Het debat over de ggz gaat bijna altijd over geld. Te weinig budget, te weinig behandelaren, te weinig plekken. En als er wel geld is, klinkt de klacht dat het weglekt naar andere potjes. Ik snap die zorg. Middelen voor mensen met psychische zorgbehoeften moeten niet verdampen in algemene begrotingen. Maar de vraag onder de vraag is interessanter: hebben we een tekortprobleem, of een ontwerpprobleem?
Even de cijfers. De uitgaven aan ggz binnen de zorgverzekeringswet stegen in 2024 naar 5,8 miljard euro. Het hoogste niveau ooit. Daartegenover: rond de honderdduizend mensen op een wachtlijst. Meer geld dan ooit, langere wachtlijsten dan ooit. Als geld het antwoord was, hadden we de oplossing nu wel gezien.
Dweilen met de kraan open

Wat is er dan aan de hand? Ik denk dit: we hebben behandelen en leven van elkaar losgeknipt. Het systeem betaalt voor sessies in een kamertje, gericht op symptoomreductie. Eens in de twee weken drie kwartier therapie. Prima, kan helpen. Maar wat doe je de andere 335 uur van die twee weken? Daar, in dat leven, gebeurt het herstel. Of gebeurt het niet.
Wie langdurig psychisch lijdt, heeft zelden als hoofdvraag: hoe krijg ik mijn score op een symptomenlijst omlaag? De hoofdvraag is: hoe geef ik mijn leven vorm, met deze gevoeligheden en met deze talenten? Hoe woon ik, hoe werk ik, hoe hoor ik ergens bij, wat betekent dit allemaal? Die vragen zijn geen bijzaak naast de behandeling. De behandeling hoort die vragen te dienen.
En dan de vergelijking die ik vaker maak. De cardioloog boekte spectaculaire gezondheidswinst, niet in de spreekkamer maar in het leven van mensen: bewegen, niet roken, anders eten, bloeddruk in de gaten houden. Public health, op populatieniveau. Wij in de ggz doen het omgekeerde: wij wachten tot iemand vastloopt, zetten die persoon op een wachtlijst en bieden dan een protocol aan. Dweilen met de kraan open.
Samenwerken in het echte leven
Het gevolg van die knip tussen behandelen en leven is een spiraal die je bij veel mensen ziet. Je komt binnen met een levensprobleem, je krijgt een diagnose en een behandeling, de behandeling richt zich op symptomen, het leven blijft ondertussen liggen, de symptomen komen terug, je krijgt meer behandeling. Afhankelijkheid groeit, demoralisatie groeit, en niemand heeft iets verkeerd gedaan. Het ontwerp doet dit, niet de mensen.
Betekent dit dat we geen experts nodig hebben? Integendeel. We hebben ze harder nodig dan ooit. Maar dan wel met hun poten in de klei van het echte leven. Een psychiater die meedenkt over medicatie als onderdeel van een plan om weer te kunnen werken. Een psycholoog die traumabehandeling koppelt aan het netwerk om iemand heen. Een sociaal werker, een ervaringsdeskundige en een behandelaar die elkaar kennen en samen rond een persoon staan. Expertise die bijdraagt aan het vormgeven van een leven, niet expertise die een kaartje afwerkt in een behandelkamer.
Een ecosysteem bouwen rondom herstel
Zo’n zorg bestaat niet vanzelf. Die moet je bouwen. Dat proberen we sinds 2022 in een aantal proefregio’s van GEM, het ecosysteem mentale gezondheid. Het idee: je keert de bestaande ggz niet binnenstebuiten, je bouwt er een ecosysteem omheen waarin het herstelwerk gebeurt. Herstelacademies, zelfregiecentra, lotgenotengroepen, sociaal werk, ervaringsdeskundige peer-support, online platforms als gelijkwaardige bouwstenen, met een ggz die flexibel en consultatief meedoet. Sociaal, existentieel en medisch werken daar niet naast elkaar maar met elkaar. Social holding als werkwijze: mensen die je vasthouden terwijl jij experimenteert met je leven.
Waarom gaat dit zo langzaam?
Omdat het geld in silo’s zit en het denken ook. De zorgverzekeraar betaalt behandelen, de gemeente betaalt meedoen, en die twee geldstromen kennen elkaar nauwelijks. Iedereen verdedigt zijn eigen schot. Dus ja, houd de middelen bij de mensen om wie het gaat. Maar de echte winst zit niet in meer geld in dezelfde silo. De winst zit in geld dat het leven volgt in plaats van de diagnose.
Dit is volgens mij de grote opgave van de komende decennia: krijgen we een zorg die over het leven gaat, waarin experts bijdragen voor zover dat mensen helpt hun leven vorm te geven? Het antwoord vind je niet in een nota. Het antwoord vind je in regio’s waar burgers, gemeenten, ggz en ervaringsdeskundigen het samen gaan doen, en waar we meten wat het oplevert. Geef die regio’s de ruimte, de tijd en de ontschotte financiering. Werk aan de winkel.
Meer lezen van Jim van Os?
Meer lezen over GEM?
- Samenwerken met GEM – Info van PsychoseNet
- Alles over GEM (Ecosysteem Mentale Gezondheid) – Info van PsychoseNet
- De Nieuwe GGZ – Meer info over De Nieuwe GGZ
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Ken je de mini-College’s van PsychoseNet al?
Bekijk PsychoseNet college’s van Jim van Os over zorg en herstel, van depressie tot psychose.






8 reacties op “Is er te weinig geld in de GGZ?”
Hoi Jim,
Dit artikel uit Apache toont wat er fout is met ons zorgmodel:
De antidepressiva-val: medicatie als smeerolie van een overbelaste samenleving
19 augustus 2026
door Lennert Van Campenhout
Elke maand slikken ruim 1 miljoen Nederlanders en 1,2 miljoen Belgen een antidepressivum. Wat ooit bedoeld was als een tijdelijk crisishulpmiddel, werd voor velen een levenslange metgezel. In het debat over medicatie klinken vaak dezelfde verklaringen: te lange wachtlijsten in de ggz en huisartsen onder tijdsdruk. Maar dat is slechts de oppervlakte.
Als we kijken naar de hardnekkigheid van dit dossier, moeten we durven analyseren wie er baat heeft bij de status quo. Het antwoord is pijnlijk: bijna iedereen, behalve de patiënt die probeert te stoppen.
Wat als deze medicatiecrisis niet alleen een medisch probleem is, maar ook een symptoom van een systeem dat functioneel afhankelijk is geworden van de pil?
De economische en politieke shortcut
Voor een overheid die worstelt met exploderende zorgkosten is een doosje generieke antidepressiva een zegen. Het kost de samenleving letterlijk een paar euro per maand. Zet dat af tegen de alternatieven: intensieve psychotherapie, langdurige traumaverwerking of de specialistische, trage begeleiding die nodig is om veilig af te bouwen. Dat kost duizenden euro’s per traject. In een zorgmodel waarin efficiëntie, betaalbaarheid en activering een prominente plaats innemen, is de economische aantrekkelijkheid van een goedkope medicamenteuze interventie evident.
Zolang we psychisch lijden medicaliseren, hoeven we als samenleving de echt moeilijke debatten niet te voeren.
Diezelfde efficiëntiedrang zien we in de spreekkamer. Een huisarts heeft exact vijftien minuten per patiënt. Binnen die tijdsklem is de deconstructie van een complex trauma, een burn-out of de neurobiologische dynamiek van een patiënt simpelweg onmogelijk. Een recept uitschrijven kan wel. De pil fungeert zo als een vorm van ‘chemische wachtverzachting’: het houdt patiënten stabiel genoeg om de maandenlange wachtlijsten in de ggz te overbruggen, waardoor het zorgsysteem niet acuut implodeert.
Ook politiek gezien is de pil een handige shortcut. Ze definieert een depressie of angststoornis als een individueel defect − een vermeend ‘chemisch tekort’ in het brein. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid volledig bij de burger gelegd: jij moet jezelf ‘fixen’ om weer productief te zijn op de arbeidsmarkt. Medicatie houdt mensen aan het werk. Een gestabiliseerde werknemer is economisch nuttig. Een langdurig zieke als gevolg van onthouding is duur.
Zolang we psychisch lijden medicaliseren, hoeven we als samenleving namelijk de echt moeilijke debatten niet te voeren. Debatten over de prestatiedruk, arbeidsomstandigheden, digitale overbelasting, de woningcrisis, financiële drempels en sociale isolatie blijven daardoor uit. Psychisch lijden ontstaat niet uitsluitend bij individuen, maar ook binnen sociale, economische en institutionele omstandigheden. Wanneer we dat lijden uitsluitend medicaliseren, bestaat het risico dat individuele behandeling de aandacht wegneemt van de omstandigheden die klachten veroorzaken en in stand houden.
De pil maskeert niet alleen de pijn van het individu, maar ook het falen van de structuur. Dit biomedische reductionisme is geen toeval; het weerspiegelt de kern van hoe het moderne zorgsysteem in de praktijk meestal is ingericht. Hoewel de sector op papier al decennia het biopsychosociale model aanhangt − waarin biologie, psychologie en sociale context gelijkwaardig zouden moeten zijn − blijft de biologische component in de realiteit dominant (genetica, epigenetica en neurotransmitters).
Beleidsmakers schuiven de combinatie van medicatie en psychotherapie vaak naar voren als de gouden standaard. In de praktijk is die combinatie echter niet voor iedereen probleemloos. Een deel van de patiënten ervaart bijwerkingen zoals emotionele afvlakking, verminderde motivatie of cognitieve klachten. Wanneer zulke effecten het vermogen om emoties te ervaren, reflecteren of actief aan therapie deel te nemen verminderen, kan psychotherapie moeilijker worden.
Zo ontstaat een ongemakkelijke paradox: een behandeling die bedoeld is om iemand stabiel genoeg te maken voor verdere therapie, kan voor sommige patiënten juist een extra obstakel vormen. Wanneer vervolgens onvoldoende wordt onderzocht of de medicatie zelf bijdraagt aan die problemen, bestaat het risico dat langdurig medicatiegebruik de standaardoplossing blijft.
De drie taboes van de medische wereld
Waarom komt de verandering dan niet van binnenuit? Waarom slaan artsen en psychologen niet massaal op de trom? Omdat dit dossier raakt aan drie diepe taboes die de identiteit van de medische wereld doen wankelen.
Het eerste taboe is dat van de zogeheten ‘iatrogene schade’: het ongemakkelijke feit dat helpers schade kunnen veroorzaken. Artsen worden gedreven door het principe ‘ten eerste niet schaden’. Erkennen dat een behandeling die jij te goeder trouw hebt voorgeschreven de patiënt op de lange termijn ernstig kan ontregelen, veroorzaakt een enorme cognitieve dissonantie. Het is psychologisch veiliger om de klachten van een patiënt te wijten aan diens ‘eigen psychische kwetsbaarheid’ dan aan het medicijn.
Elk symptoom krijgt een code, elke code krijgt een pil
Dit hangt direct samen met het tweede taboe: antidepressiva kunnen problemen veroorzaken die erger zijn dan het oorspronkelijke kwaad. Denk aan langdurige emotionele afvlakking, seksuele disfunctie of ernstige neurologische onrust. Als de remedie schadelijker blijkt dan de kwaal, wankelt het fundament van het hele voorschrijfmodel. De paradoxale reflex is vaak: de dosis verhogen of een tweede medicijn toevoegen, waarmee de schade juist wordt gemaskeerd en de afhankelijkheid vergroot. Hierdoor ontstaat een systeem waarin voorschrijfgedrag zichzelf kan bestendigen, zelfs wanneer de langetermijnuitkomsten onzeker zijn.
Met de DSM-bijbel in de rechterhand en het medicijnencompendium in de linkerhand, is het systeem sluitend gemaakt. Elk symptoom krijgt een code, elke code krijgt een pil. Wanneer de bijwerkingen toeslaan, creëert dit simpelweg een nieuwe diagnose en een nieuwe medicatiebehoefte. Zo maakt de behandelaar van de patiënt een chronische consument, en houdt het medische model zichzelf oneindig in stand.
Het derde en meest cruciale taboe is dat onthouding meestal geen psychologisch fenomeen is, maar een neurobiologisch syndroom. Jarenlang is patiënten die probeerden te stoppen verteld dat hun angst of somberheid ‘weer terugkwam’ − een bewijs dat ze de pil nog nodig hadden. Het probleem is niet dat iedere terugkeer van angst of depressie na stoppen eigenlijk een kwestie van onthouding zou zijn. Het probleem is dat we onvoldoende betrouwbaar kunnen onderscheiden wanneer klachten het gevolg zijn van onttrekking en wanneer sprake is van een nieuwe depressieve episode of terugval. Zolang de psychologie en de psychiatrie weigeren te erkennen dat het zenuwstelsel fysiek gewijzigd wordt door langdurig gebruik, blijven we afbouwklachten behandelen als een gebrek aan mentale veerkracht.
Hiermee creëert het systeem zijn eigen vicieuze cirkel. Medisch gezien is een depressie een tijdelijke crisis die in veruit de meeste gevallen na verloop van tijd spontaan of met psychologische steun uitdooft. Maar door de acute ontwenningsverschijnselen te diagnosticeren als een ‘terugval’, institutionaliseren we de ziekte. Wat een tijdelijke episode had moeten zijn, transformeren we zo eigenhandig in een chronische, levenslange aandoening.
Zelfs als het risico op herval klein is, horen patiënten in de spreekkamer vaak het paternalistische advies: “neem het voor de veiligheid maar gewoon door”. Dit argument van ‘veiligheid’ maskeert een diepe handelingsverlegenheid en een risicomijdende reflex: het permanent medicaliseren van een gezond leven is blijkbaar veiliger dan het aangaan van het onvoorspelbare afbouwproces. Het hulpmiddel creëert zo de permanentie die het claimt te bestrijden.
Kritische stemmen uit de medische en academische wereld zijn vandaag de dag schaars. Wie buiten de gebaande paden treedt, riskeert reputatieschade, het verlies van onderzoeksbudgetten of uitsluiting door vakgenoten. Deze censuur reikt bovendien verder dan de muren van de universiteit, ook het vinden van een uitgever om het grote publiek te bereiken is een enorme opgave. Gevestigde uitgeverijen deinzen vaak terug uit angst voor slepende, kostbare juridische procedures en imagoschade. Hierdoor blijft het debat gevangen achter de schermen, ver weg van het publieke oog.
Een markt zonder commercieel nut
Onderaan de keten bevindt zich de farmaceutische industrie. Zij hebben een stabiele, voorspelbare markt gecreëerd rondom chronisch gebruik. Er is voor hen simpelweg geen enkel commercieel nut bij het ontwikkelen of stimuleren van afbouwproducten zoals taperingstrips. Die innovatie is duur en levert minder klanten op.
Dit commerciële model blijft niet beperkt tot de farmaceutische industrie; ook binnen de academische en professionele wereld bestaan nauwe financiële en professionele relaties met de geneesmiddelenindustrie. Onderzoeksjournalisten en wetenschappers hebben herhaaldelijk gewezen op belangenconflicten rond onderzoek, advisering, lezingen en richtlijnontwikkeling. Toonaangevende academici die betrokken waren bij medische richtlijnen hadden in sommige gevallen financiële relaties met farmaceutische bedrijven. Dat hoeft op zichzelf geen bewijs van ongepaste beïnvloeding te zijn, maar het roept wel de vraag op hoe zulke belangen de onderzoeksagenda en medische besluitvorming kunnen beïnvloeden.
De farmaceutische industrie heeft geen enkel commercieel nut bij het ontwikkelen of stimuleren van afbouwproducten
Daarbij ontstaat mogelijk een academische blinde vlek. Een deel van het universitaire onderzoek wordt door de industrie gefinancierd, terwijl onderzoek naar de langetermijneffecten van chronisch gebruik, onttrekking en effectieve afbouw minder prominent lijkt. De vraag is dan niet alleen welke behandelingen werken, maar ook welk soort onderzoek binnen het huidige systeem de meeste financiering, publicaties en het meeste academische prestige oplevert. Zo kan een voorschrijfmodel wetenschappelijke legitimiteit behouden, terwijl alternatieve onderzoeksvragen minder aandacht krijgen.
Omdat patiënten in de ggz historisch gezien minder georganiseerd zijn in kapitaalkrachtige lobbygroepen − vaak ingegeven door het stigma dat nog altijd op psychische klachten rust − blijft de tegenwind gefragmenteerd. De media schromen bovendien vaak om té kritisch te berichten, uit de begrijpelijke angst dat patiënten hierdoor acuut en gevaarlijk gaan stoppen. Zo blijft het publieke narratief in stand: een pil herstelt een stofje, en die pil helpt ‘gewoon’.
Tijd voor deconstructie
We zitten vast in een institutionele patstelling. Geen enkele individuele arts of beleidsmaker is hier de schuldige, maar het netwerk van elkaar versterkende belangen houdt de status quo ijzersterk in stand.
Zolang we de discussie over antidepressiva beperken tot een logistiek probleem van ‘te weinig artsen’ of ‘betere richtlijnen’, lossen we niet veel op. We moeten durven inzien dat de medicaliseringsindustrie een politieke en economische functie vervult. Het is tijd dat onderzoeksjournalisten en critici dit systeem niet langer benaderen als een medische kwestie, maar als een maatschappelijk en structureel vraagstuk. Pas als we de taboes durven doorbreken en de perverse prikkels blootleggen, ontstaat er ruimte voor echte zorg: zorg die niet alleen helpt om te starten, maar die ook de moed heeft om samen af te bouwen.
Terwijl de medicaliseringsindustrie de winsten incasseert en beleidsmakers papieren richtlijnen schrijven, blijft er onderaan de streep maar één iemand achter in de kou. De patiënt: hij draagt de bijwerkingen, de onttrekkingsverschijnselen en de mislukte afbouw. Hij draagt de maatschappelijke gevolgen, de kosten van psychotherapie en de knagende onzekerheid. En als alles wegvalt, draagt hij de stilte. Een systeem dat de lasten individualiseert en de baten collectiviseert, vraagt niet om bijsturing, maar om een fundamentele herziening van zijn uitgangspunten.
Lennert Van Campenhout schrijft over de raakvlakken tussen psychiatrie, neurobiologie en maatschappij, en de spanning tussen individuele behandeling en de structuren waarbinnen psychisch lijden wordt opgevangen.
Hoi Jim, ik heb mij ondertussen wat ingelezen. In Noorwegen was er een prachtig project met 60 bedden medicatie vrij behandelen en afbouwen indien nodig. Waarom daar geen voorbeeld aan nemen? Wat is jou gevoel? De mensen die geen pillen (meer) namen in vergelijkingen met de groep die vermindert waren bleken beter te functioneren achteraf op alle vlakken zonder nog verder met de kliniek in aanraking te komen. Er was ook een andere locatie waarbij je kon binnenlopen tijdens het afbouwen samen met anderen voor een periode van zelfs 5 jaar en terug buitenlopen zonder diagnose en zonder medicatie! Wat een pracht van een project. Jammer genoeg is het project reeds gestopt omdat de regering geen overheidsgeld meer in een prive-initiatief wilde stoppen en het inloophuis ook. Verder vind ik het mind blowing dat er nergens ter wereld nog zo’n projecten bestaan. Tenzij iemand die dit leest hier nog van zo’n projecten af weet en wil reageren?
Verdere info over het project in Noorwegen vind je hier: https://www.madintheuk.com/2024/08/the-dying-of-the-light-norways-medication-free-services-for-psychotic-patients-are-fading-away/
Beste Jim,
Een mooi artikel en ik kan mij er zeker in vinden. Helaas klopt het dat de zorg in de ggz over het algemeen nogal gespitst is op het behandelen van een individueel probleem terwijl die client niet alleen dat probleem heeft maar ook stoeit met werk, de thuissituatie etcetera. Kortom verschillende rollen heeft in het dagelijks leven. Dat stopt niet na een therapeutisch gesprek van een uur.
Een ander item wat ik een beetje mis is de periode na de behandeling. Zelf heb ik een appgroep opgericht na de cyclus zingeving die we hadden gevolgd in de ggz. Regelmatig organiseren we iets leuks waar ieder vrijblijvend wel of niet aan kan meedoen. En het mooie is dat het enorm helpend is want we kunnen elkaar tot steun zijn als het even niet zo lekker gaat en daarnaast als groep gewoon leuke dingen beleven.
Tot slot valt het mij op dat er best wel cursussen etc zijn om na behandeling in ggz verder te werken aan je herstel maar dat dit niet gecommuniceerd wordt naar cliënten als zij de behandeling afronden. Echt jammer want door meer samen te werken voorkom je ook weer terugval en dat is positief voor zowel cliënt als ggz.
Vaak hoor ik hier taalvaardige mensen.
Snel begrip en snel praten. Kort en duidelijk.
Ze zijn erachter en hebben het gevonden.
Ik praat ook. Het is een deel van een schets.
Het moeilijkste. Het is niet makkelijk op te lossen en ook niet makkelijk te begrijpen voor mij niet in ieder geval.
Maar tenminste heb ik er alles aan gedaan om dat stukje schets te begrijpen. Langs alle kanten van mijn mogelijkheden te begrijpen en ook alles uitgeprobeerd om toch die moeilijke schets te maken.
Ik gleed uit. Het lukte niet.
Niet alleen dat. Ik raakte uitgeput. Had geen adem meer. Benauwd. Ze namen me die dag op. Het is zoooo gek.
Ik vertelde door mijn situatie te schetsen met eenvoudige woorden. Want zo ben ik.
Ik snap moeilijke woorden namelijk niet.
Niemand begreep het kennelijk of wel ?
Wel niemand vroeg hoe doe je het? Wat betekent dat voor jouw? Heb je gepraat of hulp gezocht?
Ja ik had gepraat, voorzichtig. Niemand kon er iets aan doen. Hulp gezocht ook. Kreeg medicatie en heel veel jaren later zag ik dat er in een brief toen allerlei namen waren geplaatst voor mij. Huh? Daar wist ik niets van! Maar die medicijnen zorgden er in ieder geval wel voor dat ik weer verder kon.
En zo ging de schets die het moeilijkste was op en neer, beter en slechter en telkens net meer slechter tot het slecht werd. Pauze. Uitrusten. Opgenomen. Ze vroegen niets.
Ze zeiden niets. Geen antwoorden. Medicatie hetzelfde. Het loste voor mij niets op! Er was maa1 oplossing zeiden ze. Scheur die moeilijke schets kapot en maak een nieuwe. Een andere. Hè. Een nieuwe? Een andere? Dat leek mij niet oké. Alles wordt beter als ik 1 deel van het geheel zou wegscheuren. Weg doen. Dan kwam er een gat. Dan werd er niets opgelost. Ook niet opgelost in zijn geheel..
35 jaar heb ook ik als een sportvrouw geleefd. Heb ik gewerkt, geoefend en opnieuw begonnen. Deed ik meer dan ik had aan talenten, rende ik harder dan ik kon. Brak er hier en daar wel iets. Sleet ik harder dan de jaren.
Heb ik nog steeds medicatie om het vol te houden. Nu mag ik wat meer zitten en heb een scootmobiel.
Ik weet. Geen mens weet alles. Ik ben altijd eerlijk geweest. Ik wist dat ik hulp nodig had.
Maar niemand vroeg wat ik nodig had of VERTELDE ME WAT ZE TE BIEDEN HADDEN.
Ze zagen het geheel niet. Ze keken er niet eens naar. Ze vroegen niets.
Maar dat we nu een nieuw ggz gaan krijgen.
Niet alleen geen geld maar overbelaste zorg werkers. Die de hoeveelheid werk niet aankan omdat er tevéél cliënten zijn èn de wachtlijsten zó groot.
En dan komt er een nieuwe GGZ die nóg meer gaat vragen van de zorgmedewerkers wat mooi is maar gezien de omstandigheden ; er komen niet genoeg zorgmedewerkers meer bij tot er komen geen zorgmedewerkers meer bij……
En dan. Wij cliënten kunnen herstellen.
Het valt heus mee. Joh een beetje anders denken wat bijschaven. Psychisch lijden is zwaar maar valt uiteindelijk best mee.
Ieder mens is immers ‘ anders ‘.
Alles in je lichaam kan wat mankeren.
Van makkelijk tot oei toch wel ingewikkeld tot ik moet u helaas mededelen dat wij niets meer voor u kunnen doen.
Zeggen jullie als nieuwe Ggz; luister maar bij mentale ziekten is dat niet zo. Dat zijn ook geen ziekten dat ligt anders.
Maar mentale ziekten brengen door de onbehandeling wel degelijk pijn en kapot en niet te behandelen met zich mee.
Dementsie. Ook chronisch mentaal lijden
heeft zijn grens.
Mentaal lijden wordt vermeden, krijgt andere namen. En valt buiten de sfeer van normaal als mensen gaan schelden, lelijke woorden gaan gebruiken, van zich afslaan.
En al noemen jullie alles onder 1 noemer. Het bestaat. En een verharde maatschappij waar zorgen voor elkaar not done is ervaar ik dat het- en zo niet langer kan- en dat iets het systeem te hulp komt om degenen die toch zorgwerkers willen willen worden en geleerd hebben dat te dichtbij komen niet goed voor je is. Ga dan de totale maatschappij veranderen. Succes.
Met pijn in mijn geest en lichaam.
Waar is mijn medaille nu ik dit jaar 71 jaar wordt?
Wat doe je als er geen echt netwerk is?
Omdat mensen niet zo denken net als ik als ggz-ster. Niet praten- geen hulp zoeken – en zeker geen medicatie innemen!
Alle stickers die je krijgt. Daar werken we niet aan mee. Daar geloven wij niet in.
Hoe help je mentaal zieke mensen de grond in.
Er is geen hulp voor wie pech heeft. Wiens taal niet begrepen wordt door wie nog minder informatie GEEFT.
Geachte Jim,
Mooi artikel weer.
Goed om de zaken elke keer vanuit een ander perspectief te bekijken.
Als doorgewinterde GGZ klant weet ik dat het waar is. De hulp op afspraak is kortdurend en vaak niet toereikend voor de moeiten die je alle tussenliggende uren moet dragen.
Zelf heb ik opnames nodig gehad maar werk nu al weer 5 jaar in een reguliere baan. En dat is mede dankzij de enorme steun die ik mocht ontvangen van mijn moeder. Ze woont een uur verderop maar leve de telefoon! Zo vaak mocht ik tijdens het bellen even mijn hart luchten. En ze vroeg soms iets als wat zou de psychiater hier van zeggen? En dan bekeek ik mijn hulpvraag van een andere kant en daardoor kwam ik verder. Ook de gewone dingen kwamen tijdens de telefoontjes aan de orde, wat eten jullie, ga je nog ergens heen. De wederkerigheid van de vragen maakte het ook zo waardevol, gesprekken van hart tot hart en ook de basale daginvulling en structuur en tegelijkertijd echte verbondenheid op gewone dagen. Op deze plek wil ik mijn dankbaarheid beschrijven voor al die gesprekken.
En ik weet inmiddels ook dat mijn collega’s op het gewone werk en medemoeders op het plein bij school het ook waarderen wanneer ik eerlijk ben over mijn kwetsbaarheid. Hoe vaak heb ik niet gehoord dat ze daarna zelf ook kwamen met voorbeelden uit hun eigen leven? Ik weet nu inmiddels dat eerlijkheid zorgt voor zoveel meer begrip. Mijn vragen zijn niet uniek en delen maakt zoveel rijker.
Blijft staan dat ik ook heel blij ben met de kennis en kunde van de professionele hulpverleners! Ze hebben me echt goed geholpen en ik ga af en toe nog naar ze toe.
Trouwens ter aanvulling ik gebruik nu ook een app van GGZ de Hoop. Het heet Inner en je hebt daardoor elk moment van de dag of nacht toegang tot ademmeditaties en ook psychoeducatie. Het is psychologische kennis gecombineerd met bijbelse wijsheid. Het is een zeer groot project met heel veel luiterfragmenten. Ik maak er dankbaar gebruik van en wil het iedereen wel vertellen omdat ik heb gemerkte dat het zeer helpend is op moeilijke momenten.
Hoi Jim, ik denk graag mee. Waarom niet gewoon binnenlopen bij de huisarts en automatisch traumatherapie opstarten met terugbetaling. Eerstelijnszorg bij een vertrouwde persoon zoals je huisarts die jou al kent van kinds af aan. En eventueel ook slaapmedicatie in het begin om tot rust te komen al dan niet in de vorm van homeopathie en je dan verder laten opvolgen bij de huisarts en een traumatherapeut in dezelfde huisartsenpraktijk. Geen bijkomende stress en trauma’s en overmedicamentatie in een stressvolle kliniek. Een omkadering met sociaal werker en psycholoog en psychiater en dagkliniek en thuisbegeleiding en de familie er bij vind ik te complex en is niet nodig. Vaak leidt dit tot overdreven controle dat gebaseerd is op angst en we weten allemaal dat angst een slechte raadgever is. Ik denk aan opvolging bij de huisarts en sessies bij de traumatherapeut in dezelfde praktijk voor vrouwen die instorten na een miskraam, na een bevalling,… of vrouwen/mannen die instorten door overwerkt te zijn,… Bij verslavingen zou ik ook inzetten op begeleiding bij de huisarts met bijkomende sessies bij een lotgenotengroep. Hou het simpel.
Geheel mee eens en vooral die vergelijking met de cardioloog is treffend. Bij depressie: minder antidepressiva en meer antidepressiva-ardigheden. Meer gemeenschap hoort daar zeker ook bij.