Main content

In deze blog gaan May-May Meijer en Jim van Os in gesprek over hoe de relatie met je ouders (tijdelijk) kan veranderen als je psychisch ziek wordt.

Vraag May-May:

Toen ik in 2009 en in 2013 zware psychosen kreeg, zorgden mijn zusje en mijn ouders voor mij totdat ik opgenomen werd in een psychiatrisch ziekenhuis. Nadat ik ontslagen was uit het ziekenhuis en het beter met me ging, merkte ik dat mijn vader en mijn moeder toch voor me wilden blijven ‘zorgen’. Terwijl ik volwassen ben en zelf moeder van een nu twaalfjarige zoon. Dus dan botste het tussen mijn ouders en mij. Hieronder ga ik hier dieper op in.

Laatst sprak ik er met een vriendin over die een lichamelijke kwetsbaarheid heeft. Zij herkende zich hierin. Daarom denk ik dat meer (oud-)patiënten dit zullen herkennen. Hoor jij dit meer Jim?

Mijn vader was erg bezorgd over mijn medicijnen

Laat ik voorop stellen dat ik een goede band met mijn ouders heb en dat ik heel dankbaar ben dat mijn zusje en zij voor me gezorgd hebben toen ik ziek was. Overigens zijn mijn ouders gescheiden en beiden hebben een andere partner. Toen het minder met me ging vond ik het echter erg moeilijk dat mijn vader zich met mijn medicijnen bemoeide. Op familiegesprek gaf hij altijd aan dat het belangrijk was dat mijn dosering niet verminderd werd, want nóg een psychose zou rampzalig zijn. Ik vond dat hij te weinig oog had voor de bijwerkingen van mijn medicijnen, waarvan depressie er een was.

Een familiegesprek met mijn vader, zus, mij en de nieuwe psychiater hielp

Op een gegeven moment had ik een nieuwe psychiater. Met haar balanceer ik tussen genoeg medicijnen om niet weer ziek te worden en zo min mogelijk om niet al te erge last te hebben van de bijwerkingen. Ik heb het gevoel dat ik ook zelf wat over mijn medicijnen te zeggen heb. Mijn vader hoorde dit tijdens een familiegesprek aan en begreep dat het beter met me ging. Sindsdien maakt hij zich geen zorgen meer en laat hij de dosering van de medicatie over aan mijn psychiater en mij.

Mijn moeder bemoeide zich met de opvoeding van mijn zoon

Een tijdje terug zaten we met mijn moeder, haar man en mijn zoon in de auto. Mijn zoon wilde geen antwoord geven op een vraag die mijn moeder aan hem stelde. Ik zei tegen hem dat hij wel antwoord moest geven als oma hem iets vroeg. Hierop reageerde mijn moeder met: “Jongens, niet zo kibbelen.

Het voelt voor mij alsof ze daarmee mijn ouderlijk gezag ondermijnt. Hierdoor word ik dan weer boos op mijn moeder. Waarop mijn zoon zich weer afvraagt waarom ik lelijk doe tegen oma. Dit soort voorvallen waren er vaak. Ik heb het er een aantal keren met mijn moeder over gehad en nu stelt ze zich sinds kort wat terughoudender op als ze in ons huis is. Verder vraag ik mijn moeder af en toe om op mijn zoon te passen als ik er niet ben, dan kan zij volop oma zijn en lopen we elkaar ook niet in de weg. En ik probeer wat toegeeflijker te zijn als het soms toch mis gaat.

Dit alles was een proces van jaren, maar ik ben blij dat het ons redelijk gelukt is om de harmonie weer terug te vinden.


Antwoord Jim

Hey May-May. Veel herkenbaars in wat je beschrijft – en veel dat eigenlijk van algemene aard is, psychosegevoeligheid of niet.

Je blijft altijd kind van je ouders. Op momenten van kwetsbaarheid van het (inmiddels volwassen) kind zal niet zelden de ouderlijke modus weer geactiveerd worden en kan er iets ontstaan dat lijkt op de ouder-kind relatie van 20 jaar geleden. De ouders als liefdevolle verzorgers, opvoeders – en regisseurs.

Even terug naar de vroege ouder-kind relatie kan best – maar elke uitdaging moet natuurlijk uiteindelijk door de persoon zelf weer opgepikt worden. De ouders worden dan geacht weer terug te treden en de persoon zijn volwassen koers te laten varen.

Psychose kan dit proces behoorlijk compliceren

Bij jou lijkt dat ook een beetje het geval te zijn geweest. Ten eerste is psychose in onze samenleving nog zeer slecht begrepen, waardoor ouders op een dwaalspoor terecht kunnen komen. Ze kunnen denken dat hun kind niets meer kan, voor altijd hulpbehoevend is, het verstand is kwijtgeraakt of op een andere manier blijvend niet meer volwaardig of participerend kan zijn.

Pijn, angst, schaamte, schuldgevoel, stigma en ontkenning kunnen aanleiding geven tot sterke emoties die niet worden gedeeld of geventileerd, maar wel in het gedrag naar het kind op allerlei meer en minder functionele manieren tot uiting kunnen komen. Kinderen kunnen zich hierin geïnfantiliseerd en niet gehoord voelen en de ouderlijke bemoeienis gaan verwerpen.

In de onzekerheid en de wens om controle te houden kan er teveel nadruk komen te liggen op een medisch model van symptoomcontrole, zonder de persoon te laten experimenteren met de psychosegevoeligheid en het leven, zodanig dat herstel van perspectief kan optreden.

Zonder risico geen herstel – maar voor ouders is dat soms moeilijk

Toen mijn zoon was hersteld van zijn eerste psychose stopte hij als snel met de medicatie. Maar hij vertelde het niemand – hij veronderstelde (waarschijnlijk terecht) dat niemand het met hem eens zou zijn. Het werd een eenzaam experiment. Ik was dan ook heel blij toen hij enige maanden later besloot het me te vertellen. Eigenlijk was ik best wel trots op hem – hij had zijn redenen en had een voor hem geïnformeerd besluit genomen. Stoer. Ik wilde hem op de statistische risico’s wijzen – maar dat stelde hij niet op prijs en ik drong niet aan. Het maakt ook weinig vrolijk – en is gebaseerd op de groep, niet het individu.

Een tijdje later kreeg hij een nieuwe episode met nieuwe opname, nieuwe psychiater, nieuwe medicatie – de hele tragische cyclus. Hij kwam er ook dit keer na een tijdje uit. Geschrokken en kwetsbaar. En wat meer bereid om niet meer eenzaam zijn eigen koers te plotten, maar in overleg te blijven over de voor- en nadelen van alles wat de psychiatrie te bieden heeft.

Een bizar harde leerschool, je hart breekt als ouder als je het ziet gebeuren

Maar je leert dat iemand zijn eigen pad moet vinden, natuurlijk zoveel mogelijk samen, maar zonder over te nemen. En leren zonder risico is niet mogelijk. Bepaald niet makkelijk. We hebben forse conflicten gehad, en net zoals bij jou gaf dat aanleiding tot familiegesprekken en verdieping, en afspraken maken over wat wel en wat niet. En samen het familieverhaal opnieuw proberen te construeren zodat wat gebeurd is past bij het verleden en richting geeft voor waar de verschillende leden zich naar toe bewegen.

Familiegesprekken zijn een groot goed – je komt als familie terecht in een dimensie waar het gebruikelijke gesprek en de gebruikelijk routines niet meer valide zijn. Gesprekken met een derde of vierde kunnen helpen om elkaar weer te vinden en soms zelfs om samen te groeien.

Vader, moeder, kind, broer en zus – het zijn relaties die er voor altijd zijn en het leven mede zin geven. Manifeste psychosegevoeligheid betekent dat alle relaties in het systeem opnieuw moeten worden uitgevonden. Hard werk, niet zonder conflicten – en moeilijk. Maar ook verrijkend.


May-May Meijer is voorzitter van Peace SOS. Ze werd in 2009 gedurende zes maanden gedwongen opgenomen en schreef daar een boek over.

Jim van Os is hoogleraar psychiatrie, voorzitter van de Divisie Hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en een van de initiatiefnemers van PsychoseNet.

Meer blogs van Jim en May-May:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *