dit. Je ogen en oren laten je niet zien wat er is. Je brein bouwt voortdurend een model van de wereld en voorspelt daarmee wat er zo meteen gaat gebeuren. Die voorspelling ervaar je niet als voorspelling, je ervaart hem als de werkelijkheid. Pas als de zintuiglijke informatie botst met de voorspelling, moet je brein kiezen: geloof ik mezelf, of geloof ik wat er binnenkomt? Meestal wint de binnenkomende informatie en past het model zich aan. Zo leer je.
Behalve als het model is opgebouwd uit ervaringen die met overleven te maken hadden. Dan wint de voorspelling, ook als ze niet meer klopt. Stel, ik loop door de stad en iemand loopt me voorbij zonder iets te zeggen. En dan denk ik: zie je wel, niemand houdt van mij. Terwijl hij gewoon zijn bril niet op had. Dat is geen gekke gedachte van een kapot brein, dat is een voorspelling die zich baseert op oud materiaal. Vroege ervaringen wegen daarbij het zwaarst, want als klein kind was je afhankelijk van anderen en was afwijzing levensgevaarlijk. Die herinneringen liggen opgeslagen op een plek waar je bewuste denken niet bij kan.
Wat dit betekent bij psychosegevoeligheid
Voor iedereen die met psychosegevoeligheid leeft, is dit geen abstract verhaal. Precies hier zit de kern. Betekenis komt niet van buiten binnen, betekenis wordt gemaakt. Als je onder grote spanning staat, slecht slaapt, of jarenlang in een omgeving hebt geleefd waar wantrouwen verstandig was, dan gaat je brein zwaarder leunen op zijn eigen voorspellingen. De blik van die man in de tram krijgt betekenis. De radio praat over jou. En zolang de correctie niet binnenkomt, blijft het model zichzelf bevestigen. Dat is het tegenovergestelde van een defect. Het is een normaal mechanisme dat is doorgeslagen, net zoals hoge bloeddruk plaatsvindt in een volstrekt normaal bloedvat.
Veiligheid en precisie
Wat volgt daaruit voor hulp? Twee dingen, en geen van beide staat op een certificaat.
Het eerste is veiligheid. Een brein dat zich bedreigd voelt, gaat harder vasthouden aan zijn eigen voorspellingen. Angst maakt leren onmogelijk. Dat is de reden dat de relatie er zo toe doet, dat voorspelbaarheid en beschikbaarheid ertoe doen, dat social holding ertoe doet. Iemand die je vasthoudt, is geen zachte randvoorwaarde voor het echte werk. Het is het werk.
Het tweede is precisie. Veiligheid alleen verandert niets; dan blijft alles zoals het was, maar dan prettiger. Er moeten ervaringen bij die precies die voorspelling raken die vastzit, zodat je brein de fout kan opmerken en zijn model kan bijstellen. Iemand die niet weggaat op het moment dat je verwacht dat iedereen weggaat. Een groep waarin je je stemmen benoemt en er niets ergs gebeurt. Een baan waarin blijkt dat je het wel kan. Recontextualiseren, noemen we dat: dezelfde ervaring, een andere plek in je verhaal.
En dat gebeurt lang niet altijd in een spreekkamer. Vaak zijn het de terloopse momenten die je model laten haperen: een buurman die iets alledaags vraagt op het moment dat je wereld zich vreemd begint te ordenen, een collega die gewoon doorpraat, iemand die belt zonder aanleiding. Geen protocol, geen sessie, geen declaratiecode.
Waar die plekken zijn
Daar gaat het eigenlijk over. Als veiligheid en precisie de werkzame ingrediënten zijn, dan is de vraag niet welk merk therapie iemand krijgt, maar of iemand een plek heeft waar dit kan gebeuren. En dan is het nogal absurd dat we die plek uitsluitend hebben ondergebracht bij een specialist met een lange wachtlijst. Herstelacademies, peer support, resourcegroepen, groepen van stemmenhoorders, welzijn op recept, een werkplek, een buurman: dat zijn geen alternatieven voor de echte hulp. Dat zijn de plekken waar mensen veiligheid en correctie tegelijk kunnen vinden.
Werk aan de winkel
Op twee fronten. Voor hulpverleners: stop met het verdedigen van je stroming en investeer in wat je met alle andere stromingen deelt. Voor het systeem: financier de plekken waar mensen elkaar vasthouden, niet alleen de sessies waarin symptomen worden geteld.
En voor jou, als je nu op zoek bent: vraag niet in de eerste plaats welke methode iemand gebruikt. Vraag of je het gevoel hebt dat deze persoon je aankan, je serieus neemt en niet wegloopt als het ingewikkeld wordt. Dat voorspelt meer dan het etiket op het doosje.
Meer lezen van Jim van Os?
Meer lezen over mogelijke werkzame factoren voorbij psychotherapie?
- Het CHIME begrippenkader van herstel – Info van PsychoseNet
- Lees dit voor je naar de GGZ gaat
- Dit zijn Social holding & Resourcegroepen – Info van PsychoseNet
- Zingeving door afval opruimen: meer dan een schone omgeving
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Ontvang jij de PsychoseNet nieuwsbrief al?
Meld je aan en ontvang iedere week de nieuwe blogs en interessante items in je inbox.








Geef een reactie