Main content

In de vroege fase kan de hulpverlening vooral informatie geven. Informatie over wat er precies aan de hand is, dat het alle kanten op kan gaan en dat er geen paniek hoeft te ontstaan. Dat is in deze fase belangrijk om te weten.

Voorlichting over psychische aandoeningen wordt we ook wel psycho-educatie genoemd. In de vroege fase is psycho-educatie in combinatie met een oogje in het zeil houden vaak genoeg.

Soms is de psycho-educatie vooral gericht op aspecten van stemmingswisselingen (de neiging om manisch of depressief te zijn), de andere keer vooral op aspecten van psychosesymptomen (argwaan, stemmen en andere ongewone ervaringen).

Zicht op triggers

Van belang is ook om in kaart te brengen wat triggers zijn die kunnen leiden tot ontregeling. Er is vaak een directe aanleiding waardoor iemand ontregelt. Ook spelen er op een dieper niveau dynamieken mee waardoor iemand in de war kan raken. Het is belangrijk om zicht te krijgen op deze triggers en hoe je kan voorkomen dat je nog meer uit balans raakt. Voldoende nachtrust is bijvoorbeeld een belangrijk aandachtspunt voor veel mensen.

Wees terughoudend met medicatie

Met antipsychotica is men in de vroege fase terughoudend. Hetzelfde geldt voor medicatie om stemmingswisselingen stabiel te krijgen, hoewel een antidepressivum soms nuttig kan zijn. Want het probleem met alle medicatie in de vroege fase is: het is makkelijk om te beginnen, maar wanneer stop je weer? Ook kunnen antipsychotica eventuele motivatieproblemen erger maken.

Psychotherapie

Als er behandeling nodig is in de vroege fase, kan het een optie zijn om te beginnen met psychotherapie. De psychotherapie is dan gericht op het leren omgaan met bijvoorbeeld gevoelens van argwaan, stemmen horen, de indruk dat de wereld om je heen vreemd en dreigend is, sombere stemming en eventueel gebruik van drugs.

Breng je ervaringen in kaart

Het is belangrijk om goede informatie te verzamelen over je ervaringen en je klachten en om zelf inzicht te ontwikkelen in je eigen gevoelens en ervaringen. Je kunt bijvoorbeeld je ervaringen bijhouden in een dagboekje of in een app, zoals de Psymate. Dat levert een schat aan inzichten op die je met een hulpverlener kunt bespreken. Het geeft je ook de mogelijkheid om zelf zoveel mogelijk de regie te voeren in je behandeling.


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van OsVoorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij verschijnt sinds 2014 op Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.)

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedInFacebookTwitter en YouTube!

Verder lezen over behandeling en de fasen van psychose:

Meer informatie over psychose:

  • Deel deze pagina: