Veel gezochte termen

Psychosenet blog

Leestijd 3 minuten

Auteur

Deborah Ham

Deborah is blogger voor PsychoseNet. Ze is psychosegevoelig. Het motto van haar en haar man: Er is te leven met psychosegevoeligheid.

Blijven relativeren – over psychotisch bewustzijn

blog-blijven relativeren

Uit de diepte van de eerste en tweede psychose herinner ik me vooral de woorden van mijn toenmalige GGZ hulpverlener. Regelmatig herhaalde hij: “Normaliseer, Deborah, normaliseer.”

Ergens in de diepte deed hij hiermee een beroep op de bereidheid om mezelf een normaler kader te geven, dan diegene waarin ik me zo opgesloten voelde. Het effect van het woordje ‘normaliseer’ werkte in de jaren die volgden door.

Psychosegevoeligheid kan overgaan in psychotisch bewustzijn. Wie ik ben ligt dan verscholen onder de ervaring die ik heb. Wil ik daar nog wel aanspraak op maken? Durf ik dat aan te gaan?

De ‘waarheid’ van wat ik ondervind staat hierbij voor mij niet centraal

Het is namelijk evident dat ik, als ik er 100 euro op moet inzetten, kies voor het waar zijn van wat ik ervaar. Het is de voortdurende vraag: Hoe serieus wil ik mijn gedachten, gevoelens en waarnemingen nemen? Gaandeweg merkte ik dat ik het psychotisch bewustzijn beter kon ontstijgen door minder met mezelf bezig te zijn: mezelf relativerend plaatsen ten opzichte van de ander, is mezelf serieus nemen. Een helpende gedachte is dan bijvoorbeeld: “Nee, ik ben niet briljant.” Uiteindelijk is mijn stelling zelfs dat, voor mij, het psychotisch bewustzijn egoïsme in stand houdt. Dat is namelijk wat ‘goed’ voelt en wat allesoverheersend is. Daarom steeds die vraag: durf ik het aan te gaan om dat te ontstijgen? Durf ik te normaliseren? Ook als dat enorm tegennatuurlijk voelt.

In de prilste signalering van psychotisch bewustzijn (fase 1) maak ik de keuze: vechten door te analyseren

Bijvoorbeeld blijven kijken naar dat wat ik zie. Terwijl ik me hierin heel bewust ben van mijn werkelijkheid ten opzichte van de werkelijkheid zoals ik die ken in mijn leven zonder psychotisch bewustzijn. Op zo’n moment slaat de schrik me om het hart. Wat is er op dat moment nodig om het tij te keren?

Bij het signaleren van afwijkingen (fase 2) toch praten

In mijn geval, zoek ik heel bewust iemand op die rustig en stabiel is. Kennis heeft van psychosegevoeligheid, dus niet zal schrikken of bang zal worden van wat ik ervaar. Het is allemaal voor mezelf op dat moment al naar genoeg en ik heb niks aan emotionele toestanden of analyses. Iemand die het gewoon laat staan en met me meedenkt over wat ik op dat moment nodig heb. Het hardop uitspreken van bijvoorbeeld een waansysteem dat in de steigers staat, voelt ontzettend tegennatuurlijk. Er wordt mij immers iets geopenbaard wat nog niet volledig af is. Dus praten voelt in deze fase absoluut niet fijn. Toch doe ik het wel. Het delen maakt dat ik in elk geval het exclusieve gevoel niet extra versterk. Remmen lukt soms wel, soms niet.

In de volgende fase reduceer ik de allesoverheersendheid tot het zwijgend op de bank zitten (fase 3)

Ik probeer me vast te klampen aan het strohalmpje dat dit bewustzijn op enig moment weer over zal zijn. Werkelijk alles is op dit moment een prikkel en zelfs een regendruppel kan betrekking hebben op mij. Gaandeweg ontdekte ik dat het me hielp om in deze derde fase mezelf korte momenten relativerend te plaatsen ten opzichte van de ander (fase 4). Hiermee neem ik mezelf (wie ik ben onder de psychose) ontzettend serieus. Contact aangaan betekent dan dat ik hele concrete vragen stel. Terwijl iemand dan vertelt, metsel ik denkbeeldig het psychotische bewustzijn achter een muurtje. Iets dat niet kan, maar toch voel ik me goed bij deze oefening. Tegelijkertijd probeer ik te focussen op wat er wordt gezegd. Hier probeer ik op in te gaan (iets dat soms wel en soms niet lukt). Dit alles voelt ontzettend tegennatuurlijk en kost ontzettend veel energie. Vragen-metselen-focussen-verwerken en erop ingaan: dit is een complexe cognitieve taak in deze fase. Toch doe ik het, want het helpt mijn herstel enorm. Het normale leven van een ander is even mijn strohalm.

In deze vierde fase ben ik mezelf ook gaan dwingen dagelijks te testen in hoeverre ik nog hallucineer

Tijdens een wandeling test ik in hoeverre mijn psychotische bewustzijn nog aanwezig is (ik besef dat dit compleet absurd overkomt voor mensen zonder dit bewustzijn). Ik gebruik de mate waarin ik hallucineer als een graadmeter. Hierin sluit ik aan op dat wat me in de eerste fase ook helpt: analyseren. Durven kijken, voelen, denken, horen. Niet uit de weg gaan dat het bewustzijn anders is, maar slechts signaleren dat je jezelf (nog steeds) in acht moet nemen. In deze fase is mijn bewustzijn al zo anders, dat het bewust worden van de hallucinaties (ze zijn er toch, dus dan die ook maar normaliseren) me niet zozeer angstig maakt. Zo probeer ik ook de hallucinaties te gebruiken om het psychotisch bewustzijn te boven te komen: ze geven me drive om te zorgen voor mezelf, hulpverlening toe te laten en medicatie te nemen (rustig te blijven, balans te zoeken en stofjes aan te vullen).


Deborah is psychosegevoelig.

Foto van Unsplash

Meer lezen?

Reacties

Eén reactie op “Blijven relativeren – over psychotisch bewustzijn”

  1. Roelof

    Ikzelf ben al 28 jaar niet meer psychotisch. Wat mij indertijd enorm geholpen heeft was bezig gaan met concrete problemen en hobbies en sporten. Zo ben ik gaan zingen bij een koor, ben ik penning meester geworden bij een koor, ben ik gaan volkstuinieren, ben ik gaan zwemmen, fietsen, joggen en wandelen en ben ik vrijwilligerswerk gaan doen en daarna betaald gaan werken. Ik heb al doende de psychotische ervaringen er bij mij uitgewerkt. Nu ben ik al 28 jaar klachtenvrij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *