Veel gezochte termen

Psychosenet blog

Auteur

Jim van Os

Jim van Os is een herstelgerichte psychiater, hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht.

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Jim is ook familielid van mensen met psychosegevoeligheid.

Jim van Os schreef deze toegankelijke boeken:

Trauma Begrijpen in 33 vragen

Psychose Begrijpen in 33 vragen

Neurodiversiteit Begrijpen in 33 vragen

Psychedelica begrijpen in 33 vragen

We zijn God niet

De betekenis van trauma

De betekenis van trauma verschilt namelijk van persoon tot persoon. En er is inmiddels onderzoek dat laat zien waarom.

Stel je twee mensen voor die opgroeiden in hetzelfde huis. Dezelfde vader, dezelfde klappen, dezelfde jaren. Twintig jaar later gaat het met de een redelijk en met de ander helemaal niet. Wij noemen dat dan veerkracht, halen onze schouders op, en gaan verder met de vragenlijst. Da’s te makkelijk. De betekenis van trauma verschilt namelijk van persoon tot persoon. En er is inmiddels onderzoek dat laat zien waarom.

Ik wil het hebben over iets wat niet zelden wordt gemist, terwijl het misschien wel het belangrijkste is dat we de afgelopen jaren over trauma hebben geleerd. Namelijk dit: wat er gebeurd is, is niet hetzelfde als wat het met je heeft gedaan. En het is dat tweede waar de meeste ellende in zit, en waar wij als hulpverleners iets aan kunnen doen.

Twee manieren van meten, twee groepen mensen

Je kunt mishandeling in de jeugd op twee manieren vaststellen. Prospectief: je volgt kinderen, je hebt dossiers, jeugdzorgmeldingen, waarnemingen van onderzoekers. Of retrospectief: je vraagt volwassenen wat er vroeger gebeurd is.

Iedereen ging er altijd van uit dat je daarmee dezelfde mensen te pakken had. Dat blijkt niet zo te zijn. De overeenkomst tussen beide metingen is een kappa van 0,19. Voor wie niet met kappa’s werkt: da’s niet veel meer dan toeval. Meer dan de helft van de kinderen bij wie het prospectief was vastgelegd, meldt het later zelf niet. En meer dan de helft van de volwassenen die het wel melden, staat nergens in een dossier.

Dat is nog niet eens het interessante. Het interessante komt nu.

Als je kijkt welke meting samenhangt met psychisch lijden op latere leeftijd, dan wint de retrospectieve meting met grote afstand. Relatief risico van 2,14 tegen 1,27. Ofwel: het feit dat je het je herinnert en er woorden aan geeft, hangt veel sterker samen met hoe het met je gaat dan het feit dat het in een dossier stond.

Er zit dus iets in die zelfrapportage bovenop de gebeurtenis. Iets wat het dossier niet ziet.

Wat zit er in dat verschil

Als je het uitpakt, vind je vier dingen. Geen van vier gaat over de gebeurtenis zelf:

  1. Hoe je het op het moment zelf ervoer. Dacht je dat je dood zou gaan. Had je het gevoel dat je nergens meer heen kon. Ging je eruit, dissocieerde je, keek je van bovenaf naar jezelf. Die beleving voorspelt de uitkomst beter dan de objectieve ernst van wat er gebeurde.
  2. Wie je de schuld gaf. Zelfverwijt is een van de sterkste voorspellers van hoe het afloopt. Kinderen zijn daar ‘meesterlijk’ in, ze houden bijvoorbeeld liever van hun ouders en vinden zichzelf slecht, dan andersom.
  3. Wie het deed. Dezelfde handeling door iemand van wie je afhankelijk bent, doet iets heel anders dan door een vreemde. Verraad heeft een eigen anatomie.
  4. En dan het vierde, dat naar mijn idee het zwaarst weegt: wat er daarna gebeurde. Werd je geloofd. Was er iemand. Werd er iets gedaan. In een recente studie bleek dat mensen bij wie de mishandeling wel in het dossier stond maar die het zelf niet meldden, hun leven lang meer sociale steun rapporteerden en minder klachten hadden. Kun je geen grote conclusie aan verbinden, maar het wijst wel ergens naar.

Dit is nadrukkelijk niet “het zit tussen je oren”

Ik weet precies hoe dit misbruikt kan worden, dus laat ik het maar meteen zeggen. Als iemand hieruit concludeert dat trauma een kwestie van interpretatie is en dat je er anders naar moet leren kijken, dan heeft die persoon het volstrekt verkeerd begrepen.

De gebeurtenis doet er wel degelijk toe. Prospectief vastgelegde mishandeling voorspelt gewoon, alleen zwakker. En verwaarlozing, seksueel misbruik, fysiek geweld: die dingen hadden niet mogen gebeuren en de verantwoordelijkheid ligt bij degene die het deed. Punt.

Wat het onderzoek laat zien is iets anders. Namelijk dat de schade niet alleen wordt aangericht op het moment zelf, maar ook in alles wat erna kwam of juist niet kwam. En dat is nou net het deel waar we iets aan kunnen doen. Aan het verleden kunnen we niets veranderen. Aan hoe we vandaag reageren op iemand die iets vertelt, wel.

En dan de cijfers

Nog even over die getallen, want ik wil eerlijk zijn over wat ze wel en niet kunnen.

Op populatieniveau is trauma de grootste beïnvloedbare factor die we kennen voor psychisch lijden. Ergens tussen de 21 en 41 procent van veelvoorkomende psychische problemen is eraan toe te schrijven, en dan is er al gecorrigeerd voor genetische verwarring. Geen enkele andere factor komt in de buurt. Da’s een keihard public health-argument.

Maar op het niveau van de individuele mens werkt het niet. De befaamde ACE-score, dat lijstje waarop je tien vragen aankruist, voorspelt bij jou persoonlijk vrijwel niets. Er is geen onderbouwd afkappunt, er is geen behandeling die eraan gekoppeld is, en er is geen bewijs dat de baten opwegen tegen de lasten.

Dat is precies zoals het bij bloeddruk werkt. Op populatieniveau weten we heel goed wat zout doet. Bij jou aan tafel weten we het niet. Cardiologen hebben dat opgelost door beide dingen te doen: het zout uit het brood halen voor iedereen, en in de spreekkamer naar de hele mens kijken. Wij in de ggz hebben van die twee alleen het lijstje overgenomen.

Wat betekent dit voor de spreekkamer

De eerste diagnostische vraag blijft: wat is er gebeurd. Maar we moeten er drie bij zetten.

Wat deed het met je, toen. Wie was erbij, en wie niet. En: heb je het ooit aan iemand kunnen vertellen die het aankon.

Die derde vraag is de belangrijkste en de goedkoopste. Er is geen specialist voor nodig. Geloofd worden bij de huisarts, aan de balie, op de spoedeisende hulp, door een ervaringsdeskundige in een herstelgroep: dat is zelf een werkzame factor. Social holding heet dat met een moeilijk woord. We hebben allemaal een ander mens nodig die ons vasthoudt.

En voor de mensen die dit lezen en zichzelf herkennen: je zit niet vast aan je score. Dat lijstje van tien vragen zegt iets over de populatie waarin jij toevallig zit, en bijna niets over jou. Wat er met jou gebeurde is niet jouw schuld, en wat je ermee kunt is niet vastgelegd. Recontextualiseren noemen wij dat: de ervaring terugplaatsen in het verhaal waar ze hoort. Niet wegpoetsen, niet medicaliseren. Een plek geven.

Werk aan de winkel

We hebben in de ggz jarenlang gedacht dat trauma-aanpak betekent: uitvragen, scoren, doorverwijzen. Dat is de fixlogica, en die loopt vast op wachtlijsten die er nooit gaan zijn.

Het alternatief is minder spectaculair en veel effectiever. Zorg dat iemand die iets vertelt, goed beantwoord wordt. Overal, door iedereen, ook zonder protocol. Dat is geen zachte randvoorwaarde van de behandeling. Dat is de behandeling, of in elk geval het deel ervan dat we op grote schaal kunnen leveren.

De vraag is niet of we dit gaan doen. De vraag is wanneer.


Meer lezen van Jim van Os?

Meer lezen over de betekenis van trauma?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Verder lezen over goede zorg en GGZ?

Onderstaande boeken zijn geschreven door hoogleraar Jim van Os. In deze eerlijke boeken lees je meer over psychose, trauma, de nieuwe GGZ, herstel en veel meer.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *