Main content

Joep blikt terug op zijn psychiatrisch verleden. Daarbij onderscheidt hij de essentiële verschillen in de benadering naar de patiënt van toen en nu. Hij vertelt over zijn zoektocht en deelt zijn inzichten in deze blog.

Ik heb met veel plezier het nieuwe boek van Floortje Scheepers ‘Mensen zijn ingewikkeld‘ gelezen. ‘Mensen zijn adaptieve, complexe wezens die, als zij ontregelen, in verbinding met de ander tot herstel kunnen komen – ook als we de oorzaak van de ontregeling nooit helemaal kunnen doorgronden. Als we de complexiteit van het leven beter leren accepteren en de dialoog aangaan om elkaar beter te begrijpen, kunnen we elkaar ook beter helpen’. Deze begeleidende tekst (op de achterflap) is mij uit het hart gegrepen.

Ook voel ik me erg aangesproken door de visie van Jim van Os, zoals hij deze beschrijft in zijn boek ‘Persoonlijke diagnostiek in een nieuwe GGZ

Weg van de standaardlijstjes. 100% aandacht voor de patiënt. Een participerende patiënt die zijn eigen diagnostische data verzamelt en inbrengt in de dialoog met zijn behandelaar. Voor mij komen deze nieuwe inzichten te laat. Ik heb mijn carrière als patiënt in de psychiatrie na een moeizame worsteling van ruim 40 jaar per 1 januari 2020 beëindigd.

Ik heb zo’n 15 tot 20 psychoses doorgemaakt, waarvan drie met een langdurig (4 tot 5 maanden) verblijf op een PAAZ

De eerste keer was in 1978, na een voorafgaande intensieve periode in mijn leven. Ik werd door deze psychose, die plaatshad nadat ik was opgenomen op de PAAZ, volkomen verrast. De kwalificatie ‘angstpsychose’ die hieraan werd toegekend en de herinnering aan mijn opsluiting in een isoleercel, hebben me nog jarenlang achtervolgd. Later hoorde ik van mijn toenmalige psychiater dat er onderliggend sprake was van ‘overspannenheid’ – een term die inmiddels uit het psychiatrisch vocabulaire verdwenen is. Deze psychose heeft me destijds wel mijn baan gekost, met alle persoonlijke problemen van dien.

Mijn tweede ernstige psychose was in 1987

Dit keer was de directe aanleiding een nabloeding volgend op een poliklinische operatieve ingreep. Voorafgaande daaraan had ik een slepend conflict binnen mijn werksituatie. Deze psychose werd gekwalificeerd als een ‘borderline psychose’, met als onderliggende oorzaak een zgn. ‘surmenagesyndroom’ (een overmatige vermoeidheid na langdurige geestelijke inspanning). Ook een vorm van overspannenheid dus. Deze psychose bleek later een onherstelbare breuk in mijn huwelijk.

De derde ernstige psychose vond plaats in 1995

Volgens de toenmalige behandelend psychiater was hierbij sprake van ‘paranoïde’, gevolgd door een ‘vitale depressie’. Uiteindelijk luidde het oordeel: een ‘bipolaire I-stoornis’. En daarmee kwam ik terecht in de werkingssfeer van de DSM. De deur naar mijn verleden werd gesloten en als therapie werd mij psycho-educatie voorgeschreven, ondersteund met als medicatie lithium. Deze psychose betekende het definitieve einde van mijn huwelijk, voor de tweede keer het verlies van mijn baan en een 100% arbeidsongeschiktheid. Zoals bij veel psychiatrisch patiënten vormde deze diagnose in eerste instantie een opluchting voor me.

Er was nu tenminste een verklaring voor de ingrijpende gebeurtenissen die mij de afgelopen waren waren overkomen

Ik werd lid van de Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (VMDB, tegenwoordig PlusMinus) en ging me verdiepen in allerlei literatuur over de bipolaire stoornis. Geleidelijk aan werd me echter duidelijk dat ik hiermee niet verder kwam.
Wat mij wel verder bracht was de opleiding Psychosynthese met de hieraan gekoppelde leertherapie, waarmee ik in 2008 startte. Door deze opleiding begon ik langzamerhand een echt contact met mezelf te ervaren. De leertherapie (die uiteindelijk vier jaar heeft geduurd) opende opnieuw de deur naar mijn verleden. Daarbij werd duidelijk dat ik in mijn vroegere jeugd tenminste twee ernstige trauma’s had opgelopen, waaronder een bijna-doodervaring. Het was hard werken, maar geleidelijk aan slaagde ik erin mezelf te hervinden.

Aanvankelijk nog enigszins wankel, maar later met steeds meer overtuigingskracht

Wat me daarbij zonder twijfel geholpen heeft, is dat ik na enkele jaren een nieuwe vriendin ontmoette. Ik heb nog steeds een liefdevolle en stabiele relatie met haar. Wat mij in deze fase ook erg heeft geholpen, was de inspiratie die ik vond in het gedachtegoed van Viktor Frankl. Ik heb Frankl eerder in mijn leven persoonlijk ontmoet en ik ben sindsdien erg geïnspireerd door zijn inzichten vanuit logotherapie en de daaraan ten grondslag liggende mensvisie. Ik heb in de loop der jaren veel psychiaters ontmoet als behandelaar; ik denk zeker wel 10 of 11. Voor mij was Viktor Frankl op de achtergrond daarbij steeds aanwezig als een soort ‘twaalfde man’.

In 2018 ben ik gestopt met het gebruik van lithium

Ironisch genoeg niet op intrinsieke gronden, maar omdat uit mijn regelmatige bloedonderzoeken was gebleken dat ik een schade aan mijn nieren had opgelopen; een bekende bijwerking van lithium. Per 1 januari 2020 sta ik niet langer geregistreerd als psychiatrisch patiënt.

De laatste tien jaar heb ik me ingezet voor verschillende vrijwilligersorganisaties, waaronder Humanitas, VrijwilligersPunt, Vluchtelingenwerk en sinds enkele jaren ‘Inloophuis de Eik‘ voor mensen met kanker en hun naasten. Ik verzorg hier onder meer een maandelijks filosofisch café en ik faciliteer het dialoogspel ‘Tussen Zon en Maan’. Ik voel me in de wereld van het vrijwilligerswerk langzamerhand steeds meer thuis.

De vraag is wat er gebeurd zou zijn als ik bij mijn eerste psychose in 1978 een psychiater zoals Jim van Os zou hebben ontmoet

Dat is natuurlijk geen realistische vraag. Voor degenen die vandaag de dag met vergelijkbare problemen worden geconfronteerd als ik in mijn leven, ben ik wel blij dat er mensen zoals Floortje Scheepers en Jim van Os zijn. Ik hoop en verwacht dat de narigheid die ik heb ervaren hen tenminste bespaard blijft.


Joep Wijsbek is 71 jaar, op dit moment als vrijwilliger werkzaam bij ‘Inloophuis de Eik’ voor mensen met kanker en hun naasten. Ruim 20 jaar ervaring in het vrijwilligerswerk, onder andere bij Humanitas, VrijwilligersPunt en Vluchtelingenwerk. Daarvoor ruim 25 jaar ervaring in het bedrijfsleven.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Hallo Joep,
    Indrukwekkend verhaal! Het aantal psychoses zoals je het noemt, is bizar natuurlijk. Wat een intense dreunen moet jouw systeem te verduren hebben gehad! Een inzicht dat matcht met hetgeen Jim van Os voorstelt, las ik in het boek ‘Trauma Ueberwinden’ van Christian Schopper. Hij wil de autonomie van de patiënt bewaren, door de behandelaar ‘bijrijder’ te noemen. Het begrip ‘trauma’, ook in Duitsland binnen de psychiatrie, is nog helemaal niet zo oud. Echter anders dan in NL, wemelt het daar inmiddels (kennelijk) van de traumacentra. Gezien het feit, dat WOII ook daar vele verwoestingen in het zielenleven van mensen heeft veroorzaakt, eigenaardig toch? Ik denk dat vandaag een volksbeweging als ‘Black Lives Matter’ ook binnen dat wat je ‘psychiatrie’ noemt (want wat dat precies voorstelt begrijp ik nog steeds niet) kan openbreken, indien steeds meer patiënten het heft in eigen handen nemen. Want nu is het (voor mij) nog steeds zo, dat je als patiënt voor een enorm woud staat, en een gids nodig hebt. Deze gids echter is een tricky gegeven, misschien nog verwarrender dan het woud zelf. Zo ontdekte ik door eigen onderzoek na jaren pas, dat trauma alleen toegankelijk is via lichaamsgeorienteerde therapie – anders is het geen trauma-therapie. En in doorsnee biedt de GGZ alleen praten en pillen, als klein voorbeeldje. Daarom vind ik het begrip ‘bijrijder’ zo ontzettend leuk. Jijzelf houdt het stuur in handen, al ben je dat op het moment van crisis even kwijt. Alles wat van buiten komt, blijft immers een ‘Fremd-Wille’ – het grijpt in, in je grootste goed: je vrijheid! Ik denk dat er therapeuten bestaan, die deze rol als bijrijder kunnen vervullen. Dan hebben ze echter, (denk ik) in zichzelf een diepe wijsheid ontwikkeld over het raadsel mens. En achten ze zijn grootste goed: zijn vrijheid. Nou ja… beetje euforisch idealistisch uitgedrukt. Maar die therapeuten, die in het waanbeeld leven dat zij ingewijd zijn in het enig mogelijke inzicht over ‘ziektebeelden’ – vanuit een hersen biologisch en materialistisch perspectief meestal – of gewoon bla bla bla nagepraat vanuit hun colleges/collega’s / DSM enz. : zij mogen wat mij betreft niet worden uitgenodigd als bijrijder. 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *