Main content

Trauma heeft impact op geest en lichaam. Er wordt bij trauma onderscheid gemaakt naar de mate van recentheid ervan. Enerzijds kan sprake zijn vaneen schokkende gebeurtenis in het heden, bijvoorbeeld een heftig ongeluk of een groot verlies: zaken die een enorme aanpassing vragen,die vaak niet direct geleverd kan worden. Anderzijds kan er sprake zijn van een gebeurtenis, gebeurtenissen of een gang van zaken uit het verleden die doorwerken in het heden.

Iedereen draagt pijn van vroeger met zich mee

Dat is onderdeel van de menselijke conditie.  Zulke pijn geeft zeker niet altijd een posttraumatische stressstoornis. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in een gepsychiatriseerde samenleving kan de drempel naar de rol van patiënt gevaarlijk laag worden. De pijn in kwestie kan gaan over een ouderlijke scheiding, momenten in de jeugd waarin we ons verwaarloosd voelden, pijn hadden, streden met een broer of zus, een geliefde grootouder verloren, een been braken, uit een vertrouwde omgeving moesten verhuizen, werden gepest, grensoverschrijdend werden benaderd door een volwassene — of erger.

Soms kunnen ogenschijnlijk kleine dingen diepe sporen achterlaten omdat ze voor ons indertijd belangrijk waren

De één kan lang ernstige gevolgen ondervinden van relatief milde pijn. Een ander kan verschrikkelijke ervaringen (soms ogenschijnlijk) achter zich hebben gelaten zonder pijnlijke intrusies in het bewustzijn of andere restverschijnselen. Weer anderen zijn er zelfs van gegroeid of inspireren anderen in een capaciteit van wounded healer. Er zijn zoveel mogelijkheden als er mensen zijn. Trauma’s zijn onderdeel van onze geschiedenis en geven aanleiding tot pijnlijke herinneringen die zich meer of minder onverwacht in het bewustzijn kunnen manifesteren. Vaak als gevolg van een gebeurtenis die de ervaring van vroeger triggert.

Trauma kan soms op geheel onverwachte momenten opduiken -en met grote gevolgen, met name als het materiaal betreft waar de persoon geen bewuste toegang meer toe leek te hebben. Iemand kan bijvoorbeeld onverwachts een beeld ervaren van zichzelf, in de jeugd, in een pijnlijke omstandigheid, bijvoorbeeld een situatie van heftige verliefdheid die op vernederende wijze werd afgewezen. Het kan zijn dat dit beeld allang vergeten was maar zich nu onverwachts weer opdringt, zonder duidelijke link met een externe omstandigheid. De persoon staat dan voor een uitdaging als er in de identiteit, die over de jaren is ontstaan, niet echt plaats is voor een dergelijk heftig beeld. De persoon kan zichzelf bijvoorbeeld zijn gaan ervaren als uitgesprokenaantrekkelijk voor het andere geslacht.

Het beeld van de oude, pijnlijke en vernederende afwijzing kan daarmee pijnlijk botsen en misschien zelfs nopen tot een bijstelling van het levensverhaal en de identiteit. Een dergelijke bewustwording kan door sommige mensen worden ervaren als een aanslag op het ‘zelf’ en een bron worden van significant psychisch lijden — als signaal dat een zekere mate van bijstelling van de identiteit gewenst is.

Pijn van vroeger heeft de neiging de kop op te steken ten tijde van ontregeling

Als je in een staat van negatieve emoties raakt, komt de pijn van vroeger zich vanzelf aandienen als substraat van psychisch lijden. Dus pijn van vroeger kan enerzijds op de achtergrond een redelijk neutraal onderdeel vormen van onze ervaring. Anderzijds is het beschikbaar om zich versterkt te gaan manifesteren op mentaal kwetsbare momenten. Je zou kunnen zeggen dat het onze vijfde kolonne is, in afwachting om naar voren te treden en ons het leven zuur te maken als onze afweer laag is. Dit is de reden dat zogenaamde inzichtgevende therapieën nuttig zijn. Ze stellen je in staat om je pijn beter te kennen en er een perspectief op te kunnen ontwikkelen, zodat je er niet volledig door overrompeld wordt ten tijde van psychische ontregeling.

Van pijn naar (complex) trauma

Er is natuurlijk een spectrum aan — al dan niet bewuste — pijn die iemand met zich meetorst in het leven. En hoewel we allemaal ergens op het spectrum zitten, zijn er natuurlijk dingen die zoveel impact hebben dat er een kwalitatief verschil begint te ontstaan. Ongeveer 10-15% van de mensen maakt vroeg in het leven dingen mee die als kwalitatief verschillend kunnen worden beschouwd qua impact en ernst. Het betreft soms een enkele gebeurtenis, zoals eenmalig seksueel misbruik op jonge leeftijd, maar vaker is het een cluster van dingen die tegelijk bij iemand en/of zijn omgeving spelen. Het gaat dan om bijvoorbeeld combinaties van seksueel misbruik, emotioneel misbruik, fysiek misbruik, emotionele verwaarlozing, fysieke verwaarlozing, armoede, pesten, discriminatie, verslaving, slechte voeding, conflicten, medische problemen, slechte woonomstandigheden en vele andere zaken. Als er sprake is van chronische blootstelling aan en/of een stapeling van (vroegkinderlijke) tegenspoed, met name ervaringen als seksueel misbruik, spreekt men wel van ‘complex trauma’ of ‘complexe posttraumatische stressstoornis’. Het woord ‘complex’ kun je in dit verband lezen als: te ingewikkeld en te ingrijpend om te verdwijnen met een simpele EMDR-behandeling (zie traumabehandeling).

Het woord ‘trauma’ is daarom vaak te eenzijdig en te specifiek — childhood adversity of vroegkinderlijke tegenspoed is wellicht een beter woord

Tegenspoed in de kindertijd heeft de neiging zich in ons te nestelen en zich te manifesteren op zowel lichamelijk als mentaal niveau. Die nesteling is geen simpel lineair proces van oorzaak-en-gevolg. Het is, als inspanning om voort te kunnen met iets dat onmogelijk geïntegreerd kan worden, ook een vorm van coping. Vroege tegenspoed doet, zo lang het niet goed verwerkt is, ons dus letterlijk alle kanten opgaan, lichamelijk en geestelijk, om het onmogelijke toch een plek te geven — zij het een onrustige plek waar niet zelden een prijs voor betaald moet worden in de vorm van significant psychisch lijden.

Het getraumatiseerde lichaam

Ernstige tegenslag en chronische stress kunnen al vanaf vroeg in het leven, zelfs voor de geboorte al, het lichaam ontregelen en zo bijdragen aan zowel lichamelijke als psychische ongezondheid later in het leven. Door trauma kunnen allerlei ontregelende mentale en fysieke signalen, die een overlevingsfunctie vertegenwoordigen, zich blijven manifesteren zonder dat je je bewust bent van het verband met de overlevingsfunctie. Een mogelijk onderliggend mechanisme is dat trauma en chronische stress impact hebben op de mate waarin genen tot expressie komen.

Dit is het mechanisme van de epigenetica

Het heeft tot gevolg dat trauma en stress hun sporen kunnen achterlaten in systemen die betrokken zijn bij de hormonale, immunologische en metabole respons van het lichaam op de omgeving. Epigenetische gevolgen van trauma kunnen zelfs worden doorgegeven aan de volgende generatie. De herinnering aan het trauma kan namelijk vast komen te liggen in de epigenetica en zo overgedragen worden. Maar epigenetische processen zijn reversibel. Dus wellicht kunnen de schadelijke gevolgen, ook op epigenetisch niveau, via de behandeling verwerkt en gekeerd worden.

Vanuit dat inzicht doet lichaamsgericht werken steeds meer opgang als manier om trauma en chronische stress te behandelen

Psychisch lijden in het kader van vroege tegenslag en chronische stress heeft dus een mentale maar ook een lichamelijke context, zowel met betrekking tot het ontstaan als met betrekking tot de eventuele behandeling van psychisch lijden. Trauma zit niet alleen in het hoofd, maar ook in het lichaam. Men erkent dus steeds meer dat de gevolgen van trauma ook via lichamelijke manipulaties kunnen worden begrepen en behandeld. Dit heeft als bijkomend voordeel dat ‘exposure’, die veel mensen niet willen of aankunnen, niet nodig is.


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van Os, Voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedIn, Facebook, Twitter en YouTube!

Meer informatie over trauma:

  • Deel deze pagina: