Main content

Wat gebeurt er met je als je te horen krijgt dat je twee jaar op een wachtlijst moet staan om hulp te krijgen voor je psychische problemen? Hoe ga je verder? Geeske vertelt hoe het haar verging. “Ik ben toch meer dan een paar diagnoses?”

“Hoelang sta ik nu eigenlijk op die wachtlijst van het TRTC?” vroeg ik mijn partner afgelopen week. Een moment sloeg hij aan het rekenen. “Twee jaar en acht maanden”, luidde het korte antwoord.

< Het Top Referent Trauma Centrum (TRTC) is gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van complexe en ernstige traumaklachten. Het TRTC behandelt volwassen mannen en vrouwen die op jonge leeftijd ernstig en langdurig getraumatiseerd zijn in situaties en relaties.>

Mijn gedachten gaan terug in de tijd naar het moment dat ik op de wachtlijst van een TRTC geplaatst werd

Dat begon met een second opinion. (Wachttijd: 6 maanden plus daarna 12 maanden doorlooptijd). Na het eindgesprek van deze second opinion kreeg ik te horen dat ze mijn problemen ernstig vonden. Ik kreeg er, naast mijn bestaande diagnose, twee ‘nieuwe’ tijdelijke diagnoses bij. Ze wilden op een later moment verder in kaart brengen wat mijn precieze diagnoses zijn.

Mijn nerveuze piepjonge behandelaar vertelde me vervolgens dat ze een hele lange wachtlijst hebben, maar dat er buiten de deur gelukkig legio behandelaren zijn die ‘mensen zoals ik’ (in dit geval doelend op mensen met CPTSS en/of DSNAO of DIS) heel graag verwelkomen in hun vrijgevestigde praktijken. Ik hoefde alleen maar ergens heen te bellen en dan kon ik vrijwel altijd wel direct ergens terecht voor de psychologische zorg die ik nodig had.

Gelukkig was ik goed ingelicht over de werkelijke situatie en wist ik dat wat ik hoorde niet de waarheid was. Het feit dat ze me niet de waarheid vertelde over de beschikbaarheid van zorg raakte me. Ter plekke concludeerde ik dan al snel dat de psychologe me met onjuiste informatie lekker makkelijk en gedwee het gesprek uit wilde sturen. Ik verwoordde dat gevoel, terwijl ik ook flink geïrriteerd was over de uitgesproken onwaarheden. “Ik vind het allemaal ook heel vervelend” zei ze uiteindelijk. Een eerlijk antwoord klaart de lucht.

Wat moet het lastig zijn om je patiënten steeds weer te moeten vertellen dat ze nergens terecht kunnen voor de zorg die ze nodig hebben. Dat gaat je als hulpverlener natuurlijk niet in de koude kleren zitten

Ik ontvang enkele weken later een brief. Gezien mijn nogal mondige presentatie bij het eindgesprek ben ik nog niet op de wachtlijst geplaatst staat erin geschreven. Ik moet eerst een verplicht gesprek met de jonge psychologe en haar leidinggevende voeren voor ik op de wachtlijst geplaatst mag worden. Dat gesprek blijkt gelukkig een open en eerlijk gesprek te zijn. Dat voelt goed.

Ik mag op de wachtlijst; de verwachte lengte is op dat moment ‘meer dan twee jaar’

En dan sta je met lege handen op een wachtlijst… Ik heb het ‘geluk’ dat ik, voor de bipolaire stoornis die ik heb, al bij een fijn team loop met een kundige psychiater met wie het klikt. Ik heb dus achtervang voor als ik zou ontregelen. Dat is een luxe.

Ik schakel mijn zorgverzekering in om een passende hulpverlener te zoeken voor de CPTSS en de dissociatieve stoornis. Die blijkt helaas niet te bestaan. Ik zoek in de gemeentegids, ik zoek vele uren op het internet naar zorgverleners die het mogelijk met mij aandurven. Uiteindelijk maak ik een lijst met praktijken (binnen een straal van 100 kilometer, anders blijft mijn lijstje leeg). Ik vraag bij lotgenoten, ik vraag mijn omgeving, ik vraag andere instellingen…. Het levert maar verbijsterend weinig potentiële behandelaren op.

Ik besluit te bellen met de eerste hulpverlener op mijn korte lijstje

Het betreft een ervaren mevrouw die haar praktijk op zo’n 70 kilometer van mijn huis heeft. Op papier pas ik perfect binnen haar praktijk. Ik krijg haar al vlot aan de lijn, ze klinkt vriendelijk. Ze schrikt duidelijk wanneer ze mijn diagnoses uitvraagt. De toon schiet abrupt van hartelijk naar zeer afstandelijk. “Maar jij moet bij een TRTC behandeld worden!” zegt ze me ferm. Ik leg haar keurig uit dat ik al op de wachtlijst sta, maar dat die wachtlijst de twee jaar inmiddels overschreven heeft. Ik zoek een tussenoplossing voor die twee jaar. Ze haalt nog eens diep adem, vindt het duidelijk moeilijk. Ze kan me niet helpen verzucht ze dan. Daarmee eindigt het gesprek abrupt.

Mijn volgende pogingen verlopen vergelijkbaar. Dat geeft mij spanning. Ik voel me er ontzettend ongewenst door. Ik concludeer dat rondbellen voor hulp voor mij niet handig is. En ik word steeds al direct op mijn diagnoses afgeschreven, nog voordat ik mijn keurig voorbereide, bondige verhaal heb kunnen vertellen.

Ik ben toch wel meer dan een paar diagnoses?

Dan stap ik over op de mail om hulp te zoeken. Ik schrijf een keurig verhaal -dat op een A4-tje past- met daarin een kort verhaal over wie ik ben, met mijn verhaal en mijn achtergrond in een notendop uitgewerkt. Vervolgens stuur ik dat naar een ervaren hulpverlener, hij heeft zijn praktijk op ‘slechts’ 35 kilometer afstand van mijn woning. Ik vermeld ook de frustratie over mijn voorgaande afwijzingen en vraag me daarin af waarom ik -ogenschijnlijk- niet meer ben dan de diagnoses die ik daarna keurig in de brief vermeld. Dan heb ik geluk. Ik krijg al heel snel een uitnodiging om langs te komen. Het klikt. We starten een behandeltraject.

Ondertussen sta ik na twee jaar en acht maanden nog steeds op de wachtlijst van het TRTC

Ik boek ondertussen goede resultaten bij mijn vrijgevestigde psychotherapeut. Wat als een gewone overbruggingssetting begon, is een fijne, menselijke samenwerking geworden. Eén ding is me ook duidelijk; ik ga deze praktijk niet verlaten voor een traject bij het TRTC.

Soms vraag ik me af waarom ik me niet gewoon laat uitschrijven bij dat ene TRTC. Want dat ik mijn plekje aan de volgende persoon op de wachtlijst ga geven is me inmiddels wel duidelijk.

Ik heb -toen ik een jaar op deze wachtlijst stond- éénmaal laten controleren of ik niet van de wachtlijst af was gevallen. Ik stond toen nog keurig op de wachtlijst.

Waarom sta ik nog steeds op die wachtlijst?

Ben ik misschien gewoon nieuwsgierig hoe lang die wachtlijst is? Of ben ik aan het afwachten tot het moment waarop zal blijken dat ze me helemaal vergeten zijn? Of ben ik hulp achter de hand aan het houden voor het geval er elders door een calamiteit hulp wegvalt?

Een ding is in ieder geval wel duidelijk: Ik heb die wachtlijst eigenlijk niet meer nodig. Ik heb -in zo’n twee jaar en acht maanden tijd- een goed leven opgebouwd naast de wachtlijst.


Geeske Roorda is webredacteur voor PsychoseNet. Ook schrijft ze regelmatig over haar zoektocht naar goede hulpverlening en het goed zorgen voor zichzelf. Lees hier Geeske haar andere blogs. 

 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Hoi Geeske,

    Een tip, leg in het vervolg termen als CPTSS (wat blijkbaar een soort van post traumatische stress is na langdurig traumatische ervaringen) ook effe kort uit in je tekst.

    Nog veel goeie moed en bedankt voor je artikel.

  2. Het is een veelvoorkomend verschijnsel:
    Het totale ggz-budget wordt voornamelijk gebruikt voor zeer lichte gevallen (die eigenlijk geen behandeling nodig hebben, een luisterend oor is vaak voldoende) en de middelzware cliënten. Hierdoor is er voor de ernstige situaties geen tijd noch budget en laat men een onervaren kracht de ‘wacht’ – boodschap brengen tot frustratie van beide partijen…. Wel is zorgverzekeringstechnisch elk gesprek declarabel….. Bewust verspilling van budget, opdat dit gehandhaafd wordt voor het volgende jaar..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *