Veel gezochte termen

Psychosenet blog

Tips voor stigma en zelfstigma

Alexander Middeljans schrijft over stigma en deelt vanuit eigen ervaring tips voor stigma en zelfstigma die jou misschien ook kunnen helpen.
Fotocredits: Pixabay; AberrantRealities

Stigma kan diep ingrijpen in iemands leven. Het gaat niet alleen om reacties van anderen, maar ook om schaamte, schuldgevoel en zelfstigma. Alexander Middeljans schrijft over dit onderwerp en deelt vanuit eigen ervaring ook tips over stigma en zelfstigma.

Ontstaan van stigma

Voor zover ik het heb ervaren, ontstaat stigma deels uit menselijke reflexen. Mensen maken snel onderscheid tussen wat vertrouwd is en wat als vreemd of bedreigend wordt ervaren. Gedrag dat onvoorspelbaar kan overkomen, zoals tijdens een psychotische ontregeling, wordt soms ten onrechte met gevaar geassocieerd. Ook groepsdenken, stereotypen en media versterken dit beeld: wie afwijkt van de norm, kan sneller buitengesloten worden.

In mijn leven werd stigma voelbaar door ervaringen met psychosegevoeligheid, de diagnose schizofrenie, religieuze wanen, schaamte en schuldgevoel. Vooroordelen, roddels, buitensluiting en niet serieus genomen worden versterken het gevoel dat je niet meer volledig meetelt. Ik kreeg last van zelfstigma met als gevolg: afwijzing verwachten, minder vertrouwen hebben in jezelf en jezelf terugtrekken uit contact met anderen.

Herstel en participatie

Voor sommige mensen heeft stigma merkbare gevolgen voor herstel en participatie. Een belangrijk gevolg is het zogenoemde why try-effect: het gevoel dat proberen geen zin heeft, omdat afwijzing toch verwacht wordt of succes onhaalbaar lijkt. Dit kan motivatie voor werk, opleiding, relaties en maatschappelijke deelname ondermijnen. Stigma wordt dan een extra last boven op de psychische klachten zelf en raakt ook hoop, eigenwaarde en identiteit.

Stigma binnen de ggz

Ook binnen de ggz kan stigma voorkomen. Sommige cliënten ervaren een afstandelijke of betuttelende houding, negatief taalgebruik, behandelpessimisme of te veel nadruk op beperkingen en risico’s. Wanneer iemand het gevoel krijgt vooral als diagnose te worden gezien, kan dat bijdragen aan een wij-zij-kloof tussen hulpverlener en cliënt.

Daarom kan, denk ik, het normaliseren van psychische problemen, voorzichtig omgaan met labels, gezamenlijke besluitvorming en herstelgericht werken stigma verminderen. De houding van hulpverleners maakt verschil: wie cliënten benadert vanuit mogelijkheden, samenwerking en menselijkheid, draagt bij aan herstel in plaats van uitsluiting. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat dit nu nog niet gebeurt binnen de ggz. De beste hulpverleners in mijn herstelproces werkten vanuit gelijkwaardigheid en vanuit hun hart, en dat voel je in het contact. Je merkt meteen wanneer iemand een rol speelt en niet authentiek is, dit werkte niet voor mij.

Wat kan helpen tegen stigma en zelfstigma?

Herstel gaat niet alleen over het verminderen van klachten, maar ook over identiteit, zelfbeeld en opnieuw kunnen deelnemen aan de samenleving. Werk, opleiding, sociale rollen, erkenning en verbinding spelen voor veel mensen een rol in hun herstel. Participatie is daarmee meer dan alleen een bijzaak en vormt voor veel mensen een belangrijk onderdeel van herstel.

Bij zelfstigma kunnen verschillende benaderingen helpend zijn, zoals ACT, CGT, HOP, zelfbeeldtraining en gesprekken met ervaringsdeskundigen. Voor sommige mensen helpt het bijvoorbeeld om negatieve overtuigingen te leren herkennen, milder naar jezelf te kijken en opnieuw zicht te krijgen op je mogelijkheden. Ook zelfcompassie, succeservaringen, lotgenotencontact en professionele steun kunnen daarbij veel betekenen. Daarbij hoort voor sommige mensen ook het terugnemen van meer regie over hun eigen geluk en zelfvertrouwen. Minder leven vanuit de goedkeuring van anderen betekent daarbij niet dat je asociaal of ongevoelig wordt. Het kan juist ruimte geven voor autonomie, zelfacceptatie en gezonde zelfzorg.

De angst voor het oordeel van anderen is heel menselijk en komt bij veel mensen voor. De behoefte om bij een groep te horen, maakt dat afwijzing sterk kan binnenkomen. Wanneer je zelfbeeld kwetsbaar is, wordt bevestiging van buitenaf soms extra belangrijk. Ook vullen we regelmatig voor anderen in wat zij zouden denken, terwijl die gedachten niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid. In de praktijk zijn mensen bovendien vaak vooral bezig met hun eigen leven.

Meer vrijheid ontstaat soms door kleine stappen. Denk bijvoorbeeld aan je grenzen aangeven zonder je steeds te verantwoorden, jezelf afvragen wat er werkelijk gebeurt als iemand je niet begrijpt en gedachten over afwijzing leren opmerken zonder er direct naar te handelen. Zo hoeft ‘schijt hebben aan wat een ander vindt’ geen harde houding te betekenen, maar kan het ook een oefening zijn in innerlijke stevigheid: leven vanuit eigen waarden in plaats van voortdurend op zoek te zijn naar de goedkeuring van anderen. Deze houding heeft mij erg geholpen. Wanneer iemand je stigmatiseert en afwijst, moet je denken: ‘Wie denk jij wel dat je bent? Jij bent niet meer waard en jij bepaalt niet dat ik minder waard ben dan mij.’

Openheid, taal en labels

Openheid over psychische kwetsbaarheid blijft een persoonlijk dilemma. Het delen van je verhaal brengt soms begrip, steun en bewustwording, maar ook afwijzing of vooroordelen. Daarom is het belangrijk dat mensen zelf kunnen bepalen wanneer, waar en met wie zij hun verhaal delen. Contact met ervaringsdeskundigen is hierin voor sommige mensen waardevol, omdat het psychische kwetsbaarheid menselijker maakt en helpt om stereotypen te doorbreken.

Ook taal heeft invloed op stigma. Diagnostische labels kunnen nuttig zijn, maar kunnen reducerend werken wanneer iemand vooral nog het gevoel heeft als een stoornis te worden gezien. Termen als ‘schizofrenie’ kunnen beladen zijn. In de samenleving bestaan bijvoorbeeld beelden waarin schizofrenie wordt gekoppeld aan gevaar of blijvende problemen. Herstelgerichte taal, zoals spreken over psychosegevoeligheid, zou meer ruimte voor nuance, betekenis en perspectief kunnen bieden.

Stigma rond psychische kwetsbaarheid is complex en persoonlijk. Het kan onder meer samenhangen met reflexen, angst voor het onbekende, stereotiepe beeldvorming en maatschappelijke normen. De gevolgen daarvan zijn soms groot: mensen voelen zich buitengesloten, krijgen minder kansen, gaan zichzelf afwijzen of verliezen het vertrouwen in herstel. Tegelijkertijd is stigma niet onveranderlijk. Kennis, ontmoeting, herstelgericht werken, zorgvuldige taal en ruimte voor ervaringsdeskundigheid dragen bij aan destigmatisering.

Daarnaast vraagt herstel voor sommige mensen om meer innerlijke vrijheid: minder afhankelijk zijn van wat anderen denken en opnieuw leren vertrouwen op eigen waarden, grenzen en mogelijkheden. Een mens is meer dan een diagnose of label. Wie psychisch kwetsbaar is, blijft in de eerste plaats een mens met verlangens, relaties en recht op volwaardige deelname. Wanneer samenleving, zorg, taal én zelfvertrouwen daarvoor ruimte krijgen, ontstaat er meer ruimte voor herstel, verbinding en waardigheid.

Alexander Middeljans


Meer lezen over tips voor stigma en zelfstigma?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Ken je de mini-College’s van PsychoseNet al?

Bekijk PsychoseNet college’s van Jim van Os over zorg en herstel, van depressie tot psychose.

Mini-college: Wat is het ecosysteem mentale gezondheid (GEM)
previous arrow
next arrow

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *