Veel gezochte termen

Onderzoek medicatieafbouw

Auteur

Jim van Os

Jim van Os is een herstelgerichte psychiater, hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht.

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Jim is ook familielid van mensen met psychosegevoeligheid.

Jim van Os schreef deze toegankelijke boeken:

Trauma Begrijpen in 33 vragen

Psychose Begrijpen in 33 vragen

Neurodiversiteit Begrijpen in 33 vragen

Psychedelica begrijpen in 33 vragen

We zijn God niet

Onderzoek medicatieafbouw

Aan verschillende universiteiten in Nederland wordt onderzoek naar psychose en stemmingsproblemen uitgevoerd. Bekijk hier lopende studies.

Doorgaan met antipsychotica of afbouwen?

Antipsychotica na een eerste psychose: doorgaan of afbouwen? Wat de afbouwstudies ons leren — en de uitkomst van HAMLETT

Na een eerste psychotische episode (first-episode psychosis, FEP) krijgen mensen vrijwel altijd antipsychotica voorgeschreven. De huidige richtlijnen adviseren om na het herstel nog minstens 1 tot 2 jaar door te gaan met de medicatie, omdat dat het risico op een terugval vermindert. Tegelijk willen veel mensen na herstel zo snel mogelijk minderen of stoppen, vooral vanwege bijwerkingen zoals gewichtstoename, vermoeidheid, seksuele problemen, motivatieverlies, en cognitieve traagheid. De vraag of vroeg afbouwen op de lange termijn juist gunstig kan zijn voor het persoonlijk, sociaal en maatschappelijk functioneren — denk aan werk, studie en relaties — staat al jaren centraal in het onderzoek.

Wat weten we uit de afbouw-RCT’s tot nu toe?

De Nederlandse studie van Wunderink en collega’s (2007, met 7-jaars follow-up gepubliceerd in JAMA Psychiatry in 2013) was de eerste grote studie die suggereerde dat begeleide dosisreductie of staken (DRD) op lange termijn tot beter functioneel herstel leidde (40,4% versus 17,6% bij voortzetten), ondanks een hoger terugvalpercentage in de eerste 18 maanden. Dit resultaat was lange tijd het belangrijkste argument voor vroeg afbouwen.

De studie van Chen en collega’s (BMJ 2010), met de 10-jaars follow-up door Hui e.a. (Lancet Psychiatry 2018), liet echter het tegenovergestelde zien: in de discontinuatiegroep had 39% een slechte uitkomst, tegen 21% in de onderhoudsgroep. De Deense TAILOR-studie (Stürup e.a.) bij FEP-patiënten uit OPUS-teams toonde duidelijk hogere terugvalpercentages bij afbouw (rond 53% versus 19% bij onderhoudsbehandeling), zonder aantoonbaar voordeel op functioneren binnen de relatief korte follow-up. Deze studies zaaiden twijfel over de generaliseerbaarheid van de Wunderink-bevindingen en lieten zien hoe gevoelig de uitkomsten zijn voor de duur van de follow-up en het tempo van afbouwen.

De recent gepubliceerde HAMLETT-studie

De HAMLETT-studie (Handling Antipsychotic Medication Long-Term Evaluation of Targeted Treatment), uitgevoerd door UMC Groningen, UMC Utrecht en 26 Nederlandse psychosecentra, is met 347 deelnemers de grootste gerandomiseerde studie naar deze vraag. De resultaten verschenen op 1 oktober 2025 als brief report in JAMA Psychiatry (Sommer e.a.). Deelnemers werden 4 jaar gevolgd na randomisatie naar vroege dosisreductie of staken (DRD; n=168) of onderhoudsbehandeling (n=179).

De belangrijkste uitkomsten:

Op de primaire patiëntgerapporteerde maat van functioneren (WHODAS-2.0) was er over de hele studieperiode geen verschil tussen beide groepen. In het eerste jaar had de afbouwgroep een verhoogd risico op terugval (odds ratio 2,84) en een lagere kwaliteit van leven. Vanaf 3 jaar liet de afbouwgroep echter een beter onderzoekergeschat globaal functioneren (GAF) zien, met op 4 jaar ook een trend naar lagere symptoomernst (PANSS). Opvallend: vanaf 12 maanden waren de gemiddelde doseringen in beide groepen ongeveer gelijk. Het langetermijnvoordeel kan dus niet rechtstreeks aan de lagere medicatie worden toegeschreven. De auteurs interpreteren dit als een “leerervaring” — een begeleide afbouwpoging lijkt patiënten meer inzicht in hun kwetsbaarheid en eigenaarschap over hun behandeling te geven, wat het langetermijnfunctioneren ten goede komt. De veiligheid was vergelijkbaar tussen de groepen, al moet worden vermeld dat in de afbouwgroep 3 mensen door suïcide overleden tegen 1 in de onderhoudsgroep.

Bij vrouwen leek afbouw relatief gunstiger uit te vallen, mogelijk doordat zij in de standaardbehandeling vaker overgedoseerd zijn. Een gerelateerde HAMLETT/OPHELIA-analyse (Gangadin e.a., World Psychiatry 2025) toonde dat de snelheid van afbouwen op zichzelf niet voorspellend was voor terugval, maar wel de affiniteit van het antipsychoticum voor de D2-receptor: vooral bij sterk D2-antagonerende middelen is voorzichtigheid geboden.

En bij mensen met méér dan één psychose?

Het is belangrijk te benadrukken dat de HAMLETT-bevindingen niet zomaar te vertalen zijn naar mensen die al meerdere psychotische episodes hebben doorgemaakt. Daar gelden andere afwegingen, en het terugvalrisico is in deze groep hoger. De resultaten van de twee grootste recente RCT’s bij multi-episode patiënten zijn op dit punt eensluidend.

De Britse RADAR-studie (Moncrieff e.a., Lancet Psychiatry 2023), met 253 deelnemers met langdurige psychotische stoornissen, vond geen verschil in sociaal functioneren tussen begeleide afbouw en onderhoudsbehandeling na 2 jaar, terwijl het risico op een ernstige terugval (waaronder ziekenhuisopname) ongeveer verdubbelde in de afbouwgroep. De Taiwanese GARMED-studie (Liu e.a., Psychological Medicine 2023) — een dosisreductie tot de “minimaal effectieve dosis” zonder volledig staken bij stabiele patiënten — vond eveneens geen verschil in sociaal functioneren of terugvalpercentage tussen de groepen, wat suggereert dat zorgvuldige dosisverlaging veiliger is dan volledig staken. Voor multi-episode patiënten lijkt onderhoudsbehandeling — eventueel met voorzichtige dosisoptimalisatie naar de laagste effectieve dosis — daarmee de meest verantwoorde strategie.

Wel is er ook hier nuance: een deel van de mensen met meerdere episodes die afbouwen, lukt het wel degelijk en zonder terugval. Voor wie sterk gemotiveerd is om te minderen, blijft een individueel afgesproken, zeer gradueel traject onder begeleiding mogelijk — maar met realistische verwachtingen en een duidelijk vangnet als symptomen terugkomen.

De PsychoseNet-afbouwgids

In samenwerking met de HAMLETT-onderzoekers heeft PsychoseNet een afbouwadvies bij antipsychotica ontwikkeld. De gids is praktisch opgezet en helpt zowel patiënten als behandelaren bij het maken van afgewogen keuzes. Hij bevat informatie over wanneer afbouwen wel of juist niet verstandig is, hoe je een afbouwschema in kleine, hyperbolische stappen vormgeeft (in plaats van lineair, wat vaak te snel gaat), hoe je vroege tekenen van een dreigende terugval herkent, en hoe naasten betrokken kunnen worden. Voor de daadwerkelijke fijngradige afbouw zijn taperingstrips beschikbaar, waarmee per dag een iets lagere dosis kan worden ingenomen — dat maakt veilig afbouwen op een laag dosisniveau praktisch haalbaar, juist op het traject waarop de meeste afbouwproblemen optreden.

Belangrijk: de gids is uitdrukkelijk geen aansporing om zelfstandig te gaan minderen. Hij is bedoeld als hulpmiddel binnen een gezamenlijk traject met behandelaar en naasten. Plotseling stoppen of te snel afbouwen is vrijwel altijd een slecht idee en verhoogt het terugvalrisico aanzienlijk.

Hoe deze resultaten te wegen — en de beperkingen van afbouwonderzoek

Afbouw-RCT’s zijn methodologisch lastig uit te voeren. In HAMLETT bouwde uiteindelijk ook 40% van de “onderhoudsgroep” tegen het protocol in toch af, wat overeenkomt met wat we in de dagelijkse praktijk zien. Andersom blijft een aanzienlijk deel van de afbouwgroep medicatie gebruiken. Ook is het tempo van afbouwen in veel oudere studies vermoedelijk te snel geweest; gradueel hyperbolisch afbouwen in kleine stappen — zoals in HAMLETT toegepast — wordt steeds meer gezien als de meest verantwoorde methode. Verder zijn de uitkomsten van trials vooral gemiddelden: ze zeggen niet wat voor één persoon de beste keuze is.

Want dat is misschien de belangrijkste boodschap: afbouwen is fundamenteel een persoonlijke afweging. Voor sommige mensen weegt het verminderen van bijwerkingen, het terugkrijgen van energie en motivatie, of het herwinnen van eigen regie zwaar. Voor anderen is het voorkomen van een nieuwe terugval — met alle gevolgen van dien voor relaties, werk en zelfvertrouwen — doorslaggevend. Geslacht, het type antipsychoticum, de ernst en het beloop van de episode(s), sociale steun en eigen wensen spelen allemaal mee.

Praktische aanbeveling

Ga nooit zelf afbouwen. Bespreek de mogelijkheid altijd met je behandelaar en je naasten, en doe het stapsgewijs en begeleid. Gebruik daarbij de afbouwadviezen van PsychoseNet en — waar nodig — taperingstrips voor de fijne dosisafbouw. De HAMLETT-resultaten bevestigen dat begeleide afbouw bij een deel van de mensen na een eerste psychose op lange termijn waardevol kan zijn, mits het eerste jaar extra waakzaamheid wordt ingebouwd vanwege het verhoogde terugvalrisico. Bij mensen met meerdere episodes is meer terughoudendheid aangewezen en lijkt zorgvuldige dosisoptimalisatie veelal verstandiger dan volledige discontinuatie.

Ga niet zelf afbouwen, maar doe dit altijd in overleg met je behandelaar en eventuele naasten en/of een ervaringsdeskundige.

Afbouwfolder_HAMLETT_november_2023

De HAMLETT studie onderzocht hoe de voor- en nadelen van doorgaan met antipsychotica en afbouwen van medicatie tegen elkaar opwegen.

Onderzoek uitgevoerd door: UMC Utrecht en UMCG

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Wil je PsychoseNet steunen?

Wordt donateur en help ons om mooie projecten te realiseren.

Laatste wijziging:

Gerelateerd

Meer over

onderzoek
Psychosegevoeligheid

Lees ook